De Avonturen van een huismuis.

Een onschuldig-ogend muisje jaagden ons twee weken geleden letterlijk de kast op. Voor het eerst werd het diertje gesignaleerd door ons hondje, maar het knaagdiertje was zo snel dat onze ouwe dibbus het muisje niet kon bij houden, rap schoot ie door een klein kiertje achter onze tv-kast.

Mijn Alfaman krijgt terplekke een aanval van territoriumdrift: ‘die muis moet weg, nu!’ Er worden diversen materialen uitgerukt: een schepnet uit de schuur, een vliegenmepper uit de krantenmand en een swiffer wordt tussen de schoonmaakspullen vandaan getrokken. Het mag duidelijk zijn: missie “die muis moet uit ons huis” wordt terplekke opgezet.

Allereerst wordt de tv -kast voorzichtig van de muur geschoven. Aangezien deze kast al jaren op dezelfde plek heeft gestaan is het daarachter een behoorlijke stoffige bedoeling geworden. De schoonmaak-kriebels beginnen spontaan op te spelen bij mij, en voordat ik het weet ben ik driftig alle stofwolken aan het opzuigen met de stofzuiger, oftewel “mijn rechterhand” zoals mijn man het apparaat ook wel noemt. Ondertussen is het muisje allang aan de oversteek begonnen richting de overkant van de woonkamer en schiet pijlsnel onder de bank. 

Vriendelijk doch dringend word ik verzocht door de Alfaman om de stofzuiger even links te laten liggen en om onze missie voort te zetten. Alfaman verandert in Rambo als hij zijn biceps als een ware bodybuilder opwarmt om de bank op te tillen. Als de warming up voltooid is tilt hij de bank vakkundig op waaronder het muisje ons met grote bruine kraaloogjes verbaasd aankijkt.  De kleine stinkerd kiest het hazenpad en voor ik het weet schiet hij rakelings langs mij heen richting de keuken.

Een hysterisch gegil, chaos, en een hond die door alle commotie bijna onder de bank wordt geplet is het gevolg van de klopjacht. ‘Hij zit in de keuken! Sluit ‘m in!’ roepen we vastberaden naar elkaar. Binnen no time dienen de eetkamerstoelen en de hondenmand als een muur waar fort Knox jaloers op zou zijn geweest.  Wederom schiet de veldmuis weer weg, dit keer onder de mand van de hond.

Mijn Rambo aarzelt geen moment en springt op de mand die gevuld is met een aardig assortimentje piepknuffeltjes. Ruim vijf minuten staat hij driftig op de mand te stampen terwijl de piepknuffeltjes van de hond vrolijk meepiepen onder zijn voeten. Na die vijf minuten tilt hij voorzichtig het mandje op en werpt een blik eronder.  Ik verwacht een aangekoekte muis onder de mand, maar tot onze grote verbazing is er in geen veld(muis)en of wegen de muis te bekennen. Het enige wat er geplet bij ligt, zijn de knuffels van de hond.

Vanuit mijn ooghoek zie ik de muis een sprintje trekken en in een reflex geef ik het een mep met mijn swiffer.Mijn dierenhart krimpt ineen, maar we hebben de muis meerdere keren de kans gegeven om het op een vriendelijke manier af te handelen, maar dat was geen succes. Dus helaas muis, het is nu hard tegen hard geworden. De muis tolt in het rond en rent vervolgens vrolijk verder, als ie een middelvinger had gehad had ie ‘m zeker naar mij opgestoken.

Ik zie hem tegen onze muur aanklimmen en ondertussen verdenk ik de muis ervan dat ie ontsnapt is uit een laboratorium waar hij gemuteerd is tot een muis met superkrachten. Ondertussen kruipt het beestje vervolgens in onze gordijnen. Rambo verandert spontaan in Tarzan en springt op zijn troon (de bijnaam van zijn relax-fauteuil), hij stapt op de leuning en rijkt naar de gordijnen. Helaas heeft ook de troon een kantelpunt en de stoel valt om met het gevolg dat Tarzan in de gordijnen hangt. De gordijnrails zit het ook niet meer zitten en buigt vervolgens om en breekt af.

Ik probeer mijn lach in te houden als ik de schade bekijk: de tv-kast staat midden in de woonkamer, de eetkamerstoelen liggen op de grond, de hondenmand is platgestampt en de man hangt tegen de muur aan met de gordijnen in zijn handen.

Ik proest het uit. ‘Dit is niet grappig Judith’ zegt de man met het gekrenkte ego. ‘Nou eigenlijk wel schat, en ik denk dat die muis ook ergens in een hoekje ons zit uit te lachen, zeg ik tegen hem. We besluiten om de jacht te stoppen, het is een doordeweekse avond om 23.45 als we alle meubels weer netjes op zijn plek zetten. Moe maar niet voldaan stappen we ons bed in, achteraf kunnen we er allebei om lachten.

Dit keer dus geen avonturen van een pedicure, maar van een klein muisje die waarschijnlijk de tijd van zijn leven heeft gehad.

Got till its Gone

‘Het valt niet mee’, zegt ze terwijl ze haar kopje thee met een zucht neerzet op het bijzettafeltje naast haar. ‘Ik heb vijf kinderen en gelukkig doen ze heel veel voor mij, want ik kan het gewoon niet meer zelf, en dat vind ik zo vervelend.  Ik ben nu 87 jaar en ik heb grotendeels alleen voor mijn kinderen gezorgd omdat mijn man ons had verlaten voor een andere vrouw. Alimentatie betaalde hij niet voor zijn kinderen, al zijn geld ging op aan die andere vrouw’. Ik denk bij mezelf hoe zwaar dit moet zijn geweest voor haar, zeker in de tijd dat we nog niet de luxe kennen van een wasmachine, droger en de vaatwasser.  Daarnaast moest er nog voor brood op de plank gezorgd worden én de opvoeding van haar vijf kinderen kwam er ook nog eens bij kijken. Ik begrijp dat ze het moeilijk vindt om de zorg nu uit handen te moeten geven.

Geen Roze Wolk

‘En nu ben ik zo afhankelijk van anderen, ik kan zelfs niet eens meer mijn eigen nagels knippen’ zegt ze terwijl ik haar voeten incrème. ‘ Ik snap wat u bedoeld’ zeg ik tegen haar. Ze kijkt me vragend aan, en ik vertel mijn verhaal. Over hoe het mis ging tijdens mijn eerste zwangerschap, dat mijn kindje met spoed geboren moest worden omdat we beide in een gevaarlijke positie waren gebracht door het HELLP-syndroom, een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging. Mijn kindje werd gehaald en kwam gezond ter wereld, samen bleven we in het ziekenhuis totdat mijn bloeddruk was gedaald en ik uit de gevarenzone was. Ik kreeg daarvoor een hoge dosis magnesium toegediend wat ervoor zorgde dat ik ontzettend moe en versuft was, ik kon mijn eigen lijf daardoor amper bewegen. Ik moest geholpen worden met eten en drinken, en met mijn verzorging. Mijn eigen kindje kon ik zelf niet voeden omdat ik geen kracht in mijn lichaam had, ik was toen compleet afhankelijk van de zorg van anderen. 

Knop om

En wat had ik het daar ontzettend moeilijk mee. De touwtjes houd ik het liefst in eigen handen, ik zorg graag voor anderen en voor mezelf. Ik hou van mijn vrijheid en onafhankelijkheid, dit moest ik allemaal in één klap opgeven. De knop moest om en langzamerhand kon ik mezelf eraan toegeven. En hoe heerlijk was het toen ik ein-de-lijk alleen kon douchen en zelf mijn eigen haren kon wassen zonder dat iemand mij hoefde te ondersteunen. Elke keer als ik douche sta ik er weer even stil bij hoe dankbaar ik ben voor het feit dat ik gezond en fit genoeg ben om weer voor mezelf te kunnen zorgen.

Rugzak

Dus ik snap het als de mensen mij vertellen dat ze het zo moeilijk vinden om de regie uit handen te geven. Als je bejaard ben dan moet je er op den duur aan toe geven dat je afhankelijk bent geworden van de zorg en dat feit veranderd niet meer. Het enig verschil is dat ik jonger was en er goed uit ben gekomen ben zonder lichamelijke mankementen, maar wel met een stukje levenservaring voor in mijn rugzak. Daarom geniet ik van elk moment: de momenten dat mijn lijf sterk genoeg is om mijn werkkoffer de trap op te tillen, de momenten dat ik langs de mooie skyline van de stad rijd, en de momenten dat ik in de ochtend vrolijk uit bed kan stappen zonder dat ik op een knopje hoeft te drukken om hulp te vragen hiervoor. 

Want ook al zijn het de alledaagse dingen die vanzelfsprekend zijn:

“You don’t know what you’ve got till it’s gone”.

The colors of the world

Herfstweer

De regen tikt tegen mijn autoraam aan en mijn ruitenwissers doen ijverig hun best om de regenbui te trotseren. Ik draai mijn auto de Bergweg op, een drukke straat met veel verkeer, buiten is het guur en koud. De mensen op de straat zijn diep weggedoken in hun jassen en sjaals, een enkeling probeerde weer en wind te trotseren met een paraplu die het ondertussen heeft begeven.

Moeder aarde

Dan valt mijn oog op een muurtje aan de zijkant van de weg. Het is beschildert met de meest mooie kleuren: een jongentje met felgekleurde strepen op zijn gezicht siert de muur. ‘Madre Tierra’ staat er boven geschreven wat Moeder Aarde betekent. Het geheel vormt een postzegel, alsof de maker ons een boodschap wil sturen met zijn kunstwerk. De mooie, heldere kleuren vormen een welkom contrast met de regenachtige dag van vandaag.

Streetart

Her en der zijn er door de stad talloze streetart projecten terug te vinden. Saaie, betonnen muren veranderen hierdoor in de meest indrukwekkende kunstwerken. Er zijn verschillende routes door Rotterdam die je langs de diverse muurschilderingen leiden. Het geeft kleur aan de stad en het is een mooie aanvulling op de vele verschillende mensen en culturen die er wonen.

Warm van binnen

Ondertussen merk ik dat ‘Madre Tierra’ een glimlach op mijn gezicht heeft getoverd. En ondanks dat Moeder Aarde vandaag niet voor een aangenaam buitentemperatuur zorgde heb ik het in ieder geval weer warm gekregen van dit kleurrijke kunstwerk.


Game Time


Spelletjes middag

‘Geouwehoer’ mompelt ze terwijl ze achter haar rollator naast me loopt. Ze oogt netjes met haar pastelkleurige twinset aan en het gouden kruisje wat om haar nek bungelt, maar ik weet dat ze af en toe behoorlijk minder fatsoenlijk uit de hoek kan komen. We lopen langzaam richting de lift en ze drukt op het knopje. ‘Ik ben blij dat je me komt halen, ik had echt geen zin in spelletjesmiddag, stom gedoe allemaal’, en om haar woorden kracht bij te zetten drukt ze nog eens wat harder op het liftknopje. ‘Ik denk niet dat de lift sneller komt als u harder op het knopje drukt’ zeg ik tegen haar. Ze lacht: ‘ken het altijd proberen’ zegt ze met een onvervalst Rotterdams accent.

Oude mensen

Als we eenmaal op haar knusse kamer zitten beginnen we de behandeling. Ik vraag haar waarom ze spelletjesmiddag niet leuk vind, het klinkt anders heel gezellig. ‘Ik heb daar helemaal geen zin in,  om tussen die oude mensen te zitten, maar ja ze willen zo graag dat je mee doet hé? En er is ook een man bij die komt altijd naast me zitten, hij heeft een oogje op mij. ‘Oehlala’ plaag ik haar een beetje. ‘Dat is toch leuk, u ligt gewoon nog hartstikke goed in de markt’ zeg ik tegen haar. ‘Nou aan mijn lijf geen polonaise’ zegt ze terwijl ik haar weer in haar schoenen help.

Playing Games

Na de behandeling wil ze nog even met me meelopen naar beneden. En terwijl we weer samen in de lift staan valt mijn oog op een reclamefoldertje van de schoonheidsspecialiste van het zorgcentrum. ‘Nou daar moet u maar niet naar toe gaan hoor, dan wordt u nog knapper, en dan krijgt u straks nog meer mannen achter u aan.’ Zeg ik tegen haar. ‘Nou inderdaad, lacht ze, dat moet ik niet hebben hoor.’De liftdeuren schuiven langzaam open en ze loopt de kant op waar spelletjesmiddag nog in volle gang is. ‘Gaat u er toch gezellig bij zitten?’ vraag ik haar nieuwsgierig. ‘Ja je moet wat hé?’ zegt ze terwijl ze langzaam wegsloft richting de zaal. Ze settelt zich naast een man en zwaait nog even naar me. Zo te zien heeft ze het best naar haar zin zo tussen “die oude mensen”. En ik vraag me af wie er nu spelletjes speelt met wie 😉


Destiny

Gesloten deur

Ik druk nogmaals op de bel beneden bij haar appartement, het is niet de eerste keer dat ze niet opent. Mevrouw is slechthorend, dus de bel zal ze wel niet gehoord hebben. Een bewoner van het complex komt aangelopen en de deuren zoeven open, ik loop snel naar binnen toe en druk op het knopje van de desbetreffende etage.

Als ik weer aanbel bij haar, dit keer bij haar voordeur, doet ze wel open. Een klein vrouwtje met korte grijze haren komt aan geschuifeld, ze loopt krom en leunt op haar rollator. Ze opent de deur, maar niet helemaal, ze laat ‘m op een kiertje staan. Met haar felblauwe ogen neemt ze me van top tot teen wantrouwend op. ‘ik ben het Judith, de pedicure’, leg ik haar uit.

Geen tijd te verliezen

‘Ja, dat weet ik wel, maar ik denk niet dat ik tijd voor je hebt’, zegt de 92 jarige dame tegen mij. Ik vraag haar of ze plannen heeft, of misschien ergens anders een afspraak heeft? Bij het maken van een nieuwe afspraak voor de behandeling schrijf ik deze altijd op in haar agenda, én ik geef deze ook altijd door aan haar dochter. Maar ik weet dat mevrouw vergeetachtig is, en niet altijd bewust is van onze gemaakte afspraak.

‘Nee hoor, ik heb geen tijd voor je, want ik ga binnenkort onder de grond’, vertelt ze me. Ik kijk haar vragend aan: ‘onder de grond, wat bedoelt u? Zullen we er anders binnen even verder over praten?’. Ze opent de deur voor me en ik loop achter haar aan naar binnen. ‘Gaat u maar lekker zitten, en vertel me maar wat er aan de hand is, dan behandel ik ondertussen even lekker uw voeten’. Ze vindt het een goed plan en laat zich zakken in haar comfortabele stoel. ‘Ik denk gewoon dat er een tijd van komen en een tijd van gaan is, en dat die momenten vast staan. En mijn moment is gekomen’, zegt ze vastberaden. Ik luister naar haar terwijl ik de behandeling voortzet.

Het lot

Dan begint ze met het vertellen over haar jeugd, de oorlog, haar ouders. De verhalen komen me bekend voor, ze vertelt me vaak hetzelfde. Ondertussen vraag ik me af of het echt zo zal zijn: dat alles vast staat in het leven: is je lot al bepaald? Of heb je het zelf in de hand? Maakt het uit of je rechtsaf of linksaf gaat? Of is het pad al voor ons geplaveid? Vragen waar je nooit het antwoord op zal weten.

Na de behandeling nemen we afscheid: ‘tot de volgende keer’ zeg ik tegen haar. Maar daar is ze niet zo zeker van: ‘ik denk niet dat ik er dan nog ben’, zegt ze terwijl ze me peinzend aan kijkt. ‘Dan wens ik u heel veel sterkte en kracht toe’ zeg ik terwijl ik richting haar knusse gang loop. Ze bedankt me en sluit de voordeur achter me.

Onbeantwoord

Terug in de lift vraag ik mij af: was mevrouw in de war door de dementie? Of kan je het misschien echt aanvoelen wanneer het je tijd is? Toen mijn opa ouder werd zei hij: ‘op een gegeven moment is het tijd om ruimte te maken voor nieuwe mensen’. Hij wist wanneer het zijn tijd was. Ik ben van nature een nieuwsgierig persoon, en wil graag alles weten. Maar op sommige vragen hoef ik niet perse het antwoord te weten, en dit is er één van…..


Het onkruid en de bloem

Warm welkom

Ze is bijna 60 jaar, maar oogt een stuk jonger, en dat terwijl  ze al een heel leven achter de rug heeft. Een leven van drugs, geweld en veel tegenslagen. Ze heeft zich een weg uit deze ellende weten te banen en ze woont nu in een klein huisje aan de rand van een dorp. Ze kijkt uit over een weiland en de vogels fluiten ijverig als ik aankom lopen met mijn werkkoffer. Ik word vrolijk begroet: ‘kom verder, wat fijn dat je er bent’ zegt ze terwijl ze de voordeur voor me open houdt. Ik loop verder en zoek een plekje om te werken in haar kleine woonkamer wat gevuld is met boeken, drie kattenmandjes, planten en wat paperassen. 

Hoe het allemaal begon….

Tijdens de behandeling vertelt ze mij dat haar roots in het Midden-Oosten liggen. Ze vond haar liefde in Nederland en zo is ze hier uiteindelijk beland. ‘Helemaal hoteldebotel en blind van de liefde ‘ was ze. Zo blind dat ze in eerste instantie niet door had dat hij meer oog voor drugs had dan voor haar. Ze besluit om het eens samen een keertje te proberen, maar het is nooit bij dat ene keertje gebleven. Ze vertelt: ‘cocaïne is zo ontzettend verslaafd weet je’.

Het Onkruid

Ik zou het niet weten, denk ik bij mezelf. Toen ik 12 jaar was heb ik eens het boek ‘Het onkruid en de bloem ’gelezen van Remco Campert. Het boek vertelt het verhaal van een 15 jarig meisje dat verslaafd raakt aan verdovende middelen en er uiteindelijk aan overlijdt. Het verhaal heeft zoveel indruk gemaakt op mij dat ik toen ter plekke mezelf plechtig beloofde om nooit aan de drugs te gaan. En die belofte aan mezelf heb ik nooit verbroken.

Paint it red

Ondertussen lak ik haar teennagels rood terwijl ze verder vertelt over hoe ze uiteindelijk kon ontsnappen uit het drugs wereldje. Ze is afgekickt, op eigen kracht, en heeft nooit meer terug gekeken naar haar verleden. Haar kinderen zijn haar alles en haar toenmalige vriend is al geruime tijd uit haar leven. ‘mijn huis is niet groot, maar het is wel van mij, en ik ben weer gezond’. Ze kijkt naar haar gelakte teennagels. ‘Wat mooi, dank je wel’, ze kijkt tevreden naar haar voeten.

….en de bloem.

Ze is zelf uit het diepe dal met onkruid omhoog gekropen. Ze is er nog niet helemaal, maar ze komt er wel, uiteindelijk zal ze weer opbloeien. Het leven is tenslotte niet alleen maar rozengeur en maneschijn.


A Girls World

TIK TOK

Het is ’s avonds als ik languit op de bank lig om bij te komen van een lange werkdag. Mijn favoriete bezigheid is op dat moment het kijken van tik-tok filmpjes, even verstand op nul. Ik scrol door de filmpjes als op een gegeven moment mijn aandacht blijft hangen bij een filmpje waar de vraag wordt gesteld:  ‘Wat zou je doen als er 24 uur geen mannen op de wereld waren?’ Een vrouw van rond de 25 jaar geeft antwoord: ‘ik zou met het raam open slapen, ik zou in het donker naar het strand gaan, ik zou een minirok dragen in de stad’. Het filmpje raakt me. Het raakt me omdat wij vrouwen opgevoed worden met het idee altijd voorzichtig te zijn in bepaalde situaties. Ik heb er nooit bewust bij stil gestaan hoe het zou kunnen zijn als dat niet nodig zou zijn. Hoe het zou zijn als wij ‘gewoon’ in het donker naar huis kunnen lopen zonder dat we achterom hoeven te kijken, dat we tijdens het uitgaan ons drankje onbewaakt kunnen laten staan zonder dat er iemand misschien wel drugs in zou kunnen gooien? En kleed je vooral niet te uitdagend want je zou weleens wat uit kunnen lokken…

WATCH OUT

Mijn moeder waarschuwde me vroeger elke keer weer als ik ging stappen: ‘let op je drankje, blijf altijd samen met je vriendin etc. etc.’. Gek werd ik ervan! Nu ik zelf een dochter heb snap ik de zorgen van mijn moeder een stuk beter. Mijn dochter is nog lang geen tiener maar ik zal hetzelfde gesprek met haar moeten gaan voeren ter zijner tijd. En ik ben al lang geen tiener meer, maar ik blijf altijd goed opletten. Tijdens het joggen ’s avonds vermijd ik de donkere plekken, en tijdens de stapavonden met mijn vriendinnen houden we elkaar altijd goed in de gaten.

AMBULANT WORK

Toen ik net begon met dit werk was ik druk bezig met het opbouwen van een klantenkring, en dan weet je niet altijd waar je terecht komt als ambulante pedicure zijnde. Ik had altijd standaard een werkmesje op mijn scalphouder zitten in mijn werkkoffer, en mijn locatie deelde ik altijd met mijn man via mijn telefoon. Voor het geval ik terecht mocht komen bij iemand die hele ander ideeën had over een pedicure behandeling.  Gelukkig is er nooit  iets geks gebeurt, maar op je hoede zijn is (helaas) nou eenmaal nodig, en ik ken genoeg verhalen van collega-pedicures gehoord die wél vervelende ervaringen hebben meegemaakt. Een collega vertelde mij eens dat een mannelijke klant open deed met alleen een handdoek om zijn middel heen geknoopt, meneer had duidelijk andere intenties. Dit is gelukkig goed afgelopen, maar de ‘ballen’ hebben om dit doen zet je toch wel aan het denken.

EEN GOED BEGIN

Is het dan alleen maar kommer en kwel met die mannen? Nee zeker niet! Tijdens mijn werk word er vaak goed voor me gezorgd door de mannelijke klanten. Mijn koffer wordt de trap opgetild, koffie wordt ingeschonken, ik word in mijn jas geholpen en de deur wordt open gehouden voor me. En hoewel ik mezelf zie als een ‘indepent women’ kan ik ouderwetse hoffelijkheid ontzettend waarderen. En dit zal ik zeker meegeven aan mijn zoon. Want als het in de basis goed zit, komen we dan al niet een heel eind? Het is wel ok als je ’s avonds een beetje de afstand bewaart als je achter een meisje loopt in het donker zodat zij zich niet onveilig voelt, en het is niet ok om in de billen te knijpen van een meisje als je achter haar loopt in de discotheek. Als die kleine dingen nou eens wat meer zouden worden meegeven in de opvoeding aan onze jongens, zou dat dan niet het begin kunnen zijn van een grote verandering voor onze meisjes?


Cold Feet, Warm heart.

Picture Perfect

De tijdlijn op mijn facebook pagina stroomt vol met foto’s van gezinnen die genieten van de sneeuw. Kinderen op de slee, sneeuwpoppen die zijn gemaakt, selfies van dik ingepakte mensen met rode wangen van de frisse buitenlucht. Ik lig op de bank opgerold onder mijn warme fleecekleed met een kop dampende thee. Vanmiddag was ik ook buiten met de kinderen. De oudste vind het geweldig om met de slee langs de helling van de A20 af te roetsjen. Het was er gezellig druk, veel gezinnetjes die zich vermaakten in de sneeuw.

Maar ik ga er maar gewoon voor uitkomen: ik vind er niks aan. De kou die ervoor zorgt dat mijn vingers één voor één langzaam geel en gevoelloos worden (ondanks het dragen van 2 paar handschoenen over elkaar heen) , de hoeveelheid kleding die ik aan moet trekken voordat ik de deur uitga (om mezelf enigszins nog een beetje warm te houden), en het feit dat mijn lichaam er gewoon lang de tijd voor nodig heeft om weer opgewarmd te zijn. Nee, ik haat de kou. Ik heb warmte nodig: de zon, de sauna, ik mis het zo. Ik kan er niks aan doen, zodra de temperatuur daalt, daalt ook mijn goede humeur.

Liever onder de zon

Mijn dochter krijgt een beetje dezelfde trekjes. Toen we naar een uur sneeuwpret weer richting huis gingen klaagde ze steen en been over de kou. ‘Mama, ik denk aan Spanje, dat het lekker warm is en dat we bij het zwembad zijn.’ Dat vond ik een mooie gedachte, en ik fantaseerde nog een luie ligstoel met een goed boek erbij. Ik heb de wintersport ook echt nooit begrepen. Waarom zou je in godsnaam op vakantie gaan richting de kou terwijl je voor hetzelfde geld ruim een week heerlijk kan vertoeven op het zonnige Gran Canaria? Veel mensen hebben me geprobeerd te overtuigen van de voordelen van de wintersport: ‘Het is hartstikke leuk joh! Het is helemaal niet zo koud. Hartsikke gezellig’. Etc. etc. Ja apres ski dat lijkt me leuk, maar de rest sla ik met liefde over. Als ik vakantie heb dan wil ik gewoon met mijn luie lijf aan het zwembad liggen, cocktailtje erbij en vooral heel veel niks doen.

Maar, ik laat me niet kennen. Ik ga gewoon met mijn kinderen mee naar buiten als er gespeeld moet worden in de sneeuw. Ik sta lachend langs de kant als ze één voor één naar beneden roetsjen op de slee, ik doe mee met sneeuwballen gevechten, en ik bouw de meest creatieve sneeuwpop als dat nodig is. Alles voor de kids. Maar ik kan niet wachten tot de tempratuur weer gaat op lopen en mijn humeur en ik langzaam weer beginnen te ontdooien. Gelukkig ben ik niet de enige die er zo over denkt. Een goede vriendin zei pas geleden: leuk die sneeuw, maar na een dag mag het wel weer opgeruimd zijn.

Warme wijn

Ondertussen warm ik mijn koude ijsklomp-voeten en handen op aan mijn man, en zorg ik voor de inwendige mens door mezelf op een glas glühwein te trakteren. En ach, als je eenmaal weer warm binnen zit dan is dat witte landschap best wel mooi om te zien na een paar glaasjes warme wijn.


Brown eyes

Warme begroeting

Het is woensdagavond rond 19.00. Het is buiten donker en koud als ik aanbel bij mijn klant. Het is guur en de wind giert gemeen langs mijn gezicht. Ik duik nog dieper in mijn sjaal en probeer mijn handen warm te houden in de zakken van mijn winterjas. Het ganglicht schiet aan en de voordeur zwaait open.

Ik word enthousiast begroet bij de deur en volg hem richting de woonkamer. De kamer is ruim en warm, het hout in de open haard knettert gezellig en het doet me denken aan de vele weekendjes weg in knusse huisjes. De gordijnen zijn gesloten maar ik weet dat daarachter een uitzicht is wat niet zou misstaan op een ansichtkaart. Ik zet mijn werkspullen neer en als ik me omdraai staat hij voor me. Hij kijkt me intens aan met zijn donkerbruine ogen. Ik weet precies wat hij wil van mij.  ‘Ik kom hier om te werken’, zeg ik tegen hem. Maar hij blijft me indringend aankijken, alsof hij het niet heeft gehoord. Ik heb een zwak voor hem, en hij weet dat. Met mijn vingers streel ik door zijn bruine krullen die speels over zijn voorhoofd vallen.

Nog één keertje …

Dan loopt hij naar de ander kant van de woonkamer. Zal de boodschap zijn aangekomen bij hem? Nog geen vijf tellen later staat hij weer naast me, met een knuffel. ‘wat een mooi beertje’ zeg ik tegen hem terwijl ik het aanneem. De ogen van het beertje lijken precies op die van hem en ik smelt weer een beetje. Niet door de warmte van de open haard, maar door de blik in zijn ogen. Hij wil het echt heel graag. Ik weet precies welk spelletje hij wilt spelen , en ik geef toe. Vooruit, één keertje dan, maar dan ga ik echt beginnen met werken spreek ik hem toe.

Ik draai het beertje in mijn handen rond en gooi het met een flinke zwieperd door de kamer. Hij rent erachter aan en komt vrolijk kwispelend met het beertje in zijn bek terug rennen. Ik aai hem nogmaals over zijn koppie: ‘brave jongen, maar ik kom voor je baasje en nu ga ik écht beginnen met werken’. De boodschap is deze keer wel aangekomen en hij kruipt samen met zijn beertje in zijn warme mandje.

Onweerstaanbaar

Eenmaal thuis gekomen wordt ik vrolijk begroet door mijn hond. Ze snuffelt driftig aan mijn schoenen en broek. ‘Sorry, ik ben vreemd gegaan’, biecht ik haar eerlijk op.  Ze kijkt me aan en loopt naar de lade waar haar koekjes liggen. Alsof ze wil zeggen ‘maak het dan maar goed’. Ik geef haar haar lievelingskoekje en ze rent er blij mee naar het kleedje op de bank waar ze het liefst ligt.

Honden…onweerstaanbaar, toch?


A Mothers Call

Geen slaap

‘Mama, ik kan niet slapen’, zegt ze terwijl ze haar armpjes om me heen slaat. Het is rond negen uur in de avond, en ze kan de slaap niet vatten. Ik vraag haar wat er is, ‘ik wil gewoon bij jou zijn mammie’, is haar antwoord. Ik streel haar langen bruine haren en trek haar verder op schoot. Ze legt haar hoofd op mijn schouder en ze zucht vanuit haar tenen. Ik zeg haar dat ze even op de bank mag komen kroelen en haar lijfje ontspant. Binnen tien minuten is ze in slaap gevallen en leg ik haar terug in haar bedje.

Geen zon

Een paar dagen later op de donderdagochtend trek ik de deur dicht van een kamer in het verzorgingstehuis waar ik werk. Een half uur eerder heb ik de dame die daar woont getroost omdat ze het even zwaar had. ‘Iedereen wil ouder worden, maar niemand wil oud zijn’, klinkt het nog na in mijn gedachte. Ik slik een paar keer mijn tranen weg. Mijn gedachte gaan naar iemand die helaas niet oud heeft mogen worden en waar we gisteren afscheid van hebben moeten nemen. Het afscheid was heftig en intens. Er komt verdriet bij kijken wat je voelt in elke vezel van je lijf. Ik duw mijn werkkarretje vooruit, maar mijn motivatie wordt met elke stap minder. Een klant van mij noemt mij weleens ‘het zonnetje’, maar vandaag voel ik weinig reden om te stralen.

Part of the job

Dan hoor ik een bekende stem ‘Hallo Juudje’, zegt ze. Ik kijk op en mijn blik wordt naar een paar donkerbruine ogen geleidt. Ogen die ik al mijn hele leven ken. Het is mijn moeder die in de lange gang staat van het verzorgingstehuis waar ik werk. Ik zeg niks en loop naar haar toe. Ik leg mijn hoofd op haar schouder en vecht tegen de tranen. ‘Hoi mam’ zeg ik met een brok in mijn keel. Haar warme armen slaat ze om mij heen. Vijf minuten laten zitten we aan de koffie. Ik vertel haar over het emotionele afscheid en ze luistert naar mijn verhaal. Daarna gaat het over het werk, dat het een mooie afleiding kan zijn, maar dat je altijd ‘aan’ staat. Je luistert naar de verhalen van de klanten terwijl je die van jezelf weg cijfert. Dat is ‘part of the job’, maar dat valt op een dag als vandaag niet altijd mee. Na het koffie kwartiertje zijn mijn tranen opgedroogd, en mijn hart is gelucht. Dit was precies waar ik behoefte aan had. ‘ik voelde dat ik nodig was’, zegt ze me later.

Na regen…

We hebben allemaal weleens een schouder nodig. Van een moeder, van een vriendin, of van iemand anders die dat kan bieden. Pak die schouder, hou ‘m vast, wees ‘m dierbaar. Want uiteindelijk schijnt er achter de wolken altijd de zon.