Niet voor de poes

‘Kom gauw binnen, dan kan de kat niet naar buiten glippen’. Ik loop snel haar gang in en ze duwt de voordeur snel achter mij dicht. Het is de eerste keer dat ik bij deze dame ben, en ik ben meteen verliefd op haar huis in het oude Kralingen. Ze heeft een mooie ruime woonkamer en mijn oog valt op de serre die geplaatst is aan de achterkant van de kamer. Het licht valt hier heel mooi naar binnen en we besluiten dat dat de perfecte plek is voor de behandeling.

Dan zie ik een kleine kattenkop voorzichtig om de hoek van haar eettafel kijken, nieuwsgierig komt het diertje dichterbij om te kijken wie haar rust zo ruw heeft verstoord. Het poezenbeest heeft een zus, maar die heeft zich nog niet laten zien verteld de klant mij. En dat vindt ze vreemd, wat normaal gesproken is zus er als de kippen bij als er iemand op visite komt. 

Tijdens de behandeling zit het de mevrouw niet lekker: haar andere kat heeft zich nog steeds niet laten zien…ze zal toch niet stiekem naar buiten zijn geglipt toen ze net de deur opendeed? In de verte horen we ‘m mauwen, ze zit in ieder geval in de buurt, maar ze laat zich nog steeds niet zien. Of heeft poekie zich in de nesten gewerkt en zit ze op een plekje waar die ze meer uit kan komen? Na één voet te hebben behandeld besluiten we om de werkzaamheden even te staken om operatie “zoek poes” te starten.

Ik besluit om mee te zoeken met mevrouw, het zit haar duidelijk niet lekker en ik draai mijn hand niet om voor een kat en muis spel. Twee paar ogen zien meer dan één paar, en hoe eerder het kattenkind wordt gevonden, hoe beter. Kastjes worden opengetrokken, ‘poespoespoes’ wordt liefkozend geroepen, en elk hoekje en gaatje wordt uitgeplozen. Naar een uitgebreid onderzoek waar menig rechercheteam jaloers op zou zijn geweest is poezebeest eindelijk terecht; het pluizige beestje had zich opgesloten in het kastje naast de wasmachine.

Eenmaal opgelucht wordt de pedicure behandeling weer voortgezet en zijn de twee poezenzussen weer herenigd. Je zal maar pedicure aan huis zijn, dat is niet voor de poes.

*De foto is van fotomodel Boris die ook een talent heeft voor onmogelijke verstop-plekjes.

Niet lullen, maar scrubben.

Witte jurk, bruine benen.

‘Oh, meid, tebbie een lekker kleurtje’. Haar ogen vallen op mijn benen die bruin afsteken tegen mijn witte jurk. Mijn standaard werkoutfit heb ik verruilt voor een lange doorknoopjurk van linnen. Met dertig graden vind ik het veel te warm voor een lange broek en een pedicurejasje. Een meedenkende klant adviseerde mij dit tenue, en ik ben haar eeuwig dankbaar voor deze tip. ‘Dit soort jurken droegen we vroeger ook in de zorg’, vertelde de gepensioneerde verpleegster mij.

DNA

De mevrouw die mij van top tot teen bekijkt gaat nog even verder over mijn bruine kleurtje. ‘Ben je net terug van vakantie?’ vraagt ze zich af. Ik antwoord haar dat ik al ruim een maand terug ben, en dat ik mijn tintje te danken heb aan mijn DNA. Er zit ‘iets’ in onze familie waardoor wij snel verkleuren. Zo veranderen mijn neefjes spontaan van Hollandse hunks in mediteraanse mannen als ze terug zijn van een strandvakantie, en mijn zoon heeft na een middag buitenspelen al een behoorlijke bruine nek opgelopen. (Voor de duidelijkheid: van de zon, niet van de viezigheid 😉 Zelf hoef ik maar even in de zon te zitten om mijn sproeten te laten verdubbelen en een gezond kleurtje te krijgen.

Beetje vreemd….

Maar ik heb nog een ‘secret wapon’: namelijk scrubben! Dit doe ik gemiddeld 2 keer in de week om de dode huidcellen te verwijderen, waardoor mijn zomertintje weer naar boven komt, deze bevind zich namelijk onder die dode huidcellen. Als ik op vakantie ben vind ik het heerlijk om in de branding te zitten om te scrubben met het zand., een beetje van het zoute zeewater erbij en voilà, de perfecte scrub. (Belangrijk! Vergeet je niet in te smeren daarna!)

Zo ging ik ook vorig jaar tijdens onze zomervakantie op Ibiza met mijn schoonfamilie mijn scrub routine uitvoeren op het strand. Mijn gezin is het wel gewend van mij dat ik schaamteloos in de branding mezelf met zand in sta te masseren, maar de overige leden van de familie vroegen zich echt even af waar ik nou eigenlijk mee bezig was. Ik pakte een handje zand en ik begon er een rug mee te scrubben van één van de nieuwsgierige familieleden. De rest wilden ook wel een poetsbeurtje en zo ontstond er een ‘treintje’ van scrubbende mensen in de branding. Een leuke foto ervan en een mooie gladde huid was het resultaat van dit leuke moment.

DIY

Maar wist je dat je je eigen scrub ook van andere ingrediënten kan maken? Het enige wat je nodig hebt is een fijne korrel en een olie. Bijvoorbeeld zeezout en amandelolie, of olijfolie met suiker. Makkelijk én op natuurlijke basis! Tijdens het geven van een pedicure behandeling werk ik regelmatig met een scrub op basis van aardbeienpitjes, en het makkelijke is dat je voor deze scrub geen water nodig hebt, erg ideaal voor onderweg.

Dus waar wacht je op? Niet lullen maar scrubben!

*Foto is geplaatst met toestemming van de gescrubde familieleden

Wie het laatst lacht…

Bruine vlechtjes

Ik zie haar nog zo voor me: het meisje met de bruine vlechtjes in haar haren, een verlegen blik in haar ogen en een voorzichtige glimlach op haar lippen. Regelmatig zag ik haar voorbij mijn huis lopen, ik heb haar zien opgroeien totdat ze verhuisden naar een dorp in de buurt.

Brugpiepers

Haar moeder zie ik nog met enige regelmaat, zij is een trouwe klant en tijdens de behandelingen kletsen we gezellig bij over het werk en over ons grut. Tijdens haar laatste behandeling ging het over haar dochter, ze zit sinds een jaar op de middelbare school. Aangezien ik zelf ook een puberende brugpieper in huis heb weet ik dat dat voor beide partijen een uitdagende fase kan zijn. Hormonen kunnen opspelen, het lichaam verandert, en stemmingswisselingen zijn niet vreemd. ‘Ze wordt gepest’, vertelt haar moeder ‘door meiden uit haar klas, het gaat er gemeen aan toe’, mijn hart breekt als ik haar verhaal aanhoor.  Dat lieve, introverte meisje is het mikpunt geworden van pesterijen op de middelbare school. En ik weet hoe hard het daaraantoe kan gaan.

Back in the days

In gedachte ga ik terug naar mijn eigen middelbareschooltijd: in het begin van het eerste jaar werd er weleens een poging tot pesten gedaan bij mij.  Ik was toentertijd vegetariër én ik zat op een theaterschool, dat was toen anders dan anders en dan val je makkelijk ten prooi aan de pestkoppen. Maar ik beet van me af en haalde mijn schouders op, daarna was er weinig ‘lol’ te beleven voor de pesters en werd er vakkundig een nieuw slachteroffer gekozen.

DNA

Pesterijen vinden overal plaats: van lagere school, tot aan de studententijd, van scholieren tot aan collega’s, en van jong tot oud. Want ook in verzorgingstehuizen kunnen ze er wat van: roddelen, buiten sluiten, of spullen die worden afgepakt. Blijkbaar zit het bij de pesters diep in de genen geworteld.

Prehistorie

Maar waar komt pesten toch vandaan? Is het te herleiden naar de prehistorie? Zit het diep geworteld in het reptielenbrein? Pesten is immers zo oud als de mensheid zelf verteld google mij:  “Het zorgde voor stabiliteit in een leefgroep en dat je je eigen identiteit vorm kon geven.  Hoe sterker je je eigen identiteit ervaarde, hoe sterker we ons voelden. Die versterking vonden we dan weer terug in een groep waarin de mensen zoveel mogelijk gelijk aan elkaar waren”. En degene die buiten de boot viel? Die werden dus gezien als het buitenbeentje en gepest. Pesten is eigenlijk dus heel ouderwets, zo ontzettend 3000 voor Christus.

Kuddedieren

Maar onderschat die buitenbeentjes niet! Want dat zijn degene die zich niet laten kisten, die elke keer weer de schouders eronder zetten en doorgaan.  Zij weten wat het is om tegen de stroming in te gaan, zij zijn degene die later het verschil gaan maken dankzij hun doorzettingsvermogen. En de pesters? Die zullen zich als kuddedieren blijven verplaatsen, bang om anders te zijn, bang om als zwarte schaap tussen de makke lammetjes te worden gezien.

Liefs

Dus lief oud-buurmeisje van me: jij komt er wel, laat ze maar kletsen, roddelen en giechelen. Want er komt een dag dat jij het allerhards kan teruglachen. En wie als laatst lacht, die lacht het best.

Liefs, Judith

PS. Is geplaatst met toestemming van haar moeder.

Meneer Beer

‘Hij ligt daar op de onderste plank!!’ Meneer brult vanuit zijn luie stoel mijn kant op. Met een appelige blik zoek ik in het desbetreffende kastje, maar de handdoek die ik zoek heb ik allang gevonden.  Ik snap daarom niet waarom meneer zich zo druk maakt.

‘Ja meneer de Bruin*, ik heb de handdoek allang gevonden, hij ligt hier voor me’, antwoord ik hem. Hij houdt vol dat dat de juiste niet is, en wordt nog ongeduldiger. ‘Meneer de Bruin, dit is de handdoek die ik ALTIJD gebruik, denk eens aan uw hart, ik weet wat ik doe, ik kom al een tijdje bij u’ antwoord ik hem streng maar rechtvaardig.

Ik weet dat meneer een behoorlijk brombeer kan zijn, maar onder die Rotterdamse rauwheid zit een schat van een man met wie ik vaak om de kleinste dingen de grootste lol kan hebben. We beginnen de behandeling , ik kom voor hem zitten en laat hem triomfantelijk de handdoek zien waar zoveel commotie over is ontstaan.  ‘Oh je had dus wel de goeie te pakken’ geeft ie schoorvoetend toe. ‘Wat zeggen we dan?’ antwoord ik hem plagend.

Hij kan er om lachen en de gehele behandeling praten en mopperen we samen verder: over het vuil op straat, over de jeugd van tegenwoordig en over het weer uiteraard. Wat ik hou toch van de bromberen in mijn klantenkring. Want onder het stoere berenvel zit eigenlijk gewoon een lief knuffelbeertje verstopt.

*Naam is fictief

I can see clearly now

Het is ‘s ochtends vroeg, rond 08.30, als ik mijn dochtertje naar school breng. Onze wijk is gehuld in een dikke laag mist, het is een klein wereldje. Éénmaal aangekomen bij school kus ik de kleine dame gedag en loop langs de atletiek baan, de eindstreep van de baan wordt onzichtbaar gemaakt door de mist.

Klaar voor de start….

Het uitzicht doet me denken aan mijn loopbaan als pedicure zijnde, wat was het spannend (doodeng!) om voor mezelf te beginnen. Alles deed ik eraan om een klantenkring op te bouwen en om mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren. De toekomst van mijn loopbaan was onduidelijk, net zoals het uitzicht van vanmorgen. Door mijn website, mond tot mond reclame en door mezelf veel te laten zien op social media ging het allemaal heel snel, ik had een vliegende start.

Onderweg

Ruim 5 jaar later begin ik patronen te herkennen binnen mijn klantenkring. En met name in de herfst: dan neemt het aantal klanten af. Niet door onvrede, maar doordat ze ziek worden of sterven. Dit zijn de klanten die hoogbejaard zijn en waar de tijd van is gekomen, hun eindstreep is behaald. Dat kan soms wel even slikken zijn, je bouwt toch vaak een relatie op. En ook afgelopen jaar was hier geen uitzondering in, de verdrietige berichtjes van de nabestaande wisten mij nu ook weer te bereiken.

Eindstreep

Het is de cirkel van het leven, we zullen allemaal eens de eindstreep moeten aantikken. Maar tegen die tijd moeten we onze weg zien te vinden door de mist, gepaard met heldere dagen en soms met dagen die wat minder uitzichtloos zijn. Maar één ding is zeker: ook al is het uitzicht zo troebel, uiteindelijk klaart alles weer op.

Kleedjes

Ik ben gek op ‘de oudjes’ (zoals ik ze liefkozend noem), ik vind ze heerlijk om mee te werken. Ze zijn blij als je langskomt en je wordt met veel enthousiasme weer uitgezwaaid als je weggaat. In de tussentijd word je verzorgd met kopjes thee of koffie, wat lekkers, en een ‘extraatje’ voor de spaarpotjes van mijn kinderen. Ondertussen verzorg ik hun voeten zodat ze met hun gerimpelde kluifjes comfortabel achter hun rollator kunnen blijven schuifelen.

Gezelligheid

Ik voel me ook snel thuis bij deze klanten op leeftijd. De inrichting van een gemiddelde bejaarde woning vind ik vaak erg gezellig. Het mooie servies wat wordt tentoongesteld op een koffietafeltje, de fluwelen poefjes en de diversen spulletjes die ter decoratie in het vensterbank staan. Maar er is 1 ding waar ik toch echt mijn vraagtekens bij zet………..wat is er toch aan de hand met al die kleedjes?

Variatie

Het is vaak geen groot kleed wat er ligt, nee het zijn er meerdere in diverse varianten: verschillende kleuren, met kwastjes, zonder kwastjes, effen, bont, oud, nieuw, rond, vierkant. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat de Perzische variant de meest favoriet is, by far. Je vindt ze vaak ook op de meest onlogische plekken: op de gang, in de woonkamer, tegen de muur, op de tafel, óveral kom ik ze tegen.

Linke soep

Ik snap deze woontrend van onze bejaarde medemens niet. Want ze liggen er niet voor het comfort in ieder geval. Hoewel de meeste oudjes er moeiteloos overheen karren met hun rollator heb ik er altijd moeite mee om niet zo’n kleedje achter de wielen van mijn werkkoffer aan te slepen. Ze zijn eigenlijk best link, die ‘gezellige’ kleedjes. Want stiekem laten ze je gewoon struikelen als je niet oplet, en deze doelgroep is al zo kwetsbaar.

Oproepje

Dus hierbij een oproep aan alle lieve bejaarden die hun woning hebben opgesierd met deze kleedjes: Hang ze aan de muur, leg ze gezellig op een tafeltje, maar alsjeblieft niet op de grond.  Ik zou het zo naar vinden als jullie hierover struikelen en wat breken, met alle gevolgen van dien (en dat gebeurt kan ik jullie vertellen) ik kan jullie namelijk echt niet missen, daarvoor vind ik jullie veel te leuk!

Liefs, Judith

The Old days

Ik ben 9 jaar oud als ik samen met mijn zus op de achterbank van onze auto zit terwijl we langzaam wegrijden uit de straat van onze opa en oma in Gouda. Onze zakken zijn door onze oma gevuld met een rolletje mentos (‘wat lekkers voor onderweg’), en een muntje van vijf voor in onze spaarpot. We zitten omgekeerd op de bank van onze Alfa Romeo en zwaaien vol enthousiasme door de achteruit naar onze opa.

Een lieve, grijze man met warme bruine ogen zwaait vrolijk terug. In zijn hand houdt hij een zakdoek vast die hij fanatiek mee laat wapperen in de blauwe lucht, later bewaar ik die zakdoek als herinnering aan hem. Hij blijft zwaaien totdat wij uit het zicht zijn, een beeld dat nog steeds duidelijk in mijn geheugen staat gegrift als één van mijn eerste herinneringen uit mijn jeugd.

Vele jaren later sluit ik de deur achter me dicht van een klein, gezellig huisje in een rustige wijk in Rotterdam. Ik trek mijn werkkoffer achter me aan over het pad van de voortuin. Er staat een vogelhuisje in en haar tuin staat vol met planten die volop in de bloei zijn. In mijn tas zit een pakje chocolademelk (‘voor als je onderweg dorst krijg meisje’) en in het zakje van mijn werkjasje zit een extraatje voor in het fooienpotje. Ik draai me om richting haar raam waar ze al klaar staat om mij uit te zwaaien, een standaard tafereeltje waar ze nooit van afwijkt.  Ze blijft zwaaien totdat ik uit het zicht ben verdwenen.

Helaas zijn mijn beide grootouders al een tijdje geleden overleden, en ik mis ze nog regelmatig. Maar gelukkig heb ik ze door mijn werk weer een beetje teruggekregen. 

De Avonturen van een huismuis.

Een onschuldig-ogend muisje jaagden ons twee weken geleden letterlijk de kast op. Voor het eerst werd het diertje gesignaleerd door ons hondje, maar het knaagdiertje was zo snel dat onze ouwe dibbus het muisje niet kon bij houden, rap schoot ie door een klein kiertje achter onze tv-kast.

Mijn Alfaman krijgt terplekke een aanval van territoriumdrift: ‘die muis moet weg, nu!’ Er worden diversen materialen uitgerukt: een schepnet uit de schuur, een vliegenmepper uit de krantenmand en een swiffer wordt tussen de schoonmaakspullen vandaan getrokken. Het mag duidelijk zijn: missie “die muis moet uit ons huis” wordt terplekke opgezet.

Allereerst wordt de tv -kast voorzichtig van de muur geschoven. Aangezien deze kast al jaren op dezelfde plek heeft gestaan is het daarachter een behoorlijke stoffige bedoeling geworden. De schoonmaak-kriebels beginnen spontaan op te spelen bij mij, en voordat ik het weet ben ik driftig alle stofwolken aan het opzuigen met de stofzuiger, oftewel “mijn rechterhand” zoals mijn man het apparaat ook wel noemt. Ondertussen is het muisje allang aan de oversteek begonnen richting de overkant van de woonkamer en schiet pijlsnel onder de bank. 

Vriendelijk doch dringend word ik verzocht door de Alfaman om de stofzuiger even links te laten liggen en om onze missie voort te zetten. Alfaman verandert in Rambo als hij zijn biceps als een ware bodybuilder opwarmt om de bank op te tillen. Als de warming up voltooid is tilt hij de bank vakkundig op waaronder het muisje ons met grote bruine kraaloogjes verbaasd aankijkt.  De kleine stinkerd kiest het hazenpad en voor ik het weet schiet hij rakelings langs mij heen richting de keuken.

Een hysterisch gegil, chaos, en een hond die door alle commotie bijna onder de bank wordt geplet is het gevolg van de klopjacht. ‘Hij zit in de keuken! Sluit ‘m in!’ roepen we vastberaden naar elkaar. Binnen no time dienen de eetkamerstoelen en de hondenmand als een muur waar fort Knox jaloers op zou zijn geweest.  Wederom schiet de veldmuis weer weg, dit keer onder de mand van de hond.

Mijn Rambo aarzelt geen moment en springt op de mand die gevuld is met een aardig assortimentje piepknuffeltjes. Ruim vijf minuten staat hij driftig op de mand te stampen terwijl de piepknuffeltjes van de hond vrolijk meepiepen onder zijn voeten. Na die vijf minuten tilt hij voorzichtig het mandje op en werpt een blik eronder.  Ik verwacht een aangekoekte muis onder de mand, maar tot onze grote verbazing is er in geen veld(muis)en of wegen de muis te bekennen. Het enige wat er geplet bij ligt, zijn de knuffels van de hond.

Vanuit mijn ooghoek zie ik de muis een sprintje trekken en in een reflex geef ik het een mep met mijn swiffer.Mijn dierenhart krimpt ineen, maar we hebben de muis meerdere keren de kans gegeven om het op een vriendelijke manier af te handelen, maar dat was geen succes. Dus helaas muis, het is nu hard tegen hard geworden. De muis tolt in het rond en rent vervolgens vrolijk verder, als ie een middelvinger had gehad had ie ‘m zeker naar mij opgestoken.

Ik zie hem tegen onze muur aanklimmen en ondertussen verdenk ik de muis ervan dat ie ontsnapt is uit een laboratorium waar hij gemuteerd is tot een muis met superkrachten. Ondertussen kruipt het beestje vervolgens in onze gordijnen. Rambo verandert spontaan in Tarzan en springt op zijn troon (de bijnaam van zijn relax-fauteuil), hij stapt op de leuning en rijkt naar de gordijnen. Helaas heeft ook de troon een kantelpunt en de stoel valt om met het gevolg dat Tarzan in de gordijnen hangt. De gordijnrails zit het ook niet meer zitten en buigt vervolgens om en breekt af.

Ik probeer mijn lach in te houden als ik de schade bekijk: de tv-kast staat midden in de woonkamer, de eetkamerstoelen liggen op de grond, de hondenmand is platgestampt en de man hangt tegen de muur aan met de gordijnen in zijn handen.

Ik proest het uit. ‘Dit is niet grappig Judith’ zegt de man met het gekrenkte ego. ‘Nou eigenlijk wel schat, en ik denk dat die muis ook ergens in een hoekje ons zit uit te lachen, zeg ik tegen hem. We besluiten om de jacht te stoppen, het is een doordeweekse avond om 23.45 als we alle meubels weer netjes op zijn plek zetten. Moe maar niet voldaan stappen we ons bed in, achteraf kunnen we er allebei om lachten.

Dit keer dus geen avonturen van een pedicure, maar van een klein muisje die waarschijnlijk de tijd van zijn leven heeft gehad.

Got till its Gone

‘Het valt niet mee’, zegt ze terwijl ze haar kopje thee met een zucht neerzet op het bijzettafeltje naast haar. ‘Ik heb vijf kinderen en gelukkig doen ze heel veel voor mij, want ik kan het gewoon niet meer zelf, en dat vind ik zo vervelend.  Ik ben nu 87 jaar en ik heb grotendeels alleen voor mijn kinderen gezorgd omdat mijn man ons had verlaten voor een andere vrouw. Alimentatie betaalde hij niet voor zijn kinderen, al zijn geld ging op aan die andere vrouw’. Ik denk bij mezelf hoe zwaar dit moet zijn geweest voor haar, zeker in de tijd dat we nog niet de luxe kennen van een wasmachine, droger en de vaatwasser.  Daarnaast moest er nog voor brood op de plank gezorgd worden én de opvoeding van haar vijf kinderen kwam er ook nog eens bij kijken. Ik begrijp dat ze het moeilijk vindt om de zorg nu uit handen te moeten geven.

Geen Roze Wolk

‘En nu ben ik zo afhankelijk van anderen, ik kan zelfs niet eens meer mijn eigen nagels knippen’ zegt ze terwijl ik haar voeten incrème. ‘ Ik snap wat u bedoeld’ zeg ik tegen haar. Ze kijkt me vragend aan, en ik vertel mijn verhaal. Over hoe het mis ging tijdens mijn eerste zwangerschap, dat mijn kindje met spoed geboren moest worden omdat we beide in een gevaarlijke positie waren gebracht door het HELLP-syndroom, een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging. Mijn kindje werd gehaald en kwam gezond ter wereld, samen bleven we in het ziekenhuis totdat mijn bloeddruk was gedaald en ik uit de gevarenzone was. Ik kreeg daarvoor een hoge dosis magnesium toegediend wat ervoor zorgde dat ik ontzettend moe en versuft was, ik kon mijn eigen lijf daardoor amper bewegen. Ik moest geholpen worden met eten en drinken, en met mijn verzorging. Mijn eigen kindje kon ik zelf niet voeden omdat ik geen kracht in mijn lichaam had, ik was toen compleet afhankelijk van de zorg van anderen. 

Knop om

En wat had ik het daar ontzettend moeilijk mee. De touwtjes houd ik het liefst in eigen handen, ik zorg graag voor anderen en voor mezelf. Ik hou van mijn vrijheid en onafhankelijkheid, dit moest ik allemaal in één klap opgeven. De knop moest om en langzamerhand kon ik mezelf eraan toegeven. En hoe heerlijk was het toen ik ein-de-lijk alleen kon douchen en zelf mijn eigen haren kon wassen zonder dat iemand mij hoefde te ondersteunen. Elke keer als ik douche sta ik er weer even stil bij hoe dankbaar ik ben voor het feit dat ik gezond en fit genoeg ben om weer voor mezelf te kunnen zorgen.

Rugzak

Dus ik snap het als de mensen mij vertellen dat ze het zo moeilijk vinden om de regie uit handen te geven. Als je bejaard ben dan moet je er op den duur aan toe geven dat je afhankelijk bent geworden van de zorg en dat feit veranderd niet meer. Het enig verschil is dat ik jonger was en er goed uit ben gekomen ben zonder lichamelijke mankementen, maar wel met een stukje levenservaring voor in mijn rugzak. Daarom geniet ik van elk moment: de momenten dat mijn lijf sterk genoeg is om mijn werkkoffer de trap op te tillen, de momenten dat ik langs de mooie skyline van de stad rijd, en de momenten dat ik in de ochtend vrolijk uit bed kan stappen zonder dat ik op een knopje hoeft te drukken om hulp te vragen hiervoor. 

Want ook al zijn het de alledaagse dingen die vanzelfsprekend zijn:

“You don’t know what you’ve got till it’s gone”.

The colors of the world

Herfstweer

De regen tikt tegen mijn autoraam aan en mijn ruitenwissers doen ijverig hun best om de regenbui te trotseren. Ik draai mijn auto de Bergweg op, een drukke straat met veel verkeer, buiten is het guur en koud. De mensen op de straat zijn diep weggedoken in hun jassen en sjaals, een enkeling probeerde weer en wind te trotseren met een paraplu die het ondertussen heeft begeven.

Moeder aarde

Dan valt mijn oog op een muurtje aan de zijkant van de weg. Het is beschildert met de meest mooie kleuren: een jongentje met felgekleurde strepen op zijn gezicht siert de muur. ‘Madre Tierra’ staat er boven geschreven wat Moeder Aarde betekent. Het geheel vormt een postzegel, alsof de maker ons een boodschap wil sturen met zijn kunstwerk. De mooie, heldere kleuren vormen een welkom contrast met de regenachtige dag van vandaag.

Streetart

Her en der zijn er door de stad talloze streetart projecten terug te vinden. Saaie, betonnen muren veranderen hierdoor in de meest indrukwekkende kunstwerken. Er zijn verschillende routes door Rotterdam die je langs de diverse muurschilderingen leiden. Het geeft kleur aan de stad en het is een mooie aanvulling op de vele verschillende mensen en culturen die er wonen.

Warm van binnen

Ondertussen merk ik dat ‘Madre Tierra’ een glimlach op mijn gezicht heeft getoverd. En ondanks dat Moeder Aarde vandaag niet voor een aangenaam buitentemperatuur zorgde heb ik het in ieder geval weer warm gekregen van dit kleurrijke kunstwerk.