Mini-Blogs

Bloemetjes en Bijtjes

Dochterlief speelt in de achtertuin, en ik had haar gisteren het verschil uitgelegd tussen een bij, een wesp en een hommel.

Ik sta in de keuken de boterhammen te smeren en ze is lekker aan het rommelen met bellenblaas, schepjes en een bal. Ineens roept ze vanuit de tuin: ‘mama, ik zie een homo!!’

Zoonlief werpt een blik in de tuin en ligt in een deuk: ‘Evi je bedoelt een hommel!’
‘Ja, dat zeg ik toch’ zegt ze terug.Ik leg haar het verschil uit tussen een homo en een hommel. ‘Ok’ zegt ze en ze bellenblaast weer vrolijk verder. Mijn lieve dochter met haar hart op de juiste plek, ze vind het allemaal prima.?

Walk this way

Ik pak de gezamenlijke kalender van het haakje in de keuken en streep 2 kinderfeestjes, een verjaardag, een jubileumfeest en een stapavondje door. De kalender wordt leger, maar mijn hoofd wordt voller: ‘wanneer kan ik weer werken? Hoe moet ik al die klanten inplannen? Hoeveel inkomsten zal ik mislopen? Hoe zit het met de tegemoetkoming voor de ondernemers waar de regering het over had?’
Zoveel vragen en onduidelijkheid, mijn hoofd tolt ervan.

Ik trek mijn hardloopschoenen aan die ik maar eens uit het stof heb getrokken. Hardlopen heeft mij een paar jaar geleden door moeilijke tijden geholpen dus dit lijkt mij een prima moment om het weer op te pakken.

Ik open de hardlooplijst op mijn spotify en de muziek begint te spelen. Ik begin met lopen, mijn lijf protesteert al vrij snel door me steken in de zij te geven. Alsof het wil zeggen: ‘Hallo, wat zijn we aan het doen? Ben je wel helemaal wijs, dit is te lang geleden hoor!’ De vriendelijke,zachte vrouwenstem van mijn hardloopapp praat me er doorheen en ik doe wat ik altijd doe als het tegen zit: schouders eronder, tanden op elkaar en gaan.

Na een half uurtje kom ik weer thuis, moe en voldaan. Met een leeg hoofd. Ik ben weer positief. Weg lopen van je problemen is niet goed zeggen ze. Maar soms kan dat anders heel verhelderend werken…

kortsluiting

‘Mama, kom je even helpen met rekenen?’
Normaal gesproken schuif ik dat af als de taak van de vader aangezien ik meer een taalknobbel heb. Maar helaas gaat dat nu dus niet. De kleine/grote rekenwonder zit in groep 6, maar krijgt sommen van eind groep 7. En die zijn behoorlijk pittig kan ik je vertellen.

Ik kom naast ‘m zitten en bekijk de opdracht. Het is iets in de trant van: als er twee rode auto’s met 2 personen tegelijkertijd vertrekken uit het westen, en de ene rijdt naar noord en de andere rijdt naar zuid, en de ene rijdt met tegenwind 10 keer zo hard als de ander, hoe laat zijn ze dan thuis voor het avondeten?

Ik krijg spontaan kortsluiting van dat soort rekensommen. Ik mompel iets onverstaanbaars wat lijkt op: ‘hoe moet ik dat in godsnaam weten, ik kan alleen goed rekenen tijdens de uitverkoop’.

Ik probeer me eruit te kletsen en doe ook echt mijn best, maar het lukt me gewoon niet. Ik kijk naar mijn whizzkid die met gefronste wenkbrauwen het juiste antwoord intikt. Duidelijk een kind van zijn vader.

Ik ga me vanmiddag weer wagen aan mijn cursus Spaans. Dat gaat me iets makkelijker af. Buen fin de semana, hasta pronto.??

Stilte voor de storm

Vanaf vandaag zal ik mijn ‘avonturen’ vnl binnenshuis beleven. En dat begon met uitslapen, dat had ik wel verdiend vond ik zelf.

Nadat ik enigszins wakker en aanspreekbaar was na een bak koffie zette ik de oudste aan zijn huiswerk. Hij had zijn ‘noisecancelling’ koptelefoon meegekregen van school en naast ‘m neergelegd.
Zuslief zat naast hem te kleuren.Terwijl hij zich probeert te concentreren heeft zijn zusje stiekem mijn telefoon gepakt: ‘Siri, kan je farten laten?’ vraagt ze aan mijn telefoon. Ze lacht zelfs het hardst, poepgrapjes zijn hilarisch als je zes jaar ben. Ze gaat verder met tekenen. ‘Ik teken iemand met een piepie’ kletst ze vrolijk door en lacht weer voluit.

Grote broer zegt dat ze op moet houden en stil moet zijn, maar dat is tegen dovemans oren gericht. Het zusje, wat er zo lief en onschuldig uitziet maar eigenlijk meer een wolfje in schaapskleren is, gooit er nog een schepje bovenop door hem ‘scheethoofd’ te noemen.Het gekibbel tussen de twee is begonnen. Ik besef me dat we nog ruim twee weken te gaan hebben (als het meezit) en vraag me af hoe ik hier het beste mee om kan gaan.

Ik kijk naar de klok en zie dat het nog te vroeg is om mezelf te troosten met een glas wijn.
Ik zie de koptelefoon liggen van mijn zoon en zet ‘m op.
Dankzij mijn (blijkbaar) smalle bekkie past ie prima. En hij werkt! Top, ik kom de dagen wel door zo.Ondertussen is het huiswerk af en zijn de poep en plas grapjes afgenomen. Ik hou zo van mijn grut en alle drukte die erbij komt. (Ze worden ook weleens liefkozend ‘de filistijnen’ genoemd.) Maar die koptelefoon, dat is toch wel een uitvinding….

Zo moeder, zo zoon.

Zoonlief komt thuis uit school met natte schoenen en sokken die je uit kan wringen. ‘Ik zei toch dat je je goeie schoenen aan moest doen. Als je gaat voetballen met dit weer op je sneakers dan wordt alles nat’. Zeg ik tegen hem.

Waarop de pre-puber antwoord dat hij geen last van zijn natte sokken en schoenen heeft gehad. Hij trekt de natte bedoeling uit en installeert zich op de bank. Ik geef ‘m een kus op zijn bol (bij Gods gratie) en ik ruik een muffe lucht van zijn voeten vandaan komen. ‘Dat krijg je er nou van als je met natte schoenen loopt: stinkkluiven’ fluister ik plagend in zijn oor.

‘Ja maar mama… jij bent toch pedicure? Dan moet jij toch mijn voeten verzorgen?’ Zegt hij. ‘Zo makkelijk kom je er niet vanaf grapjas, ga gauw je voeten wassen voordat de champignons er aan hangen’. sommeer ik hem. Een half uur later zijn zijn voeten (maat 38!) weer fris en fruitig. Het valt toch allemaal niet mee, zo’n moeder die je voor de voeten loopt?
Ps. Linkervoet is van mij, rechtervoet van bigfoot jr

pennenstreken

Wat heb ik toch met pennen? Ik raak ze al-tijd-kwijt. Toen ik net voor mezelf was begonnen had ik er eentje laten afdrukken met mijn logo. Helemaal trots was ik op mijn eigen pen, binnen een paar dagen was die pleitte.
Hopelijk is de gelukkige vinder er nu reclame mee aan het maken voor mij.

In de tussentijd smokkel ik pennen bij elkaar die ik krijg toegestopt van mijn pennen-sponsors. Dat zijn de klanten die mij een pen toeschuiven op het moment dat ik mijn agenda trek en daarna als een verstrooide in mijn tas opzoek ga naar een pen die er niet meer is: ‘Hou ‘m maar hoor, ik heb er genoeg’, zeggen ze dan. Ik neem ‘m dankbaar aan om de pen vervolgens weer kwijt te raken. Zo is er zelfs een lieve klant die mijn rondslingerende pennen bewaard voor de volgende keer dat ik er weer ben.

Gelukkig ben ik alleen met pennen een complete chaoot. Ik ben namelijk een ontzettend opgeruimd persoon eigenlijk. Een klant noemde mee eens: ‘een heerlijk georganiseerd mens’, nadat ze de inhoud van mijn koffer zag, die is nl zorgvuldig ingericht zodat ik blindelings alles kan vinden.
Daarom heb ik sterk het vermoeden dat er een bermuda driehoek is speciaal voor pennen. En ik weet zeker dat die al aardig gevuld is met mijn collectie….

Pizza Funghi

Broer en zuslief zijn samen in de badkamer. Ik spiek even om het hoekje om te kijken of de badkamer niet in een subtropisch zwemparadijs veranderd is waar tropicana jaloers op zou zijn geworden. Ik zie hoe dochterlief ijverig tussen haar tenen zich afdroogt met het puntje van haar handdoek.
‘Goed zo meisje, wat doe je dat netjes’ complimenteer ik haar.

‘Ja mama, want jij zegt dat er champignons tussen mijn tenen gaan groeien als ik niet goed afdroog.’
‘Dat is niet waar hoor Evi!!’ Roept haar grote broer vanonder de douche vandaan. ‘Dat heeft mama gewoon verzonnen’. Ik lach, en besef me dat zoonlief op een leeftijd is gekomen dat ie niet zomaar iets klakkeloos meer van zijn moeder aanneemt’ Nou, eigenlijk klopt het wel een beetje hoor lieffie, champignons zijn familie van schimmels’. En als je niet goed afdroogt tussen je teentjes dan kan er schimmel tussen komen.’ Antwoord ik haar.

Mijn dochter kijkt me aan en trekt een vies gezicht. ‘Gattedamme’ zegt ze, en ze gaat verder met waar ze bezig was.
Ik heb zo’n vermoeden dat de pizza fungi voorlopig onaangeroerd in de ijskast blijft liggen…

Kleine voetjes, grote plannen

‘Mamie? Ik kan niet slapen’
Ik ben bezig op mijn werkkamer als ik haar naar boven hoor roepen. Ik loop de trap af naar beneden richting haar kamer.
‘Wat is er wijffie? Waarom kan je niet slapen?’
Ze zegt dat ze het niet weet en ze klimt op mijn schoot. Ik vraag haar of ze even mee wil naar boven. Ze klemt haar beentjes om mijn middel en kriebelt met haar vingertjes in mijn nek als ik haar naar boven til.
Ik zet haar in mijn stoel en ze bekijkt aandachtig hoe ik mijn werkkoffer aanvul en mijn spullen schoonmaak. ‘Wil je later ook pedicure worden net zoals mama en oma?’ Vraag ik haar, en ik kietel even onder haar zachte voetjes.
‘Dat weet ik nog niet mama, ik wil ook misschien bij de politie als ik later groot ben’. ‘Ja, dat is ook gaaf natuurlijk, maar je moet wel goed slapen wil je groter worden, in je slaap groei je, wist je dat?’ Vertel ik haar. Ik rond het werk af en ik leg haar terug in haar ‘grote meiden bed’.
Ik geef haar een knuffel en een kus en ik doe het licht uit. Dag lief klein meisje, droom maar over je grote wensen. Maar blijf voorlopig nog maar even mijn kleine meisje met de lieve zachte kleine voetjes die ik nu nog af en toe mag kietelen.

Zwijgen is Goud

‘Goedemorgen zuster’.
‘Goedemorgen mevrouw, ik ben het Judith, de pedicure, niet de zuster’.
Ik kom dichter bij mevrouw en ze knijpt met haar ogen. ‘Oh, ja nu zie ik het’, zegt ze.
Komt u mijn voeten doen?’
‘Ja dat was ik wel van plan, eigenlijk’, antwoord ik haar.
Ik rij mijn karretje met mijn werkspullen erop haar kamer in en zet alles klaar voor de behandeling. Mevrouw is nooit zo spraakzaam, af en toe kijkt ze me aan en lacht dan eventjes. ‘De beste wensen nog’, zeg ik tegen haar als er op dat moment iemand binnen komt. ‘Hallo ik ben Marloes, zegt de mevrouw. We kijken Marloes beiden vragend aan. ‘Ja?, Zegt de bejaarde mevrouw, waar kom je voor?’
‘Ik kom om even een praatje te maken’ zegt Marloes de vrijwilligster. ‘Dat gaat nu niet de pedicure is nu bezig, en ik heb geen zin in een praatje’,
‘Dan ga ik na de volgende, fijne dag’, zegt Marloes vriendelijk als ze wegloopt.
Ik kijk mevrouw aan, ‘heeft u geen zin in gezelschap?’
‘Nee, jij bent er toch? Dat is helemaal prima zo, ik vind het fijn als jij er bent, en mijn voeten voelen altijd zo heerlijk na afloop’.
Ik knik begrijpend en ik ga verder met waar ik was gebleven, ik werk in stilte verder. Mevrouw heeft genoeg aan iemand in haar buurt, er hoeft niet gekletst te worden. De meeste mensen kennen mij als iemand die aardig kan kleppen: ‘gooi er een muntje in en het begint te praten’ word er weleens gezegd. Maar zo werken in stilte kan ik ook heel goed, even niks, even geen gepraat. Na afloop zeggen we elkaar gedag en mevrouw bedankt me. ‘Het was weer fijn hoor’ zegt ze. Ik loop door naar de volgende kamer. Opgeladen in stilte, klaar voor de volgende klant die wel op haar praatstoel zit, dit werk zit vol mooie afwisselingen.

It’s a Girl

Er valt een envelop op mijn deurmat. Ik open het en zie dat er een geboortekaartje in zit. Het is van een klant, ze is bevallen van haar dochter. Als ik het kaartje open valt er een briefje uit, ik pak het op en lees het: het is een uitnodiging voor het kraamfeestje. Of ik zin heb om het nieuwe telg te komen bewonderen onder het genot van roze muisjes. ‘Ja natuurlijk kom ik’ app ik haar. 9 maanden lang zag ik elke 6 weken hoe haar buik weer was gegroeid. En bij elke 6 weken kletste we over baby-stuff en over de voorbereidingen die horen bij gezinsuitbreiding. Het kraamfeestje was een roze wolk, een klein gezond baby’tje met kleine voetjes en handjes, helemaal compleet. Wat mooi om de zwangerschap op die manier gevolgd te hebben, en wat tof vond ik om op het kraamfeestje te mogen zijn. Ik sta dichtbij mijn klanten, letterlijk, maar soms ook figuurlijk. En die kant van het vak zou ik nevernooit willen missen.

Kids………

Ik: ‘jongens ik moet even wat klanten bellen, even niet zo’n herrie maken ok?’
Kids: ‘ok, mama’.
Het moment dat ik bel en de klant de telefoon opneemt begint het geëmmer: ‘mama!!!!! Hij zit op mijn stoehoel en dat wil ik niet!!!’
Met wilde gebaren probeer ik de dramaqueen duidelijk te maken dat ze even stil moet zijn, maar het tegenovergestelde gebeurt: ze komt naast me staan en draait haar volume nog een stukje omhoog: ‘hij moet van mijn stoel af, ik zat daar eerst’, gilt ze. Sssssttt, zet die sirene van je nou eens uit’ fluister ik haar toe. Ondertussen aan de andere kant van de telefoon hoor ik de klant doorpraten. Ze is slechthorend, dus dat komt in dit soort gevallen best goed uit. Het moment dat ik ophang is de rust weer wedergekeerd. Ik kijk ze aan met mijn ‘mama-is-boos blik’. De mini-terrors, het kleine tuig, de jeugd van tegenwoordig, ze kijken terug met hun puppy ogen en zijn muisstil. Stinkerds, denk ik. Later als ze groot zijn dan doe ik hetzelfde terug bij ze, ik verheug me er nu al op

Druk,druk, druk.

Je zou denken dat de bejaarden-medemens een wat minder volle agenda hebben dan dat wij hebben. Zou je denken… maar sommige hebben het nog hartstikke druk op hun manier. Een afspraak maken valt soms dan echt nog niet mee. Op maandag is er bingo, dinsdag gaan ze naar de kapper voor een watergolfje, op woensdag wordt er gekaart en op donderdag komt de hulp, ja en op vrijdag dan werkt deze pedicure niet. Nee, wegkwijnen achter de geraniums doen deze bejaarden niet, ze weten hun dagen aardig in te vullen. Soms is dat lastig plannen voor mij, maar ik teken ervoor om op deze manier oud te worden!

Bingo-frustratie


Corrie: ‘je kan tegenwoordig ook komen eten voordat de bingo begint’.
Ik: ‘oh wat handig, lekker hoor’.
Corrie: ‘nee dat is helemaal niet lekker, het was niet te eten. We kregen bami en het waren alleen maar witte slierten zonder iets er doorheen. En er zaten kipspiesjes bij maar die waren keihard. Ik hoefde het niet. Zal ik het voor je inpakken? Dan kan je het meenemen? Vroegen ze nog aan me. Ik zei: weet je wat je er mee kan doen? Je kan het in de vuilnisbak flikkeren, het is niet te vreten.’
‘Ja, ze zal me wel niet aardig hebben gevonden, maar het is toch zo? Mijn dochter zeg ook dat ik wat netter moet praten, maar ik praat nou eenmaal zo, heb ik altijd gedaan’.
Nou Corrie, hou het maar lekker op zijn ABR’s hoor, dan weten we allemaal precies waar we aan toe zijn.

*met toestemming van Corrie geplaatst*

Itsy Bitsy Spider

‘Heb jij die nou meegenomen naar binnen?’
Vraagt een klant aan mij als ik haar kamer binnen rol met mijn koffer. Ik kijk om en zie een grote spin in haar gang. Ik ben niet snel bang voor spinnen, maar deze variant brengt de hysterische kant in mij naar boven. Niet alleen zijn behaarde lijfje is groot, maar ook zijn poten, ik krijg er de rillingen van.
Mevrouw pakt een wc-papiertje en vraagt of ik ‘m weg durf te halen.
‘Uh…., nou niet met een papiertje’, ik weet dat deze nogal snel kunnen rennen en dan zal je zien dat ie net de verkeerde kant op rent. (Mijn kant dus)
Mevrouw drukt me haar elektrische vliegenmepper in mijn handen.
Ik ga door mijn knieën en rooster het beestje. ‘Sorry spin, ik ben echt een dierenvriend maar bij dit soort varianten houd de liefde echt op.
‘Dank je wel’, zegt de klant.
‘Geen probleem hoor, service van de zaak’, antwoord ik haar.
Judith: pedicure aan huis, spinnen- vedelgster, you name it.

Fetisj

Klant: ‘heb je van je werk je hobby gemaakt?’
Ik: ‘Uhm nou, voeten zijn geen hobby van me hoor, ik heb geen voetfetisj als je dat bedoelt.’
Klant: ‘Haha, Nee? Je word niet blij van voeten?’
‘Nope, ik kan er niet wild van worden’. antwoord ik lachend. ‘Nou gelukkig maar, zegt de klant dan sta je toch raar van te kijken: een pedicure met een voetfetisj.’ Dan heb je pas écht van je hobby je werk gemaakt.

Wie mooi wilt zijn….

Mevrouw: ‘vergeet je koffie niet, hij wordt koud’.
Ik: ‘ik laat ‘m altijd afkoelen, ik krijg hete koffie niet weg. En je schijnt knap te worden van koude koffie.’
Meneer (in de 80): ‘Ja dat klopt, kijk maar naar mij, ik drink mijn koffie ook altijd koud.’
Ik hoor mevrouw lachen op de achtergrond.
Terwijl ik aan mijn koffie begin zeg ik: ‘oh, dus ik heb nog zo’n 40 jaar te gaan, even volhouden dus.’
Meneer: ‘precies, nog even volhouden meissie

Tassie

Één keer per week werk ik in een verzorgingstehuis in Gouda, mijn geboortestad. De stad waar ik een groot gedeelte van mijn jeugd heb doorgebracht.
Mijn hart ligt tegenwoordig in Rotterdam, maar ik kom graag terug in de kaasstad. Zo ook vandaag weer. Terwijl ik mijn werktafeltje installeer hang ik mijn ‘tassie’ op aan de zijkant. Hij past er perfect tussen. Soms hangt ie met de tekst naar voren en soms naar achteren. Ik let er niet zo erg op.
De mensen hier wel daarin tegen. Ik kreeg een corrigerende tik op de vingers van een medewerker toen de tekst niet zichtbaar was: ‘hey, dat kan niet hoor, kom eens hier, even je tas omdraaien’.
Tot aan de bewoners: ‘wat heb jij nou op je tas staan?, wat grappig zeg, wat is dat voor een taal eigenlijk?’
Het mag duidelijk zijn waar ik tegenwoordig vandaan kom, en dat leidt tot de mooiste gesprekken. Bewoners die over hun stad/dorp de mooiste herinneren ophalen en ze delen met mij.
Home is where the heart is zeggen ze weleens, en voor sommige bewoners hier ligt hun hart nog vaak daar waar ze de mooiste herinneren hebben gemaakt….

Lifttalk

Ik stap de lift in en trek mijn werkkoffer achter me aan. De wieltjes ervan blijven nog weleens steken als ik in een lift instap dus ik probeer de koffer zo voorzichtig mogelijk over de rails heen te trekken.
Op dat moment stapt er een meneer de lift in, zo halverwege de 70 schat ik hem in.
‘Het is toch niet normaal hè? Ze pleuren het gewoon maar overal neer’.
Zegt hij tegen mij met een Rotterdams accent wat niet te vermijden is.
‘Wat?’ Vraag ik hem.
‘Nou, de folders uit de brievenbus, als ze die niet meer motte, dan flikkeren ze die op de grond ipv in de prullenbak. En ik weet wie het doen hè? Ik woon hier al 40 jaar, ik zie alles.’
Meneer gaat verder: ‘ik heb in de haven gewerkt hè? Ik ben een geboren en getogen Rotterdammer’, verteld hij trots.
‘Echt? Dat was me nog niet opgevallen’ zeg ik lachend.
Meneer lacht terug en weet dat ik op zijn accent doel. Dan is het zijn verdieping om uit te stappen. ‘Dag meissie, werk ze hè! Zegt hij vriendelijk als hij de lift uitstapt.
Dag gezellige Rotterdammert. Hou het allemaal maar goed in de gaten hoor.
Wat hou ik toch van small talk in de lift.

Apenliefde

Klant: ‘het is herfstvakantie hè? Waar zijn je kinderen vandaag’?
Ik: ‘oh die zijn mee, die zitten in de auto’.
Klant: ‘nee, toch!
Ik schiet in de lach en ze heeft door dat ik een dolletje maak met haar.
‘Ik dacht het echt even hoor’, zegt ze.
‘Nee, dat zal ik nooit doen hoor’ zeg ik tegen haar. Ze achter het behang plakken, dat doe ik wel af en toe met die aapies van me

Call me

Ik moet toch altijd zo lachen als de bejaarden-medemens mijn voicemail inspreekt: ‘ik moet inspreken na de piep, oh die is al geweest. JA HALLO MET MEVROUW DE BRUIN IK WIL GRAAG EEN AFSPRAAK MAKEN! MIJN TELEFOONNUMMER IS.. wat zeg je Jan? Staat ons nummer al in haar scherm? Oh, ja toch maar even voor de zekerheid hoor. ONS NUMMER IS 010-1234567, WIJ WONEN OP DE MARINIERSWEG. Volgens mij is het goed zo toch Jan? Nou we horen het wel’.

Another day at the office

‘Fijne vakantie!’ Roept een fietser mij toe op laan van zuid terwijl hij naar mijn koffer kijkt. ‘Dank je wel!’ Roep ik terug naar hem terwijl hij verder fietst. Een paar uur eerder kreeg ik de vraag in een lift in Charlois of ik niet een bom in ‘die grote koffer’ had. ‘Nee, wel mesjes’, wilde ik antwoorden. Meneer keek mij heel serieus aan, dus het leek me verstand om mijn lollige antwoord maar achterwege te laten. Helaas ga ik niet op vakantie, en gelukkig heb ik geen terroristische trekjes. Nee joh,ik ben gewoon een pedicure aan het werk in de stad

Een dag niet gelachen…..

De smartlappen-liedjes vullen de woonkamer van meneer terwijl ik hem help om zijn voet op mijn beensteun te leggen. ‘Uw nagels zijn niet erg hard gegroeid hè, in die 6 weken tijd’ merk ik op. Meneer kijkt mij aan met zijn kleine pretoogjes en zegt: ‘ik bijt nagels’.
Aangezien ik nogal een beelddenker ben schiet ik hard in de lach. Hij lacht met mij mee en ik zeg tegen hem: ‘oh, dat wil ik zien dan!
Meneer antwoord: ‘nee joh, anders heb ik jou toch niet nodig.
‘Nou gelukkig maar’ antwoord ik hem. Ik start de behandeling en in de tussentijd doen we wat altijd doen: lachen om de foute videoclips van de smartlappen zangers. Tenslotte is een dag niet gelachen, een dag niet geleefd

Beauty

Ik stap de lift in en begroet een mevrouw van middelbare leeftijd die er al in staat. Ze heeft een klein wit hondje bij zich en ze groet me vriendelijk terug. Het beestje ligt bibberend in haar armen. ‘Ja ah we gaan zo lekker naar buiten hè?’ zegt ze met een kinderstemmetje tegen het beestje. ‘Hij is gek op mensen, je mag ‘m wel aaien hoor’. Het moment dat ik het bibberende beestje aan mijn hand wil laten snuffelen begint ie heel enthousiast mijn hand af te lebberen. Ik trek mijn hand terug en zeg: ‘nou idd wat een lieverd zeg’. Ik veeg mijn hand af aan mijn werkbroek. Ik houd van honden maar bij gelebber stopt de liefde. ‘Hij heet bejoetie, iedereen in de flat kent hem en iedereen is gek op hem’, kletst ze verder. We stappen de lift uit en ik zie dat beauty een roze jasje aan heeft. ‘Ja natuurlijk’ denk ik, dat maakt het plaatje compleet. We lopen naar buiten waar ze hem op de grond zet. Het kleine hondje begint meteen te keffen naar alles en iedereen. Die ‘bejoetie’, wat een lieverd is het toch.

Step bij step

‘Meneer is een beetje zenuwachtig, dus ik blijf er even bij’. Wordt tegen mij gezegd als ik binnen stap bij een nieuwe klant. ‘Helemaal prima hoor, geen probleem’, antwoord ik.
‘Meneer heeft last van pijnlijke plekken, al een tijdje, hij durfde niet naar de pedicure te gaan’. Als ik de behandeling begin,leg ik stapsgewijs uit wat ik ga doen. Alles gaat goed en meneer is blij. ‘Ik wil u heel erg bedanken en even een hand geven’ zegt hij na afloop.
‘Is goed, even mijn handschoen uit doen’ antwoord ik hem. En terwijl ik hem een hand geeft pakt ie hem vast en drukt er een zoen op. ‘Zo, dat is lang geleden dat ik die voor het laatst kreeg’ zeg ik lachend. Meneer pakt zijn nieuwe sneakers en trekt ze aan. ‘Eindelijk kan ik ze aan, mijn voeten doen geen pijn meer’. En terwijl ik de deur uitloop zwaait hij me na tot aan de lift. Meneer blij, ik blij. Één van de allertofste dingen van dit vak.

Na regen komt zonneschijn

Het regent. ik word een beetje down van het weer en met mijn hoofd omlaag loop ik richting mijn auto.Ik ben aan het werk in het centrum terwijl mijn oog valt op een tegeltje. Ik heb dit tegeltje eerder gezien en een vriendin van mij (geboren en getogen Rotterdamse) legde mij uit dat dit tegeltje de brandgrens aangeeft. De grens van de vernieling het bombardement. Terwijl ik doorloop naar mijn auto denk ik aan de verhalen van mijn klanten die zij mij over de oorlog hebben verteld. Heftige verhalen. Verhalen die de regen doen vergeten. En terwijl ik naar mijn volgende klant rijd trekt de regen weg en doet de zon zijn best om door de wolken heen te komen. Zo zie je maar, na regen komt zonneschijn. En daar is deze stad toch wel het ultieme voorbeeld van.

Tang

Bejaard echtpaar kregen gister beide een pedicure behandeling. Mevrouw tegen meneer toen ik zijn nagels aan het knippen was: ‘wat een tang hè?’
Ik: ‘ik mag hopen dat het over mijn knipper gaat.’
Verschrikt kijkt ze me aan: ‘oh ja, natuurlijk’.
Ik kijk haar lachend aan en ze heeft door dat ik een grapje maak.
‘Maar het blijft een grote tang’.

Arm in arm

Yes, weer fijn aan een nieuwe werkdag begonnen. En mijn eerste klant was toch om op te vreten. Een mevrouw van 93 jaar, ze staat op me te wachten als ik de lift uit stap. ‘Goedemorgen mevrouw, wat lief dat u mij komt halen, maar waar is uw karretje?’, vraag ik haar. ‘Oh die ben ik in alle haast vergeten, ik ben al 93, wat een oud wijf hè?’ Waarop ik lachend antwoord: ‘dat zijn uw woorden hè, nou steek maar een arm in’. En samen lopen we gearmd, schuifelend en giebelend om haar opmerking terug naar haar knusse kamertje. Wat hou ik toch van dit soort momentjes.

ABR

Vanmorgen op Rotterdam Zuid/ Feyenoord. Tijdens de behandeling horen we ineens een hoop kabaal, er vliegen twee helikopters voorbij, die vervolgens rondjes blijven vliegen. Het lijkt op een oefening, soms zien we ze zakken om vervolgens weer verder te vliegen. Na de behandeling gaan we even kijken op haar balkon waar haar zoon verteld dat hij 10 jaar geleden een helikoptervlucht heeft gemaakt in Cuba samen met zijn moeder. Hij laat de foto’s zien en terwijl ik een slok neem van de koffie hoor ik mevrouw op de achtergrond in het Algemeen Beschaafd Rotterdams zeggen: ‘sjongejonge wat een takke-herrie zeg, zijn het niet die kinderen dat is het dit wel’.
De koffie schiet bijna door mijn neusgaten naar buiten…
Wat een gaaf gezicht zo die helikopters boven de stad, maar het blijft natuurlijk wel gewoon een takke-herrie

Lief

Soms laten mensen mij heel dichtbij komen, zowel letterlijk als figuurlijk.
Zo ook pas geleden bij deze dementerende dame. Soms heeft ze slechte dagen en is ze met haar gedachtes op een plek waar niemand bij komt. En soms heeft ze heldere dagen, dagen dat ik een glimp zie van de persoon die ze ooit is geweest.
Na haar voeten behandeld te hebben staan we in de gang als ze dichterbij schuift, en ineens heb ik twee zoenen op mijn wang te pakken. ‘Lief’ zegt ze met een zachte stem.
‘Ik vind u ook lief’ zeg ik terwijl ik haar hand pak en even over haar arm wrijf.
‘Tot over een paar weken’ zeg ik als ik me omdraai en haar deur uitloop. Ze blijft in de deuropening zwaaien totdat ik uit beeld ben.
Ik ga verder met mijn werkdag en geniet nog even extra van alles, want voor je het weet kan je je er misschien meer weinig van herinneren…

My girl

Op een doordeweekse ochtend: ‘Jongens schoenen en jassen aan, we gaan naar school!’
‘Welke schoenen moet ik aan mama?’
Waarop ik antwoord dat ze zelf maar even moeten kijken. Vervolgens komt diva-kleuter met deze combi aanlopen.
‘Weet je zeker dat je deze schoenen aan doet vandaag? En moet je je sokken dan niet uitdoen?’ Vraag ik aan haar.
‘Nee hoor mama, zegt ze, dit wil ik aan, zo vind ik het mooi’. Ik kijk nogmaals naar de pantersokjes en naar haar schoentjes. Wat ga ik doen, ga ik de strijd aan of laat ik het maar gaan.
Ik kies voor het laatste. Wat bij dochterlief in haar kop zit, zit niet in haar kont en zo lang ze niet met haar onderbroek op haar hoofd buiten loopt valt het allemaal nog wel mee. ‘Ok, liefie, helemaal prima dan’ zeg ik terwijl ik de riempjes van haar schoentjes vastmaak. Ze pakt haar jas en tas en huppelt vrolijk de deur uit….
My girl, ze weet heel goed wat ze wil en wat ze niet wil. Een mooie eigenschap, een soms uitdagende eigenschap, een eigenschap waar ze heel ver mee gaat komen.

Corrie

Kennen jullie Corrie van de Kruiskade nog? Pas geleden was ik weer bij haar en ze had weer een bingo-frustratie….: ‘Weet je wat ik had gewonnen dit keer bij de bingo? Een soeppan!! Wat moet ik nou met een soeppan? Als ik ga koken word het een bende.’ (Corrie is slechtziend). Ik moet stiekem lachen om de manier hoe ze het verteld en ze gaat verder: ‘Dus ik vroeg aan mijn zoon of hij die pan wilde, maar hij wilde ‘m niet, dus ik naar mijn buurvrouw, die wilde ‘m ook niet, niemand wilde die pan! Toen ben ik met die pan naar beneden naar de balie gegaan. En ja hoor, de receptioniste wilde wel die pan hebben.’ ‘Daar ga ik lekker chili con carne in klaar maken had ze gezegd.
Dus ik zeg: nou je doet je best maar.’
‘Ben allang blij dat ik van dat ding af ben’, zegt Corrie lachend.
‘Als ze nou gewoon eens een pak kaakies als prijs doen, maar nee hoor’. Nou Corrie, de volgende keer neem ik een pak kaakies mee voor bij de koffie, heb je toch nog een beetje prijs.

*foto en verhaal geplaatst met toestemming van Corrie: ‘ja, best joh.’*