It’s all good

Op dit moment zijn wij een midweekje weg. Even met zijn vieren, in een huisje, vlakbij het strand. Hond mee, gourmetstel mee, camping smokings mee, en het grote genieten kan beginnen. Niks moet, alles mag. En dat lukt ons heel goed. De dagen worden gevuld met uitslapen, brunchen, zwemmen, spelletjes aan de keukentafel, lekker eten, en fijne drankjes.

En dat zwemmen, dat vind ik eerlijk gezegd altijd een onderneming. Zo’n subtropisch gebeuren is voornamelijk een paradijs voor de kids, maar ik lig liever in bikini aan het zwembad onder de zon in plaats van als een malle door de wildwaterbaan te spartelen en tegelijkertijd te proberen mijn strapless badpak op zijn plek te houden. Na het zwemspektakel gaat de gezelligheid nog door tijdens het afdrogen en aankleden. De hokjes zijn te klein om je achterste fatsoenlijk te kunnen keren en jezelf af te drogen zonder dat er een kledingstuk of een handdoek op de vloer valt.

Daarom maak ik het mezelf en de kids het zo comfortabel mogelijk tijdens deze zwemavonturen. Wij gaan voor het gemak, en hijzen ons in onze jogginpakken en onesies als we naar het zwembad gaan. Makkelijk om uit te trekken en ook heel makkelijk om weer aan te trekken. Dat het alles-behalve-charmant is, dat maakt ons niet uit. ‘Ze kennen ons toch niet’, is ons motto deze mini-vakantie.

Dus op een middag, als we ons weer klaar maken voor het zwemmen, zegt manlief terwijl we in de gang staan: ‘ik ben er klaar voor’. Ik draai mij om en mijn blik valt op zijn slippers met sokken erin. ‘Prachtig schat, niks meer aan doen’, zeg ik terwijl ik de jas van mijn jongste dichtrits. Zo passen we mooi bij de omgeving, we zijn al aardig geïntegreerd hier in Center Parcs.

We lopen de deur uit en de kinderen rennen vooruit, de chloorlucht van het zwembad komt ons buiten al tegemoet. De familie Tokkie, onderweg naar weer een paar uurtjes waterfestijn. De gedachte dat mijn eerste werkdag precies over een week weer gaat beginnen schiet door mijn gedachte. Morgen gaan we weer terug naar huis, terug naar de stad, terug naar de A20 die ik hoor ruizen als ik de ramen van de kamer van de kinderen open zet ’s ochtends, terug naar de metro die we in de verte zien rijden, en terug naar de geluiden van de sirenes die regelmatig hoorbaar zijn in de verte. Ik hou van de stad, maar ik hou ook van het strand en de rust die daarbij hoort. De gedachtes aan werken en aan de stad verdwijnen weer langzaam uit mijn gedachtes als ik eenmaal in het warme zwembadwater lig te weken. Its all good.

Beautiful people

Ik draai mijn auto de boulevard op, de Rotterdamse vlag hangt trots in de wind te wapperen. Mijn blik dwaalt even af naar het strandje aan de overkant van de winkels, de zon schijnt en het is een mooie herfstdag. Ik parkeer mijn auto tussen een witte range rover en een zwarte BMW in. Mijn kleinere paarse auto valt een beetje weg tussen deze twee grote vierwielers in.

Na een klein half uurtje kom ik terug van boodschappen doen. Ik zet mijn boodschappen op de achterbank van mijn auto. Mijn kofferbak is niet ruim en is al in beslag genomen door mijn werkspullen dus de boodschappen passen er niet meer bij. Ondertussen is de eigenaar van de auto naast mij ook aangekomen bij zijn auto, en zegt met een glimlach: ‘dat past zeker niet in je kofferbak?’. Ik lach om zijn opmerking en zeg: ‘Nee klopt, maar Ik heb wel altijd plek met parkeren’, antwoord ik terwijl ik naar zijn auto kijk. ‘Ja daar heb je gelijk in’ zegt hij.

Ik woon in een mooie wijk, waar de mensen het goed hebben. De auto’s zijn groot, de huizen zijn niet goedkoop, en de kinderen lopen veelal in merkkleding. Ik ben me er van bewust dat wij het goed hebben, ik zie om me heen dat er mensen zijn die het een stuk minder hebben. Klanten die hun afspraak een paar weken willen opschuiven omdat ze even het geld niet hebben, of die vragen of ze later mogen betalen omdat ze het nog even niet kunnen betalen. Ik doe daar nooit moeilijk over, en ik kan de eerlijkheid ook erg waarderen.

Het is menselijk om meer te willen, om elke keer weer een treetje omhoog te gaan, daar is tenslotte de piramide van Maslow op gebaseerd, het zit in ons systeem. Maar wanneer hebben we genoeg? Wanneer is het punt bereikt waarop we zeggen: ik ben gelukkig met wat ik heb, en wie ik ben. Dat is natuurlijk heel persoonlijk, iedereen is daar weer anders in, en ik vind dat verschil mooi om te zien.

Pas geleden had ik het hierover met een klant, tijdens de behandeling, die in dezelfde wijk woont als ik. Omdat we in dezelfde leeftijdsfase zitten hebben we veel raakvlakken, en daardoor de leukste gesprekken: Wat maakt jouw gelukkig in je leven? Is dat een baan met aanzien? Is dat een groter huis? Of een luxe auto? Ik zelf ben het gelukkigst als ZZP’er, scheurend in mijn Aygo door de stad om bij de mensen thuis hun voeten te verzorgen. Word ik hier rijk van? Nee, dat niet, maar wel erg gelukkig.

Toen ik de behandeling afrondde met de desbetreffend klant wenste ik hem fijne feestdagen toe, en melde ik ook nog even het feit dat er volgend jaar een tariefverhoging aan komt. ‘ik geef je groot gelijk’, reageerde hij erop. Tja tenslotte willen we allemaal een beetje meer…. ?

Liefs, Judith

Green happiness

Ik stap naar binnen bij mijn eerste klant van de dag en begroet hem. Meneer is bezig met zijn planten, hij schuift ze wat heen en weer totdat ze op de juiste plek staan. De één moet in het volle daglicht, de ander juist niet, het is een hele studie. ‘Zal ik u even helpen daarmee? Straks valt u nog, dat moeten we niet hebben hoor’, zeg ik tegen hem. ‘Nee, nee ze staan goed zo’, antwoord meneer die al aardig op leeftijd is.

Hij ploft neer in zijn stoel en zucht: ‘zo die staan er weer goed bij’, zegt hij terwijl hij zijn kamer rond kijkt. Meneer heeft een hoop planten, en ze staan er allemaal even mooi bij, een gemiddeld tuincentrum zou jaloers zijn op zijn verzameling. ‘Zie je die plant? Hoe mooi de blaadjes open staan? En ’s avonds gaan ze weer naar binnen, zo mooi om te zien hoe de natuur zijn werk doet’. ‘Nou zeker mooi om te zien’, antwoord ik hem terwijl ik aan mijn eigen plantjes in de woonkamer denk, die er hier maar triest bij af steken.

Ik begin met de behandeling en meneer verteld mij over vroeger, dat hij een grote tuin had die hij met liefde verzorgde. ‘Wist je dat je slakken kan lokken met bier’, geeft hij mij als tip. ‘Nou wat toevallig, mij kan je lokken met wijn’, antwoord ik hem. Hij lacht en verteld dat hij liever een advocaatje heeft. Ik denk aan mijn oma, en zie haar voor mij, lepelend aan een glaasje advocaat met een flinke toef slagroom er boven op gespoten.

Aan het einde van de behandeling ruim ik mijn spullen op en meneer staat langzaam op en zegt: ‘zo, ik ga nu even de stad in met de bus, even op de markt kijken of er nog mooie planten te koop zijn, ze hebben daar goede planten hoor, echt de moeite waard’. Ik kijk zijn kamer rond en vraag me af waar hij ze in godsnaam gaat laten. Er is niet veel ruimte meer. Maar de meneer met de groene vingers en de aarde onder zijn voeten vind vast wel weer een plekje voor de uitbereiding van zijn hobby, en de volgende keer mag ik ze weer bewonderen. Stiekem ben ik wel een beetje jaloers op zijn groene vingers. Ik presteer het zelfs om vetplanten dood te laten gaan. Gelukkig ben ik beter met mensen…

Head over heels

Steeds meer mannen weten de weg naar de pedicure te vinden, hallelujah daarvoor! Persoonlijk kan ik het erg waarderen als mannen goed verzorgd zijn, en voetverzorging valt daar ook zeker onder. Zo vertelde een klant (dame, 94 jaar) van mij eens: ‘mijn vader zei altijd, je haar en voeten moeten goed verzorgd zijn, de rest kan er dan wel goed uit zien, maar als dat niet klopt dan klopt het hele plaatje niet.’

Deze meneer had het dus al snel door, en de generatie van nu lijkt zich daar nu ook meer bewust van te worden.

Zo was ik pas geleden bij een jong stel, achter in de twintig-begin dertig. Hij had last van moeilijke nagels. ‘Als ik een bekende tegen kom op het strand dan schuif ik mijn tenen onder het zand, ik schaam me er echt voor. Ik ben ooit weleens in een pedicure salon geweest, maar ik voelde me toch niet op mijn gemak’.

 Het beeld dat een pedicure salon iets voor vrouwen is, is een hardnekkig vooroordeel. Want dat is het absoluut niet. Hoewel ik me kan voorstellen dat als je als man zijnde in een ruimte zit met een pastel kleurtje op de  muren, de Linda in de lectuurbak en een  roze handdoek onder je voeten je niet echt op je gemak voelt.

Het merendeel van de pedicure salons heeft een andere uitstraling natuurlijk, maar bovenstaand beeld popt bij  mannen wel in hun hoofd als ze denken aan een pedicure salon. En dan is het toch wel fijn als de pedicure aan huis kom, zodat ze veilig in hun mancave kunnen blijven.

In mei 2018 is een collega een pedicure salon begonnen in Rotterdam voor uitsluitend mannen. (Bottles&Feet Grooming for men)  De mannen kunnen heerlijk relaxen in een comfortabele fauteuil, kijkend naar netflix, onder het genot van een bakkie koffie in een stoere salon die mooi aansluit bij de doelgroep. Ik vind het een top concept, en ik weet zeker dat dit voor mannen een fijne plek is waar ze op hun gemak van een professionele pedicure behandeling kunnen genieten.

Bij mij zijn het trouwens vaak de vrouwen die de afspraak maken voor hun man: ‘kan je een keer langs komen voor mijn man? Hij wil zelf niet naar een pedicure toe en ik vind het nu echt tijd worden dat ie wat aan zijn voeten laat doen, het kan echt niet meer’.  Ik sprak pas geleden een bejaarde dame die mij vertelde dat ze altijd naar de pedicure gaat, al jarenlang. Haar man nam ze altijd mee, en na haar scheiding nam ze man nummer twee ook mee: ‘ik ga toch niet naast een man in bed liggen als hij van die vieze kalknagels heeft, nee echt niet hoor, vertelde ze me lachend.

 Vaak hebben de mannen tegen die tijd zich er wel aan toe gegeven, en als ze eenmaal een behandeling hebben gehad zien ze toch wel het nut in van een pedicure behandeling en ervaren het ook als een stukje ontspanning. Zo had ik eens het type stoere bouwvakker in mijn stoel die werd gebeld tijdens de behandeling. ‘Waar ik ben? Ik ben bij de pedicure, weet je hoe fijn dat is man, zou je ook eens moeten doen’, antwoorde hij terug.

Dus mannen, kom maar op hoor met die maat 47. De pedicure is er echt niet alleen voor de dames. Want zoals eerder gezegd: je kan er nog zo goed verzorgd eruit zien, maar als je kapsel en voeten niet goed verzorgd zijn dan is het plaatje niet compleet.

Corries Goodbye

Het was maandagmiddag toen ik op mijn telefoon 5 gemiste oproepen zag van Corries schoondochter. Terwijl ik met mijn kinderen de hond uitlaat bel ik haar terug. ‘Er zal toch niks ernstigs aan de hand zijn met Corrie?’, schiet er door mijn hoofd heen als de telefoon over gaat. Helaas wordt mijn vermoeden bevestigd: ‘mijn schoonmoeder is afgelopen weekend overleden’, verteld haar schoondochter mij.

Ik weet even niet hoe ik moet reageren, wat ik moet zeggen. Dit zag ik niet aankomen. Corrie was hartpatiënt, maar ik had het idee dat ze redelijk goed weer in haar vel zat. ‘Ze is overleden aan een hartinfarct, ze hebben van alles geprobeerd, maar het heeft niet mogen baten. De uitvaart is woensdag, je bent van harte welkom’. Dan bedenk ik me dat ik nog mooie portretfoto’s van Corrie heb, gemaakt door de fotograaf tijdens een fotosessie voor mijn werk. Ik stel voor om ze door te mailen, misschien hebben ze er wat aan. Later die avond krijg ik een berichtje erover: ze zijn erg blij met de foto’s, ze kiezen de mooiste uit voor op haar kist.

Op de desbetreffende woensdag loop ik het zaaltje in waar de condoleance plaats vind. Ik herken haar zoon van de foto en condoleer hem, zijn broer en haar schoondochter. ‘Ze was erg op je gesteld, en vond het altijd fijn als je er was’. Haar schoondochter vult aan: ‘ze was stiekem trots op het feit dat je over haar schreef. Ze had het fijn gevonden dat je er bent. Ze had trouwens nog wat voor je klaar liggen, ze was al een beetje aan het ruimen’. Ik krijg 2 beeldjes en een plantenpotje in een zakje. Ik neem het aan en drink mijn koffie op. Ik bedank ze voor de uitnodiging en verlaat het zaaltje.

Terwijl ik over het terrein terug loop naar mijn auto met de spulletjes in mijn hand piept de zon door de wolken heen. Ik denk aan Corrie, aan de gesprekken die we hebben gehad, we hebben veel gelachen, maar er zaten ook serieuze gesprekken tussen. Over het feit dat ze het moeilijk vond om alleen te zijn, om weinig buiten te komen. ‘Van mij hoeft het soms niet meer’, zei ze de laatste keer dat ik haar sprak. ‘Nou Corrie, niet zo gek praten hoor, ik kan je nog niet missen’, antwoorde ik haar. Maar het leven loopt nou eenmaal niet zoals we zouden willen, en dan moeten we dealen met het afscheid nemen van de mensen die we het liefst langer bij ons hadden willen houden.

Ik hoop dat ze de rust heeft gevonden die ze nodig had. Ik kan me moeilijk een voorstelling maken van de hemel, maar ik zie Corrie voor me die daar nu gezellig een partijtje aan het bingoën is. Met van te voren een fatsoenlijke bak bami en na afloop een kopje koffie met een rol degelijke ‘kaakies’.

Als ik de volgende dag mijn agenda erbij pak om een afspraak te maken met een klant kom ik haar naam tegen, we hadden de volgende twee afspraken al ingepland. Ik pak een gum en veeg haar naam uit. Haar naam verdwijnt uit mijn agenda , maar Corrie zelf zal zeker niet uit mijn herinneren verdwijnen. Dank je wel Corrie, voor de mooie momenten, je was een bijzondere klant. Eigenlijk was je meer dan een klant voor mij. Rust in vrede.

Liefs, Judith

*Blog en foto geplaatst met toestemming van de familie van Corrie*

The C-Word

Kanker is één van de meest voorkomende gespreksonderwerpen als het om ziektes gaat. Iedereen kent wel iemand die het heeft, of heeft gehad. En hoe ouder ik word, des te meer ik er over hoor. En binnen mijn klantenkring is dat zeker niet minder.

De verhalen die ik krijg te horen van mijn klanten die er mee te maken hebben gehad, zijn uiteenlopend: sommige zijn met een goede afloop, sommige zijn nog aan het herstellen, en een enkele binnen mijn klantenkring heeft geen prettig vooruitzicht: zij is uitbehandeld en volgens de prognose zal zij nog maar een paar maanden te leven hebben.

Kanker is een vreselijke ziekte, het sloopt je, zo wel lichamelijk als geestelijk. De overlevers zijn na de strijd doodmoe, moe van het vechten, en moe van de onzekerheid. Als de strijd gestreden is en ze zijn weer schoon verklaart dan begint de psychische strijd: komt het nooit meer terug? Blijf ik gezond? En de impact van het feit dat je lichaam je in de steek heeft gelaten is heel groot. Het zal altijd onderdeel blijven van hun leven, voor de rest van hun leven.

Daarom kan ik me zo ontzettend opvreten over het feit dat het tegenwoordig normaal is om het woord kanker als scheldwoord te gebruiken. ‘kanker-lelijk’, ‘kanker-moeilijk’, etc. Blijkbaar hebben deze mensen geen besef van het impact van dit woord. Hoe zouden zij met het woord omgaan als zij een dierbare hebben in hun omgeving die ervaring zou hebben met deze vreselijke ziekte? Of is een dagje meelopen bij Daniel den Hoed misschien een idee voor deze mensen? Een beetje inzicht krijgen van wat deze ziekte nou eigenlijk inhoud? Lijkt me een behoorlijke eyeopener voor degene die deze ziekte zo makkelijk als scheldwoord gebruiken.

Het valt mij op dat de (ex)kankerpatiënten binnen mijn klantenkring zelf heel krachtig over komen en de strijd vaak aan gaan, of zijn gegaan, met humor. Zo vertelde een klant van mij een verhaal over de bestraling van haar borsten bij Daniel den Hoed: ‘Mijn tepels werden er pikzwart van. Ik zei tegen de verpleegsters: als je ergens een tepel op de grond vind, dan is die van mijn hoor’. Galgenhumor, het is haar manier van omgaan met deze moeilijke periode en we moesten samen lachen om deze uitspraak van haar.

Laten we dit beladen woord met respect behandelen. Want respect is het minste wat de mensen verdienen die ervaring hebben met deze ziekte. Kies je woorden zorgvuldig uit, en denk goed na voordat je zomaar wat over straat roept of op social media plaatst. Er zou zomaar iemand tussen kunnen zitten die op dat moment diep van binnen de strijd aangaat met dit monster, en degene kan alle steun van de wereld gebruiken.

Liefs, Judith

Ps. De lieve meneer op de foto heeft kanker overleeft, en heeft toestemming gegeven voor het plaatsen van de foto. Daarnaast is er toestemming gegeven voor het gebruik van de quote over de borstbestraling door de desbetreffende dame. Bedankt lieve mensen, voor het delen van jullie verhalen, en voor de deskundige blik op deze blog voordat ie online ging. Jullie zijn kanjers. X

Open arms

‘Buenas tardes, como estat?’, probeer ik in mijn meest vloeiende Spaans te zeggen als ik binnen kom. Mevrouw begint meteen in rap Spaans te kletsen, en ik probeer haar uit te leggen dat ik niet verder kom dan de standaard zinnetjes. Ze kijkt me vragend aan terwijl meneer het voor mij vertaald. ‘Ze zegt dat je lekker bruin bent geworden’. Ik antwoord met ‘gracias’ en een glimlach, en loop verder hun woonkamer in om me te installeren.

Meneer wil eerst weten hoe het met mij gaat. We hebben elkaar al een poos niet gezien omdat ik er een tijdje uit ben geweest ivm de operatie en aansluitend mijn vakantie heb gehad. Zijn voeten zijn in de tussentijd behandeld door een lieve collega die waar heeft genomen voor mij in de tussentijd. ‘Het gaat goed, heel goed, dank u wel’, antwoord ik.

Ik kom nu ongeveer zo’n driekwart jaar bij deze lieve mensen over de vloer. Ze zijn van Spaanse komaf. Hun huis staat vol met foto’s van familie, de tv staat standaard op een Spaanse zender, en ze praten Spaans tegen elkaar, en ik hou daarvan. Zo lang ik me kan herinneren gingen wij vroeger op vakantie naar Spanje. Met de auto naar de camping. Spanje voelt daarom voor mij een beetje als thuis komen: de muziek, de taal, de mensen, het eten, ja ik heb een zwak voor Spanje. En dus ook voor deze mensen.

De eerste keer dat ik bij hun kwam voor een behandeling werd ik meteen gewezen op de foto’s aan de muur. Ik heb ze allemaal uitgebreid bekeken en toen ik weer buiten stond kenden ik de hele familie, wie bij wie hoort, wat voor een werk ze doen, en waar ze wonen. Het werd me allemaal verteld met veel trots.

Afgelopen keer moest ik even met ze koffie drinken in de tuin, mevrouw stond erop. Ik kan daar geen nee tegen zeggen, ik neem regelmatig even extra de tijd voor klanten. De verhalen die de mensen mij vertellen is mij dat meer dan waard. En dat extra kwartiertje op een dag kan er echt wel even vanaf. Pauze neem ik nooit, dus dat compenseer ik dan mooi op deze manier.

Na de koffie stond ik op om gedag te zeggen, ondertussen waren hun dochter en kleinkinderen ook langs gekomen. (De kleinkids werden door oma op schoot getrokken en gekust en geknuffeld, de kids lieten het allemaal gebeuren en vonden het prima, een lief tafereeltje.) ‘Nou tot de volgende keer’, zeg ik tegen ze. Dan pakt mevrouw mij even vast en ze geeft mij twee zoenen op mijn wang. ‘Guapa’, zegt ze tegen mij, waarop ik antwoord: ‘Nee, u bent guapa’. Ze lacht, en terwijl ik zwaai roep ik nog even ‘adios’ terwijl ik de trap afloop met mijn spullen.

Ooit wil ik eens een keer een cursus Spaans volgen, dat staat echt hoog op mijn lijstje, ondertussen leer ik bij deze lieve mensen af en toe wat woordjes bij. Zo weet ik hoe ik mijn koffie in het Spaans moet bestellen: café negro, en het woordje voet is ‘pie’. Maar het allerleukste is toch wel die Spaanse gezelligheid, het familiare, het warme welkom elke keer weer als ik voor de deur sta bij ze. En daar kan geen cursus tegen op.

Liefs, Judith

Ps. Blog is geplaatst met toestemming van señor, señorita y familia.

Every step you take….

Er wordt regelmatig gevraagd hoeveel uur ik in de week werk. ‘Bedoel je de uren die ik besteed aan pedicuren? Of in totaal?’ vraag ik dan. Want totaal loopt dat op tot zeker zo’n 40 uur in de week. Naast de praktijk is er nog een groot gedeelte waar ook heel veel tijd in gaat zitten: administratie, social media, mijn blog, naar de groothandel, en het beantwoorden van berichtjes. Dat laatste kan via mail, facebook of via WhatsApp. Op mijn site staat een WhatsApp button waardoor de mensen meteen met mijn kunnen appen als ze dat willen. Tegenwoordig appen de mensen liever dan dat ze bellen, en ik vind dat prima. Ik reageer,als het mogelijk is,vrij snel op berichtjes, dan is het meteen maar afgehandeld, en ik weet dat het wordt gewaardeerd.

Ik had al moeite om prive en werk gescheiden te houden toen ik nog in loondienst was, en als ondernemer is dat zeker niet minder geworden. Ik ben elke dag bezig met mijn werk, ook als ik vrij ben: toch nog even die ene klant een berichtje sturen, toch nog even wat op social media plaatsen, toch nog even aan mijn blog werken. En ik doe het met veel liefde, mijn zaak is mijn kindje en daar moet je goed voor zorgen.

Zelfs op vakantie kan ik het niet loslaten. Ik kan het niet laten om naar de voeten van de mensen te kijken. Bij het zwembad is het helemaal erg, als de badgasten op hun zonnebedje liggen dan scan ik de voeten: eelt, kloven, onverzorgde nagels, afgebladerde nagellak. Ik kan er niks aan doen, mijn ogen worden er naar toe getrokken. Tijdens een dagje Efteling was het ook raak: mensen met te kleine slippers, mensen die naar binnen toe lopen met hun voeten, mensen die naast hun schoenen lopen (letterlijk)etc. etc.

Ik was er al voor gewaarschuwd op mijn opleiding die ik deed op Rotterdam Zuid. ‘ Je zal zien, als je op de roltrap staat op Zuidplein dat je naar de voeten kijkt van de persoon voor je’. Je let op de stand van de voeten, naar de schoenen. En gelijk had deze lerares.

Dus lieve mensen, wees gewaarschuwd: Zie je niet het nut in van goede verzorgde voeten? Denk je dat er niemand op je voeten let? Er zou zomaar een pedicure in de buurt kunnen zijn die ze stiekem onder de loep neemt. Of ze nou aan het shoppen is op haar vrije dag, of een dagje strand doet, wij zijn nooit off duty 😉

Liefs, Judith

Ps. De foto is gemaakt tijdens mijn vakantie, want zo’n voetenfoto is toch altijd handig om te hebben voor op mijn blog of social media?

Life is beter when you’re laughing.

Het is nu ruim drie weken geleden dat ik ben geopereerd, en de mist in mijn hoofd is al redelijk opgetrokken: de vermoeidheid en de warrigheid nemen af, mijn concentratievermogen en energiegehalte nemen langzamerhand toe.

Er is geen pijn meer, geen maandelijkse issues, geen onzekerheden, en geen getob. Ik had een haat-liefde verhouding ermee, en nu die eruit is voel ik me opgelucht. Het is het huisje geweest van mijn zoon en dochter voor 9 maanden lang, en het heeft op dat gebied goed zijn werk gedaan. Maar vanaf mijn 11e ook veel ellende gezorgd. Hebben jullie al een vermoeden waar ik het over heb? Ja, precies: mijn baarmoeder. Mooi woord eigenlijk : baarmoeder, in het Engels noemen ze het uterus, klinkt toch minder romantisch.

Het was een pittige beslissing, en de beslissing was ook echt niet zomaar gemaakt: er is veel aan vooraf gegaan. Tijdens het wikken en wegen hierover sprak ik mijn moeder: ‘Mam, ik vind het best heftig, mijn kindjes hebben er 9 maanden veilig in gezeten, en het is toch een stukje vrouwelijkheid. Waarop mijn oh -zo -praktisch -ingestelde moeder zei: ‘Juud, je moet het maar zo zien: het heeft zijn werk goed gedaan, maar nu is het tijd voor een nieuwe fase.’ En met die gedachte ben ik de operatie in gegaan.

De aanloop naar de operatie toe, was een lange aanloop. De klanten die stonden ingepland voor die tijd moesten verschoven worden of werden bij een collega ondergebracht. Ik heb aardig wat uren gebeld en ge-appt om dit zo goed mogelijk te regelen. En wat waren de reacties lief: ‘rustig aan he?’, ‘heel veel succes, we denken aan je’. Of: ‘je neemt je rust hoor, als je toch eerder op de stoep sta dan doe ik gewoon niet open voor je’. In het verzorgingstehuis waar ik eens per week werk werd door een bewoner voorgesteld om de operatie zelf even te doen: ‘gaan ze je baarmoeder verwijderen? Nou dat kan ik ook wel voor je doen hoor.’ Waarop ik antwoorde: ‘de alcohol en mesjes heb ik zelf ook dus waarom niet’. Lachend zei ik hem gedag, en beloofde ik hem om over 8 weken weer gezond terug te komen.

Mijn eierstokken hebben ze laten zitten, in tegenstelling tot de buurvrouw met wie ik een kamer deelde in het ziekenhuis. Bij haar was alles verwijdert: ze had baarmoederhalskanker. Ze was al een stuk ouder als dat ik ben, er ze was er vrij nuchter onder, ze had er alle vertrouwen in dat het niet was uitgezaaid. Ondanks dat we er niet voor de lol lagen hebben we ontzettend gelachen met elkaar. Ik hoefde maar één nachtje te blijven, zij moest twee nachtjes blijven. Tijdens de nacht maakte zich zorgen toen ze me niet hoorde: ‘meid’, zei ze de volgende ochtend, ‘wat ben jij stil tijdens het slapen, ik dacht echt even dat je dood was, oh wat erg toch voor dat gezinnetje schoot er door mijn hoofd.’ zei ze. Wat heb ik gelachen om die opmerking, wat een drama, maar ook om haar humor, ze heeft een heftig leven gehad, maar ze bleef overal de humor van inzien. (Je kan iemand goed leren kennen als je 24 uur samen een kamer deelt kan ik je vertellen ;-))

Al met al is het eigenlijk precies van wat ik me er van had voorgesteld en ik kan me redelijk rustig houden. Iemand had mijn moeder al gewaarschuwd: ‘bind die maar vast, anders neemt ze haar rust niet’. Maar het lukt me aardig, en het delegeren gaat me ook prima af. Zal ik het er nog maar even van nemen dan? Nog maar even extra in de watten laten leggen? Of zoals ik tegen een vriendin zei; ‘ik denk dat ik me vaker laten opereren, ik word zo vertroeteld door iedereen. Gekscherend natuurlijk, want ik weet ook echt wel als geen ander, dat gezond zijn één van de grootste rijkdommen is.

Maar humor houd je op de been, Ze zeggen weleens dat humor het beste medicijn is. Soms is het gewoon nodig om even de scherpe kantjes van het leven af te halen, dan kan je maar beter de lol van bepaalde situaties inzien, anders wordt het allemaal zo zwaarmoedig, en daar is het leven toch te kort voor? Want tenslotte is een dag niet gelachen, een dag niet geleefd.

Liefs, Judith

Ps. als ik lol heb, dan lach ik met mijn mond open, kraaienpootjes om de ogen, en een hard geschater, heel charmant, that’s me 😉

 

Big city, Big hearts

Ik sta op het afgesproken tijdstip op de stoep bij een nieuwe klant. Na drie keer aanbellen, een paar keer kloppen, en haar een paar keer geprobeerd op haar telefoon te bereiken geef ik het op. Ze is niet thuis.

Dan hoor ik een stem achter me: ‘Daar sta je dan met je goeie bedoelingen’. Ik draai me om en kijk in de ogen van de buurman, vriendelijke ogen van een bejaarde man. ‘Weet u waar uw buurvrouw is? Ik had een afspraak met haar’, vertel ik hem.

Hij vertelt mij dat hij haar die ochtend nog heeft gezien, en dat hij het voor de rest ook niet weet. We bellen en kloppen samen nog een keer aan, maar tevergeefs….
‘Je mag anders wel even binnenkomen bij mij voor een bakkie thee of koffie’, bied de gastvrije buurman aan.

Mijn moeder heeft mij geleerd om geen drankjes aan te nemen van vreemde mannen, maar deze ziet er alles behalve onbetrouwbaar uit.
En aangezien ik toch even de tijd moet overbruggen naar de volgende klant, en een bakkie koffie er altijd wel in gaat besluit ik om in te gaan op zijn uitnodiging.

Eenmaal binnen word ik rondgeleid door zijn knusse benedenwoning en ondertussen staat de koffie te pruttelen. We gaan op zijn bank zitten en meneer verteld over vroeger: over zijn tijd bij de marine, over zijn vrouw die hij een paar jaar geleden heeft verloren en nog zo erg mist, en over zijn schilder-hobby. Ik geniet van mijn spontane pauze terwijl meneer verder verteld.

Na een half uurtje besluit ik om verder te gaan met werken, en bedank ik hem voor de koffie, de gezelligheid, en zijn gastvrijheid.

Ik ga verder met mijn planning waar aan het einde van de middag even een tussenuurtje in zit. Ik besluit om die te overbruggen door even het centrum in te rijden om mezelf op een Poke Bowl te trakteren. Het heeft geen nut om naar huis te rijden, tegen de tijd dat ik daar ben kan ik weer terug.

Terwijl ik geniet van mijn sushi-snack denk ik aan de gastvrijheid die ik onderweg al vaak heb mogen meemaken bij mijn klanten: ‘Juud, je bent altijd welkom, ook al ben je niet aan het werk, of als je wat tijd moet overbruggen tijdens het werk dan weet je dat je altijd langs mag komen’. Ik heb het regelmatig gehoord.

Na die anderhalf uur sta ik bij mijn volgende klant voor de deur, zo rond half 7 in de avond. Tijdens de behandeling vertel ik haar dat ik mezelf even heerlijk heb getrakteerd waarop ze antwoord: ‘meid, je weet toch dat je hier ook altijd een boterham mag eten’.

En dat is , denk ik, één van de meest grote misverstanden van de mensen in de stad: ze zouden niet gastvrij zijn , afstandelijk, en op zichzelf. Terwijl ik het meest aanspraak heb in de lift, voor het stoplicht, of zomaar bij een buurvrouw op de stoep. Juist de mensen in de stad hebben even dat praatje nodig, het leven hier gaat allemaal al zo snel. En soms komt er iemand op het juiste moment die er even voor zorgt dat je de juiste aandacht krijgt. Of dat nou de pedicure is, de buurman, of een onbekende in de lift, het kan je hier zomaar even overkomen….

*Ps: met de buurvrouw gaat het goed, ze was door de omstandigheden de afspraak vergeten.