Small talk, big heart

Ze ligt op bed terwijl ze naar buiten tuurt. Haar slaapkamer heeft een mooi uitzicht, mensen en auto’s komen voorbij en verdwijnen weer in de drukte van de stad. Haar dunne lichaam is verstopt onder warme dekens, een glimlach verschijnt op haar gezicht als ik haar slaapkamer binnen kom. Ik begroet haar vriendelijk, maar vraag bewust niet hoe het met haar gaat. Het antwoord weet ik namelijk al, en ik wil haar niet confronteren met haar ziekte. Ik had me van te voren voor genomen dat ik de behandeling luchtig en gezellig zou houden: ‘tutten en kletsen’ is de insteek. Het moet een welkome afwisseling zijn voor haar.

Ze is precies 10 jaar jonger als dat ik ben. Toen ik haar leeftijd had was ik bezig met het starten van een gezin, we waren bezig om zwanger te raken van ons eerste kindje wat vrij snel lukte, drieënhalf jaar later werd ons tweede kindje geboren. Zij is totaal met andere dingen bezig, maar ze vraagt heel geïnteresseerd naar mijn kinderen. Hoe oud ze zijn, hoe ze heten, en hoe ze het op school doen. Ik vertel haar een paar grappige quotes van mijn kinderen (daar zou ik serieus een boek mee kunnen vullen), ze lacht erom en ze verteld vol passie over haar nichtjes en neefjes die bij vlakbij haar in de buurt wonen en die regelmatig langs komen.

We praatten niet over haar ziekte, over de pijn die ze heeft, of over haar vooruitzichten. We kletsen over koetjes en kalfjes. De gehele pedicure-behandeling lacht ze, klets ze, verteld ze honderd uit over wat haar bezig houdt. Na de behandeling loop ik naar de keuken om mijn handen te gaan wassen. Ik zie foto’s van de periode van toen ze nog gezond was. Een vrolijk, stralend meisje kijkt in de camera. Dat vrolijke meisje zit nog in haar, verborgen in een ziek lijf. Als ik klaar ben met het opruimen van mijn spullen, loop ik nog even naar haar toe. Ik ga op de rand van haar bed zitten, ik pak haar hand en zeg haar gedag.

Als ik haar kamer uitloop werp ik nog even een blik naar buiten, naar het uitzicht op de stad. Daar gaat alles gewoon door, alsof er niks aan de hand is. Mijn wereld stond even een klein uurtje stil. Een uurtje waar ik er alleen even voor haar was. Voor die ontzettende sterke, lieve en positieve jonge vrouw, die ondanks haar ziekte blijft glimlachen en geïnteresseerd blijft in andermans wereld. Er komt een dag dat ze er niet meer is. Dat ze afscheid heeft genomen van dit leven. Ik wens haar, en haar naasten alle kracht van de wereld toe. Sommige mensen maken een indruk voor het leven, en zij is daar zeker ééntje van….

When the going gets tough

Ze ligt met haar oogjes dicht in haar warme mandje, ze slaapt. Maar zodra ik haar riempje pak gaan haar ogen meteen weer open. ‘Wat gaat het vrouwtje doen? Gaan we wandelen? Ze kent het ritme van het gezin als geen ander, ze is er al bijna 11 jaar onderdeel van. Ze wordt een dagje ouder, en dat is goed te merken. De wandelingen worden korter, en het slapen neemt toe, ons oma-hondje. Ik doe het riempje om en we lopen ons dagelijkse rondje.

Tijdens de wandeling dwalen mijn gedachte af naar de afgelopen dagen, naar mijn werkweek. Ik denk aan de bejaarde meneer die de deur niet open deed op het afgesproken tijdstip en datum. Aanbellen, opbellen, op het raam bonken, naar binnen gluren, ik kreeg geen contact. Dit is niks voor meneer, een worst-case scenario schoot door mijn gedachte: er zal toch niks gebeurd zijn? Hij zal toch niet gevallen zijn en moederziel alleen op de vloer liggen? Een onrustig gevoel bekruipt mij terwijl ik contact zoek met thuiszorg. Geen gehoor… Dan ga ik opzoek naar de huismeester, die helaas niet aanwezig is. Wat nu? Meneer heeft geen familie dus ik besluit de gemeente te bellen om de situatie voor te leggen, ondertussen belt thuiszorg terug. We spreken af dat ze polshoogte gaan nemen. Later die dag hoor ik dat meneer door alle commotie heen lag te slapen, hij dacht dat onze afspraak een dag later was.

Een paar uur later krijg ik een berichtje van de dochter van een andere klant, haar moeder is al geruime tijd ziek en ze heeft veel pijn, euthanasie was al ter sprake gekomen en zou in de nabije toekomst haar moeten verlossen van haar lijden. ‘Helaas moet ik onze afspraak afzeggen, mijn moeder neemt binnenkort afscheid, ze is in raptempo achteruit gegaan en ze kan de pijn niet meer aan’. Ik had niet verwacht dat het ineens zo snel zou gaan met mevrouw. Ik annuleer de afspraak en wens ze veel kracht en sterkte toe.

De volgende dag rij ik langs bij een klant om even wat af te geven, ze had een verzorgingsproduct voor haar voeten besteld en ik had beloofd om deze onderweg even langs te komen brengen. Ik bel aan bij de bejaarde dame, ik hoor geklop van boven komen en ze staat paniekerig voor haar slaapkamerraam te zwaaien. Na 5 minuten komt ze naar beneden en doet ze de deur open voor me. Ze pakt me meteen beet en laat me niet meer los. Mevrouw is duidelijk in de war en staat te trillen op haar dunnen beentjes. ‘Wat is er aan de hand? ‘, vraag ik haar. Ze antwoord dat ze het niet weet en herhaalt keer op keer dat ik haar zoon moet bellen. ‘kom dan lopen we even naar binnen’ zeg ik tegen mevrouw en ik laat haar in haar stoel zitten. Ik haal een glas water voor haar die ze met volle teugen leeg drinkt. Ondertussen bel ik haar zoon die meteen opneemt. ‘ik kom er direct aan’, antwoord hij door de telefoon. De gedachte dat haar zoon komt geeft haar meteen rust. Ze kalmeert en laat zich verder in de stoel zakken, mijn hand houdt ze nog steeds stevig vast. Na een klein half uurtje arriveert haar zoon.

Dit soort momenten grijpen mij aan. We hopen allemaal oud te worden, maar af en toe kan dat mensonterend zijn. Dat je niet meer weet waar je bent, dat pijn je leven beheerst , of dat je zo moe bent dat je hele dagen ligt te slapen en de wereld aan je voorbij gaat.

Tijdens het uitlaten van de hond besluit ik om mijn moeder te bellen. Ze kent ,als mede-collega, de klappen van de zweep en heeft het nodige meegemaakt tijdens haar werk als ambulante pedicure. ‘Dit soort dingen leer je niet op de opleiding he mam, en je bent toch alleen op dat soort momenten, je hebt geen collega’s om op dat moment op terug te vallen’. ‘Klopt helemaal wijffie, maar dit soort momenten ga je vaker meemaken en dan weet je hoe je moet handelen, dan valt het niet meer zo rauw op je dak’. antwoord ze mij. ‘Tja daar zal je wel gelijk in hebben’, zeg ik tegen haar. ‘Ga maar lekker naar huis, geniet nog even van je vrije uren en tik maar een mooi verhaaltje op facebook’ zegt ze lachend.

Eenmaal thuis gekomen doe ik het riempje los en Sparky de hond drentelt vrolijk de woonkamer in en zoekt haar mandje weer op. Waar ze, na een paar keer draaien, haar plek heeft gevonden en haar kop op haar kleine pootjes laat rusten. Ik ga zitten aan de eettafel en volg mijn moeders advies op en open mijn laptop. Niemand weet van te voren hoe zijn leven zal lopen of eindigen. Maar als ik mocht kiezen, dan kies ik voor het leven van ons hondje. Haar ouwe dag zal ze slijten zonder teveel struggles, dat heeft haar vrouwtje gelukkig zelf in de hand. Helaas geldt dat niet voor mensen…

Imagine a world like that

Ik kan me geen andere plek ter wereld bedenken waar vrouwen vriendelijker tegen elkaar zijn, dan bij het toilet van een uitgaansgelegenheid. Verhalen worden gedeeld tijdens het wachten in de rij, haarlak wordt gedeeld voor de spiegel, complimenten over outfits worden gegeven en kleding labels worden vakkundig terug gestopt bij elkaar zodat je niet met het etiket in je nek blijft rondlopen voor de rest van de avond.  En dan heb ik het niet eens over vriendinnen onderling die goed voor elkaar zorgen, nee ik heb het over dames die elkaar totaal niet kennen, maar die op dat moment elkaar helpen en elkaar het beste gunnen. 

Ik vraag me regelmatig af hoe het zou zijn als wij dames elkaar meer zouden helpen in het dagelijks leven. Helpen met hogerop komen in plaats van elkaar naar beneden halen, elkaar complimenteren in plaats van elkaar afvallen. Geen geroddel achter de rug om, maar face to face eerlijke, opbouwende kritiek geven. Ondanks de verschillende achtergronden, normen en waarden. Ik weet zeker dat er veel meer vrouwen aan de top van de wereld zouden staan, letterlijk en figuurlijk. 

De diversiteit van vrouwen binnen mijn klantenkring is groot: oud, jong, hetero, lesbisch, single, getrouwd, huisvrouw, carrier tijger etc. En bij deze dames komt dit gespreksonderwerp regelmatig voorbij. Wat is het toch met ons dames dat we elkaar niet meer supporten? Is het jaloezie? Het een ander niet gunnen? Zo was ik eens in gesprek met een klant, een vrouw iets jonger dan ik. Ze vroeg naar mij en naar mijn bedrijf, hoe lang ik dit werk al deed, hoe veel klanten ik heb en hoeveel uur ik in de week werk. We raakten hierover aan de praat en ze complimenteerde mij met het resultaat van al die uren werk die ik in mijn bedrijf had gestopt. “Dank je wel, wat leuk om te horen”, zei ik. “Dat zouden wij vrouwen toch meer moeten doen, elkaar even een schouderklopje geven”, was onze wederzijdse conclusie. 

Waar veel kritiek en commentaar op elkaar wordt gegeven is social media. Veel mensen vinden het makkelijk om van achter hun scherm hun ongezouten mening te geven op elkaar, en vooral de facebookgroepen waar moeders op actief zijn. Geef je je baby geen borstvoeding? Slaapt je kind bij je in bed? Trakteert je kind snoep op school? Loedermoeder die je dan bent! Moeders please, het opvoeden van je kroost is al pittig genoeg, een beetje support daarbij is meer dan welkom. Ik heb dit soort facebook groepen verlaten, ik zat niet wachten op andermans commentaar. Tips? Ja, die zijn meer dan welkom, maar die waren dus ver te zoeken. 

Is het dan allemaal kommer en kwel? Nee, absoluut niet! Ik ken genoeg dames die elkaar wél het beste gunnen. Die je complimenteren met een mooie prestatie, of hulp aanbieden wanneer ze denken dat daar behoefte aan is. Een mooi voorbeeld daarvan is van tijdens een stapavondje met mijn vriendinnen. Ik werd aangesproken door een man, we hadden even een praatje, niks bijzonders. Toen er een vrouw voorbijliep, mij aansprak en zei: “Gaat alles goed?” Ik keek deze onbekende vrouw verbaasd aan, aangezien ik haar niet kende. “Ja hoor, alles gaat goed, dank je”, ‘Oké, even checken of hij je niet lastigvalt. Wij vrouwen moeten elkaar een beetje in de gaten houden”, zei ze. “Wauw”, dacht ik, “dat is tof”. Dat zouden we toch allemaal bij elkaar moeten doen?”.  

Ik stel voor om een community starten waar vrouwen elkaar alleen maar steunen, door dik en dun. Sisterhood for life. Ik pleit ervoor! Wie doet er mee met mij?  

Imagine a world like that… 

It’s all good

Op dit moment zijn wij een midweekje weg. Even met zijn vieren, in een huisje, vlakbij het strand. Hond mee, gourmetstel mee, camping smokings mee, en het grote genieten kan beginnen. Niks moet, alles mag. En dat lukt ons heel goed. De dagen worden gevuld met uitslapen, brunchen, zwemmen, spelletjes aan de keukentafel, lekker eten, en fijne drankjes.

En dat zwemmen, dat vind ik eerlijk gezegd altijd een onderneming. Zo’n subtropisch gebeuren is voornamelijk een paradijs voor de kids, maar ik lig liever in bikini aan het zwembad onder de zon in plaats van als een malle door de wildwaterbaan te spartelen en tegelijkertijd te proberen mijn strapless badpak op zijn plek te houden. Na het zwemspektakel gaat de gezelligheid nog door tijdens het afdrogen en aankleden. De hokjes zijn te klein om je achterste fatsoenlijk te kunnen keren en jezelf af te drogen zonder dat er een kledingstuk of een handdoek op de vloer valt.

Daarom maak ik het mezelf en de kids het zo comfortabel mogelijk tijdens deze zwemavonturen. Wij gaan voor het gemak, en hijzen ons in onze jogginpakken en onesies als we naar het zwembad gaan. Makkelijk om uit te trekken en ook heel makkelijk om weer aan te trekken. Dat het alles-behalve-charmant is, dat maakt ons niet uit. ‘Ze kennen ons toch niet’, is ons motto deze mini-vakantie.

Dus op een middag, als we ons weer klaar maken voor het zwemmen, zegt manlief terwijl we in de gang staan: ‘ik ben er klaar voor’. Ik draai mij om en mijn blik valt op zijn slippers met sokken erin. ‘Prachtig schat, niks meer aan doen’, zeg ik terwijl ik de jas van mijn jongste dichtrits. Zo passen we mooi bij de omgeving, we zijn al aardig geïntegreerd hier in Center Parcs.

We lopen de deur uit en de kinderen rennen vooruit, de chloorlucht van het zwembad komt ons buiten al tegemoet. De familie Tokkie, onderweg naar weer een paar uurtjes waterfestijn. De gedachte dat mijn eerste werkdag precies over een week weer gaat beginnen schiet door mijn gedachte. Morgen gaan we weer terug naar huis, terug naar de stad, terug naar de A20 die ik hoor ruizen als ik de ramen van de kamer van de kinderen open zet ’s ochtends, terug naar de metro die we in de verte zien rijden, en terug naar de geluiden van de sirenes die regelmatig hoorbaar zijn in de verte. Ik hou van de stad, maar ik hou ook van het strand en de rust die daarbij hoort. De gedachtes aan werken en aan de stad verdwijnen weer langzaam uit mijn gedachtes als ik eenmaal in het warme zwembadwater lig te weken. Its all good.

Beautiful people

Ik draai mijn auto de boulevard op, de Rotterdamse vlag hangt trots in de wind te wapperen. Mijn blik dwaalt even af naar het strandje aan de overkant van de winkels, de zon schijnt en het is een mooie herfstdag. Ik parkeer mijn auto tussen een witte range rover en een zwarte BMW in. Mijn kleinere paarse auto valt een beetje weg tussen deze twee grote vierwielers in.

Na een klein half uurtje kom ik terug van boodschappen doen. Ik zet mijn boodschappen op de achterbank van mijn auto. Mijn kofferbak is niet ruim en is al in beslag genomen door mijn werkspullen dus de boodschappen passen er niet meer bij. Ondertussen is de eigenaar van de auto naast mij ook aangekomen bij zijn auto, en zegt met een glimlach: ‘dat past zeker niet in je kofferbak?’. Ik lach om zijn opmerking en zeg: ‘Nee klopt, maar Ik heb wel altijd plek met parkeren’, antwoord ik terwijl ik naar zijn auto kijk. ‘Ja daar heb je gelijk in’ zegt hij.

Ik woon in een mooie wijk, waar de mensen het goed hebben. De auto’s zijn groot, de huizen zijn niet goedkoop, en de kinderen lopen veelal in merkkleding. Ik ben me er van bewust dat wij het goed hebben, ik zie om me heen dat er mensen zijn die het een stuk minder hebben. Klanten die hun afspraak een paar weken willen opschuiven omdat ze even het geld niet hebben, of die vragen of ze later mogen betalen omdat ze het nog even niet kunnen betalen. Ik doe daar nooit moeilijk over, en ik kan de eerlijkheid ook erg waarderen.

Het is menselijk om meer te willen, om elke keer weer een treetje omhoog te gaan, daar is tenslotte de piramide van Maslow op gebaseerd, het zit in ons systeem. Maar wanneer hebben we genoeg? Wanneer is het punt bereikt waarop we zeggen: ik ben gelukkig met wat ik heb, en wie ik ben. Dat is natuurlijk heel persoonlijk, iedereen is daar weer anders in, en ik vind dat verschil mooi om te zien.

Pas geleden had ik het hierover met een klant, tijdens de behandeling, die in dezelfde wijk woont als ik. Omdat we in dezelfde leeftijdsfase zitten hebben we veel raakvlakken, en daardoor de leukste gesprekken: Wat maakt jouw gelukkig in je leven? Is dat een baan met aanzien? Is dat een groter huis? Of een luxe auto? Ik zelf ben het gelukkigst als ZZP’er, scheurend in mijn Aygo door de stad om bij de mensen thuis hun voeten te verzorgen. Word ik hier rijk van? Nee, dat niet, maar wel erg gelukkig.

Toen ik de behandeling afrondde met de desbetreffend klant wenste ik hem fijne feestdagen toe, en melde ik ook nog even het feit dat er volgend jaar een tariefverhoging aan komt. ‘ik geef je groot gelijk’, reageerde hij erop. Tja tenslotte willen we allemaal een beetje meer…. ?

Liefs, Judith

Green happiness

Ik stap naar binnen bij mijn eerste klant van de dag en begroet hem. Meneer is bezig met zijn planten, hij schuift ze wat heen en weer totdat ze op de juiste plek staan. De één moet in het volle daglicht, de ander juist niet, het is een hele studie. ‘Zal ik u even helpen daarmee? Straks valt u nog, dat moeten we niet hebben hoor’, zeg ik tegen hem. ‘Nee, nee ze staan goed zo’, antwoord meneer die al aardig op leeftijd is.

Hij ploft neer in zijn stoel en zucht: ‘zo die staan er weer goed bij’, zegt hij terwijl hij zijn kamer rond kijkt. Meneer heeft een hoop planten, en ze staan er allemaal even mooi bij, een gemiddeld tuincentrum zou jaloers zijn op zijn verzameling. ‘Zie je die plant? Hoe mooi de blaadjes open staan? En ’s avonds gaan ze weer naar binnen, zo mooi om te zien hoe de natuur zijn werk doet’. ‘Nou zeker mooi om te zien’, antwoord ik hem terwijl ik aan mijn eigen plantjes in de woonkamer denk, die er hier maar triest bij af steken.

Ik begin met de behandeling en meneer verteld mij over vroeger, dat hij een grote tuin had die hij met liefde verzorgde. ‘Wist je dat je slakken kan lokken met bier’, geeft hij mij als tip. ‘Nou wat toevallig, mij kan je lokken met wijn’, antwoord ik hem. Hij lacht en verteld dat hij liever een advocaatje heeft. Ik denk aan mijn oma, en zie haar voor mij, lepelend aan een glaasje advocaat met een flinke toef slagroom er boven op gespoten.

Aan het einde van de behandeling ruim ik mijn spullen op en meneer staat langzaam op en zegt: ‘zo, ik ga nu even de stad in met de bus, even op de markt kijken of er nog mooie planten te koop zijn, ze hebben daar goede planten hoor, echt de moeite waard’. Ik kijk zijn kamer rond en vraag me af waar hij ze in godsnaam gaat laten. Er is niet veel ruimte meer. Maar de meneer met de groene vingers en de aarde onder zijn voeten vind vast wel weer een plekje voor de uitbereiding van zijn hobby, en de volgende keer mag ik ze weer bewonderen. Stiekem ben ik wel een beetje jaloers op zijn groene vingers. Ik presteer het zelfs om vetplanten dood te laten gaan. Gelukkig ben ik beter met mensen…

Head over heels

Steeds meer mannen weten de weg naar de pedicure te vinden, hallelujah daarvoor! Persoonlijk kan ik het erg waarderen als mannen goed verzorgd zijn, en voetverzorging valt daar ook zeker onder. Zo vertelde een klant (dame, 94 jaar) van mij eens: ‘mijn vader zei altijd, je haar en voeten moeten goed verzorgd zijn, de rest kan er dan wel goed uit zien, maar als dat niet klopt dan klopt het hele plaatje niet.’

Deze meneer had het dus al snel door, en de generatie van nu lijkt zich daar nu ook meer bewust van te worden.

Zo was ik pas geleden bij een jong stel, achter in de twintig-begin dertig. Hij had last van moeilijke nagels. ‘Als ik een bekende tegen kom op het strand dan schuif ik mijn tenen onder het zand, ik schaam me er echt voor. Ik ben ooit weleens in een pedicure salon geweest, maar ik voelde me toch niet op mijn gemak’.

 Het beeld dat een pedicure salon iets voor vrouwen is, is een hardnekkig vooroordeel. Want dat is het absoluut niet. Hoewel ik me kan voorstellen dat als je als man zijnde in een ruimte zit met een pastel kleurtje op de  muren, de Linda in de lectuurbak en een  roze handdoek onder je voeten je niet echt op je gemak voelt.

Het merendeel van de pedicure salons heeft een andere uitstraling natuurlijk, maar bovenstaand beeld popt bij  mannen wel in hun hoofd als ze denken aan een pedicure salon. En dan is het toch wel fijn als de pedicure aan huis kom, zodat ze veilig in hun mancave kunnen blijven.

In mei 2018 is een collega een pedicure salon begonnen in Rotterdam voor uitsluitend mannen. (Bottles&Feet Grooming for men)  De mannen kunnen heerlijk relaxen in een comfortabele fauteuil, kijkend naar netflix, onder het genot van een bakkie koffie in een stoere salon die mooi aansluit bij de doelgroep. Ik vind het een top concept, en ik weet zeker dat dit voor mannen een fijne plek is waar ze op hun gemak van een professionele pedicure behandeling kunnen genieten.

Bij mij zijn het trouwens vaak de vrouwen die de afspraak maken voor hun man: ‘kan je een keer langs komen voor mijn man? Hij wil zelf niet naar een pedicure toe en ik vind het nu echt tijd worden dat ie wat aan zijn voeten laat doen, het kan echt niet meer’.  Ik sprak pas geleden een bejaarde dame die mij vertelde dat ze altijd naar de pedicure gaat, al jarenlang. Haar man nam ze altijd mee, en na haar scheiding nam ze man nummer twee ook mee: ‘ik ga toch niet naast een man in bed liggen als hij van die vieze kalknagels heeft, nee echt niet hoor, vertelde ze me lachend.

 Vaak hebben de mannen tegen die tijd zich er wel aan toe gegeven, en als ze eenmaal een behandeling hebben gehad zien ze toch wel het nut in van een pedicure behandeling en ervaren het ook als een stukje ontspanning. Zo had ik eens het type stoere bouwvakker in mijn stoel die werd gebeld tijdens de behandeling. ‘Waar ik ben? Ik ben bij de pedicure, weet je hoe fijn dat is man, zou je ook eens moeten doen’, antwoorde hij terug.

Dus mannen, kom maar op hoor met die maat 47. De pedicure is er echt niet alleen voor de dames. Want zoals eerder gezegd: je kan er nog zo goed verzorgd eruit zien, maar als je kapsel en voeten niet goed verzorgd zijn dan is het plaatje niet compleet.

Corries Goodbye

Het was maandagmiddag toen ik op mijn telefoon 5 gemiste oproepen zag van Corries schoondochter. Terwijl ik met mijn kinderen de hond uitlaat bel ik haar terug. ‘Er zal toch niks ernstigs aan de hand zijn met Corrie?’, schiet er door mijn hoofd heen als de telefoon over gaat. Helaas wordt mijn vermoeden bevestigd: ‘mijn schoonmoeder is afgelopen weekend overleden’, verteld haar schoondochter mij.

Ik weet even niet hoe ik moet reageren, wat ik moet zeggen. Dit zag ik niet aankomen. Corrie was hartpatiënt, maar ik had het idee dat ze redelijk goed weer in haar vel zat. ‘Ze is overleden aan een hartinfarct, ze hebben van alles geprobeerd, maar het heeft niet mogen baten. De uitvaart is woensdag, je bent van harte welkom’. Dan bedenk ik me dat ik nog mooie portretfoto’s van Corrie heb, gemaakt door de fotograaf tijdens een fotosessie voor mijn werk. Ik stel voor om ze door te mailen, misschien hebben ze er wat aan. Later die avond krijg ik een berichtje erover: ze zijn erg blij met de foto’s, ze kiezen de mooiste uit voor op haar kist.

Op de desbetreffende woensdag loop ik het zaaltje in waar de condoleance plaats vind. Ik herken haar zoon van de foto en condoleer hem, zijn broer en haar schoondochter. ‘Ze was erg op je gesteld, en vond het altijd fijn als je er was’. Haar schoondochter vult aan: ‘ze was stiekem trots op het feit dat je over haar schreef. Ze had het fijn gevonden dat je er bent. Ze had trouwens nog wat voor je klaar liggen, ze was al een beetje aan het ruimen’. Ik krijg 2 beeldjes en een plantenpotje in een zakje. Ik neem het aan en drink mijn koffie op. Ik bedank ze voor de uitnodiging en verlaat het zaaltje.

Terwijl ik over het terrein terug loop naar mijn auto met de spulletjes in mijn hand piept de zon door de wolken heen. Ik denk aan Corrie, aan de gesprekken die we hebben gehad, we hebben veel gelachen, maar er zaten ook serieuze gesprekken tussen. Over het feit dat ze het moeilijk vond om alleen te zijn, om weinig buiten te komen. ‘Van mij hoeft het soms niet meer’, zei ze de laatste keer dat ik haar sprak. ‘Nou Corrie, niet zo gek praten hoor, ik kan je nog niet missen’, antwoorde ik haar. Maar het leven loopt nou eenmaal niet zoals we zouden willen, en dan moeten we dealen met het afscheid nemen van de mensen die we het liefst langer bij ons hadden willen houden.

Ik hoop dat ze de rust heeft gevonden die ze nodig had. Ik kan me moeilijk een voorstelling maken van de hemel, maar ik zie Corrie voor me die daar nu gezellig een partijtje aan het bingoën is. Met van te voren een fatsoenlijke bak bami en na afloop een kopje koffie met een rol degelijke ‘kaakies’.

Als ik de volgende dag mijn agenda erbij pak om een afspraak te maken met een klant kom ik haar naam tegen, we hadden de volgende twee afspraken al ingepland. Ik pak een gum en veeg haar naam uit. Haar naam verdwijnt uit mijn agenda , maar Corrie zelf zal zeker niet uit mijn herinneren verdwijnen. Dank je wel Corrie, voor de mooie momenten, je was een bijzondere klant. Eigenlijk was je meer dan een klant voor mij. Rust in vrede.

Liefs, Judith

*Blog en foto geplaatst met toestemming van de familie van Corrie*

The C-Word

Kanker is één van de meest voorkomende gespreksonderwerpen als het om ziektes gaat. Iedereen kent wel iemand die het heeft, of heeft gehad. En hoe ouder ik word, des te meer ik er over hoor. En binnen mijn klantenkring is dat zeker niet minder.

De verhalen die ik krijg te horen van mijn klanten die er mee te maken hebben gehad, zijn uiteenlopend: sommige zijn met een goede afloop, sommige zijn nog aan het herstellen, en een enkele binnen mijn klantenkring heeft geen prettig vooruitzicht: zij is uitbehandeld en volgens de prognose zal zij nog maar een paar maanden te leven hebben.

Kanker is een vreselijke ziekte, het sloopt je, zo wel lichamelijk als geestelijk. De overlevers zijn na de strijd doodmoe, moe van het vechten, en moe van de onzekerheid. Als de strijd gestreden is en ze zijn weer schoon verklaart dan begint de psychische strijd: komt het nooit meer terug? Blijf ik gezond? En de impact van het feit dat je lichaam je in de steek heeft gelaten is heel groot. Het zal altijd onderdeel blijven van hun leven, voor de rest van hun leven.

Daarom kan ik me zo ontzettend opvreten over het feit dat het tegenwoordig normaal is om het woord kanker als scheldwoord te gebruiken. ‘kanker-lelijk’, ‘kanker-moeilijk’, etc. Blijkbaar hebben deze mensen geen besef van het impact van dit woord. Hoe zouden zij met het woord omgaan als zij een dierbare hebben in hun omgeving die ervaring zou hebben met deze vreselijke ziekte? Of is een dagje meelopen bij Daniel den Hoed misschien een idee voor deze mensen? Een beetje inzicht krijgen van wat deze ziekte nou eigenlijk inhoud? Lijkt me een behoorlijke eyeopener voor degene die deze ziekte zo makkelijk als scheldwoord gebruiken.

Het valt mij op dat de (ex)kankerpatiënten binnen mijn klantenkring zelf heel krachtig over komen en de strijd vaak aan gaan, of zijn gegaan, met humor. Zo vertelde een klant van mij een verhaal over de bestraling van haar borsten bij Daniel den Hoed: ‘Mijn tepels werden er pikzwart van. Ik zei tegen de verpleegsters: als je ergens een tepel op de grond vind, dan is die van mijn hoor’. Galgenhumor, het is haar manier van omgaan met deze moeilijke periode en we moesten samen lachen om deze uitspraak van haar.

Laten we dit beladen woord met respect behandelen. Want respect is het minste wat de mensen verdienen die ervaring hebben met deze ziekte. Kies je woorden zorgvuldig uit, en denk goed na voordat je zomaar wat over straat roept of op social media plaatst. Er zou zomaar iemand tussen kunnen zitten die op dat moment diep van binnen de strijd aangaat met dit monster, en degene kan alle steun van de wereld gebruiken.

Liefs, Judith

Ps. De lieve meneer op de foto heeft kanker overleeft, en heeft toestemming gegeven voor het plaatsen van de foto. Daarnaast is er toestemming gegeven voor het gebruik van de quote over de borstbestraling door de desbetreffende dame. Bedankt lieve mensen, voor het delen van jullie verhalen, en voor de deskundige blik op deze blog voordat ie online ging. Jullie zijn kanjers. X

Open arms

‘Buenas tardes, como estat?’, probeer ik in mijn meest vloeiende Spaans te zeggen als ik binnen kom. Mevrouw begint meteen in rap Spaans te kletsen, en ik probeer haar uit te leggen dat ik niet verder kom dan de standaard zinnetjes. Ze kijkt me vragend aan terwijl meneer het voor mij vertaald. ‘Ze zegt dat je lekker bruin bent geworden’. Ik antwoord met ‘gracias’ en een glimlach, en loop verder hun woonkamer in om me te installeren.

Meneer wil eerst weten hoe het met mij gaat. We hebben elkaar al een poos niet gezien omdat ik er een tijdje uit ben geweest ivm de operatie en aansluitend mijn vakantie heb gehad. Zijn voeten zijn in de tussentijd behandeld door een lieve collega die waar heeft genomen voor mij in de tussentijd. ‘Het gaat goed, heel goed, dank u wel’, antwoord ik.

Ik kom nu ongeveer zo’n driekwart jaar bij deze lieve mensen over de vloer. Ze zijn van Spaanse komaf. Hun huis staat vol met foto’s van familie, de tv staat standaard op een Spaanse zender, en ze praten Spaans tegen elkaar, en ik hou daarvan. Zo lang ik me kan herinneren gingen wij vroeger op vakantie naar Spanje. Met de auto naar de camping. Spanje voelt daarom voor mij een beetje als thuis komen: de muziek, de taal, de mensen, het eten, ja ik heb een zwak voor Spanje. En dus ook voor deze mensen.

De eerste keer dat ik bij hun kwam voor een behandeling werd ik meteen gewezen op de foto’s aan de muur. Ik heb ze allemaal uitgebreid bekeken en toen ik weer buiten stond kenden ik de hele familie, wie bij wie hoort, wat voor een werk ze doen, en waar ze wonen. Het werd me allemaal verteld met veel trots.

Afgelopen keer moest ik even met ze koffie drinken in de tuin, mevrouw stond erop. Ik kan daar geen nee tegen zeggen, ik neem regelmatig even extra de tijd voor klanten. De verhalen die de mensen mij vertellen is mij dat meer dan waard. En dat extra kwartiertje op een dag kan er echt wel even vanaf. Pauze neem ik nooit, dus dat compenseer ik dan mooi op deze manier.

Na de koffie stond ik op om gedag te zeggen, ondertussen waren hun dochter en kleinkinderen ook langs gekomen. (De kleinkids werden door oma op schoot getrokken en gekust en geknuffeld, de kids lieten het allemaal gebeuren en vonden het prima, een lief tafereeltje.) ‘Nou tot de volgende keer’, zeg ik tegen ze. Dan pakt mevrouw mij even vast en ze geeft mij twee zoenen op mijn wang. ‘Guapa’, zegt ze tegen mij, waarop ik antwoord: ‘Nee, u bent guapa’. Ze lacht, en terwijl ik zwaai roep ik nog even ‘adios’ terwijl ik de trap afloop met mijn spullen.

Ooit wil ik eens een keer een cursus Spaans volgen, dat staat echt hoog op mijn lijstje, ondertussen leer ik bij deze lieve mensen af en toe wat woordjes bij. Zo weet ik hoe ik mijn koffie in het Spaans moet bestellen: café negro, en het woordje voet is ‘pie’. Maar het allerleukste is toch wel die Spaanse gezelligheid, het familiare, het warme welkom elke keer weer als ik voor de deur sta bij ze. En daar kan geen cursus tegen op.

Liefs, Judith

Ps. Blog is geplaatst met toestemming van señor, señorita y familia.