Life is beter when you’re laughing.

Het is nu ruim drie weken geleden dat ik ben geopereerd, en de mist in mijn hoof is al redelijk opgetrokken: de vermoeidheid en de warrigheid nemen af, mijn concentratievermogen en energiegehalte nemen langzamerhand toe.

Er is geen pijn meer, geen maandelijkse issues, geen onzekerheden, en geen getob. Ik had een haat-liefde verhouding ermee, en nu die eruit is voel ik me opgelucht. Het is het huisje geweest van mijn zoon en dochter voor 9 maanden lang, en het heeft op dat gebied goed zijn werk gedaan. Maar vanaf mijn 11e ook veel ellende gezorgd. Hebben jullie al een vermoeden waar ik het over heb? Ja, precies: mijn baarmoeder. Mooi woord eigenlijk : baarmoeder, in het Engels noemen ze het uterus, klinkt toch minder romantisch.

Het was een pittige beslissing, en de beslissing was ook echt niet zomaar gemaakt: er is veel aan vooraf gegaan. Tijdens het wikken en wegen hierover sprak ik mijn moeder: ‘Mam, ik vind het best heftig, mijn kindjes hebben er 9 maanden veilig in gezeten, en het is toch een stukje vrouwelijkheid. Waarop mijn oh -zo -praktisch -ingestelde moeder zei: ‘Juud, je moet het maar zo zien: het heeft zijn werk goed gedaan, maar nu is het tijd voor een nieuwe fase.’ En met die gedachte ben ik de operatie in gegaan.

De aanloop naar de operatie toe, was een lange aanloop. De klanten die stonden ingepland voor die tijd moesten verschoven worden of werden bij een collega ondergebracht. Ik heb aardig wat uren gebeld en ge-appt om dit zo goed mogelijk te regelen. En wat waren de reacties lief: ‘rustig aan he?’, ‘heel veel succes, we denken aan je’. Of: ‘je neemt je rust hoor, als je toch eerder op de stoep sta dan doe ik gewoon niet open voor je’. In het verzorgingstehuis waar ik eens per week werk werd door een bewoner voorgesteld om de operatie zelf even te doen: ‘gaan ze je baarmoeder verwijderen? Nou dat kan ik ook wel voor je doen hoor.’ Waarop ik antwoorde: ‘de alcohol en mesjes heb ik zelf ook dus waarom niet’. Lachend zei ik hem gedag, en beloofde ik hem om over 8 weken weer gezond terug te komen.

Mijn eierstokken hebben ze laten zitten, in tegenstelling tot de buurvrouw met wie ik een kamer deelde in het ziekenhuis. Bij haar was alles verwijdert: ze had baarmoederhalskanker. Ze was al een stuk ouder als dat ik ben, er ze was er vrij nuchter onder, ze had er alle vertrouwen in dat het niet was uitgezaaid. Ondanks dat we er niet voor de lol lagen hebben we ontzettend gelachen met elkaar. Ik hoefde maar één nachtje te blijven, zij moest twee nachtjes blijven. Tijdens de nacht maakte zich zorgen toen ze me niet hoorde: ‘meid’, zei ze de volgende ochtend, ‘wat ben jij stil tijdens het slapen, ik dacht echt even dat je dood was, oh wat erg toch voor dat gezinnetje schoot er door mijn hoofd.’ zei ze. Wat heb ik gelachen om die opmerking, wat een drama, maar ook om haar humor, ze heeft een heftig leven gehad, maar ze bleef overal de humor van inzien. (Je kan iemand goed leren kennen als je 24 uur samen een kamer deelt kan ik je vertellen ;-))

Al met al is het eigenlijk precies van wat ik me er van had voorgesteld en ik kan me redelijk rustig houden. Iemand had mijn moeder al gewaarschuwd: ‘bind die maar vast, anders neemt ze haar rust niet’. Maar het lukt me aardig, en het delegeren gaat me ook prima af. Zal ik het er nog maar even van nemen dan? Nog maar even extra in de watten laten leggen? Of zoals ik tegen een vriendin zei; ‘ik denk dat ik me vaker laten opereren, ik word zo vertroeteld door iedereen. Gekscherend natuurlijk, want ik weet ook echt wel als geen ander, dat gezond zijn één van de grootste rijkdommen is.

Maar humor houd je op de been, Ze zeggen weleens dat humor het beste medicijn is. Soms is het gewoon nodig om even de scherpe kantjes van het leven af te halen, dan kan je maar beter de lol van bepaalde situaties inzien, anders wordt het allemaal zo zwaarmoedig, en daar is het leven toch te kort voor? Want tenslotte is een dag niet gelachen, een dag niet geleefd.

Liefs, Judith

Ps. als ik lol heb, dan lach ik met mijn mond open, kraaienpootjes om de ogen, en een hard geschater, heel charmant, that’s me 😉

 

Big city, Big hearts

Ik sta op het afgesproken tijdstip op de stoep bij een nieuwe klant. Na drie keer aanbellen, een paar keer kloppen, en haar een paar keer geprobeerd op haar telefoon te bereiken geef ik het op. Ze is niet thuis.

Dan hoor ik een stem achter me: ‘Daar sta je dan met je goeie bedoelingen’. Ik draai me om en kijk in de ogen van de buurman, vriendelijke ogen van een bejaarde man. ‘Weet u waar uw buurvrouw is? Ik had een afspraak met haar’, vertel ik hem.

Hij vertelt mij dat hij haar die ochtend nog heeft gezien, en dat hij het voor de rest ook niet weet. We bellen en kloppen samen nog een keer aan, maar tevergeefs….
‘Je mag anders wel even binnenkomen bij mij voor een bakkie thee of koffie’, bied de gastvrije buurman aan.

Mijn moeder heeft mij geleerd om geen drankjes aan te nemen van vreemde mannen, maar deze ziet er alles behalve onbetrouwbaar uit.
En aangezien ik toch even de tijd moet overbruggen naar de volgende klant, en een bakkie koffie er altijd wel in gaat besluit ik om in te gaan op zijn uitnodiging.

Eenmaal binnen word ik rondgeleid door zijn knusse benedenwoning en ondertussen staat de koffie te pruttelen. We gaan op zijn bank zitten en meneer verteld over vroeger: over zijn tijd bij de marine, over zijn vrouw die hij een paar jaar geleden heeft verloren en nog zo erg mist, en over zijn schilder-hobby. Ik geniet van mijn spontane pauze terwijl meneer verder verteld.

Na een half uurtje besluit ik om verder te gaan met werken, en bedank ik hem voor de koffie, de gezelligheid, en zijn gastvrijheid.

Ik ga verder met mijn planning waar aan het einde van de middag even een tussenuurtje in zit. Ik besluit om die te overbruggen door even het centrum in te rijden om mezelf op een Poke Bowl te trakteren. Het heeft geen nut om naar huis te rijden, tegen de tijd dat ik daar ben kan ik weer terug.

Terwijl ik geniet van mijn sushi-snack denk ik aan de gastvrijheid die ik onderweg al vaak heb mogen meemaken bij mijn klanten: ‘Juud, je bent altijd welkom, ook al ben je niet aan het werk, of als je wat tijd moet overbruggen tijdens het werk dan weet je dat je altijd langs mag komen’. Ik heb het regelmatig gehoord.

Na die anderhalf uur sta ik bij mijn volgende klant voor de deur, zo rond half 7 in de avond. Tijdens de behandeling vertel ik haar dat ik mezelf even heerlijk heb getrakteerd waarop ze antwoord: ‘meid, je weet toch dat je hier ook altijd een boterham mag eten’.

En dat is , denk ik, één van de meest grote misverstanden van de mensen in de stad: ze zouden niet gastvrij zijn , afstandelijk, en op zichzelf. Terwijl ik het meest aanspraak heb in de lift, voor het stoplicht, of zomaar bij een buurvrouw op de stoep. Juist de mensen in de stad hebben even dat praatje nodig, het leven hier gaat allemaal al zo snel. En soms komt er iemand op het juiste moment die er even voor zorgt dat je de juiste aandacht krijgt. Of dat nou de pedicure is, de buurman, of een onbekende in de lift, het kan je hier zomaar even overkomen….

*Ps: met de buurvrouw gaat het goed, ze was door de omstandigheden de afspraak vergeten.

Yaşar and Me

Ruim anderhalf jaar geleden werd ik gebeld door Yaşar: ‘ik zoek een pedicure aan huis, kunt u bij mij langs komen? Ik heb wel echt moeilijke voeten hoor’, vertelde ze aan de telefoon.

Dat klanten hun voeten ‘heel lelijk of moeilijk’ vinden hoor ik wel vaker. Als ze dan bij mij in de stoel zitten en de sokken gaan uit dan denk ik vaak: ‘oh dat valt toch hartstikke mee’.

Maar Yaşar had geen woord teveel gezegd. Ze heeft echt moeilijke voeten. En dat komt door de vaatziekte die zij heeft: het bleu rubber bleb nevue syndroom. Een hele mond vol. Ik legde haar aan de telefoon uit, dat ik geen medisch pedicure ben en dat ik twijfelde of ik daar wel de juiste persoon voor ben. We spraken af dat ik langs zou komen en de situatie zou bekijken.

Zo gezegd zo gedaan. Bij aankomst doet een vrouw in een rolstoel open en stelt zichzelf voor als Yaşar. Als we de woonkamer binnen komen word ik vriendelijk begroet door haar familie en krijg ik een kopje thee aangeboden.

We maken kennis met elkaar en Yaşar doet haar verhaal, ze legt uit dat ze altijd samen met haar vader haar nagels knipte, maar die durfde het niet meer aan. Er moet bij haar zo voorzichtig te werk worden gegaan, bij het minste of geringste kan het gaan bloeden en daarnaast is haar huid ook heel erg gevoelig. Ik besluit om het voorzichtig te proberen, en het lukt. Met een knalrood hoofd van de inspanning rij ik naar afloop naar huis. Ik ben onder de indruk en kan de situatie moeilijk loslaten. Wat een heftige aandoening en wat een bikkel is Yaşar.

Sindsdien kom ik elke 4 weken bij haar om haar voeten te verzorgen. Bij binnenkomst begroet ik haar altijd met: ‘hi, hoe istie met je?’ Waarop altijd een eerlijk antwoord volgt. Meestal gaat het goed met haar, maar ze heeft ook slechte dagen. Dan antwoord ze met ‘mwah, het gaat wel’. Ik weet dan dat ze zich groot houd. Soms vraag ik door, soms laat ik het even gaan om haar zelf erover te laten beginnen als ze daar behoefte aan heeft.

Yaşar en ik verschillen op veel vlakken: ik woon in het nieuwe Nesselande, zij woont in het Oude noorden, zij is Turks, ik ben Nederlands, ik woon samen met mijn gezin, zij woont met haar man bij haar ouders. En ondanks dat zouden wij uren kunnen kletsen. We hebben samen mooie gesprekken tijdens de behandeling over de toekomst, over familie, en over het leven. We kunnen lachen om dezelfde dingen en we zijn eerlijk maar ook lief tegen elkaar. Zo noemt zij mij altijd ‘schat’en ik haar ‘lieffie’.

Want Yaşar is een lieverd, zo krijg ik weleens heerlijke zelfgemaakte broodjes mee voor onderweg, en afgelopen keer kreeg ik bosuitjes mee uit eigen moestuin. Ze is niet alleen lief, maar ook superstoer: Yaşar is geen piepert, geen aansteller, geen slachtoffer van haar ziekte.

Lieve Yaşar, bedankt voor je vertrouwen in mij, samen zijn wij zijn een topteam 😉

*Foto en blog zijn geplaatst met toestemming van Yaşar*

Age is just a number


Ik kom binnen bij een meneer van 84 jaar, ‘hallo meisje, wat zie je er weer gezellig uit’, zegt hij. Hij noemt me ‘meisje’ denk ik terwijl ik verder kom en mijn spullen neerzet. ‘Goedemorgen meneer, hoe gaat het met u?’, vraag ik hem. Hij zegt dat alles ‘uitstekend’ gaat en dat hij blij is met mijn komst. Deze meneer is op een leuke manier een ouwe charmeur, en we maken daar samen vaak grapjes over: ‘U weet het he’, zeg ik dan, ‘u staat op mijn reservelijst, dat we maar 47 jaar schelen is maar een klein detail’. Waarop hij antwoord: ‘precies, leeftijd is maar een getal’.

Mijn oudste klant is 97 jaar, mijn jongste klant is 15 jaar. Zelf mag ik deze zomer 38 kaarsjes uitblazen. In de ogen van mijn bejaarden klanten ben ik nog een meisje, in de ogen van mijn jongste klanten ben ik een mevrouw, en word ik met ‘u’ aan gesproken

Leeftijd is een relatief begrip. Je bent tenslotte zo oud als dat je je voelt toch? Ik zie het aan mijn bejaarden klanten. Degene die alles nog zelf willen doen, degene die positief zijn ingesteld, en degene die het liefst elke dag meedoen aan activiteiten, dat zijn vaak degene die ik jonger inschat.

Zo was ik vorige week bij een mevrouw die 90 jaar is geworden, en nog zelfstandig woont: mevrouw Lien heet ze. Ze krijgt thuishulp maar doet nog ontzettend veel zelf. Ze vertelde me dat ze een nieuwe zonnebril had gekocht. Ze zette hem op, het was een modern montuur. ‘Hij staat u geweldig’, zei ik. En daar was geen woord van gelogen. Hij stond haar top, een vrouw van 90 jaar met zo’n moderne zonnebril, ik hou ervan, en ze kon ‘m nog hartstikke goed hebben ook. Mevrouw Lien is nog ontzettend bij de tijd, ze is erg helder van geest . Rond sinterklaas kreeg ik een grote speculaaspop van haar, ik vond het zo lief en bijzonder dat ze aan mij had gedacht tijdens de boodschappen.

Ik heb zelf nog geen moeite met ouder worden. Eigenlijk vind ik dit best een mooie leeftijd, ik zit beter in mijn vel dan 10 jaar geleden: Ik vind mijn werk super, de kids zijn op een leeftijd dat ze veel zelf kunnen (maar mama is nog wel hun wereld), en ik sta steviger in mijn schoenen. Elke verjaardag ben ik weer dankbaar dat ik een jaar gezondheid en geluk erbij mag tellen.

Soms moet ik weleens denken aan een uitspraak van een klant van mij: ‘iedereen wil oud worden, maar niemand wil ouder worden’. En daarmee slaat ze de spijker op zijn kop. Ik zie namelijk ook aan mijn klanten wat oud worden in kan houden: dementie, incontinentie, afhankelijk van een rollator, overal pijntjes.

Maar voorlopig ben ik nog niet zover, tenslotte ben ik ‘een meisje, die net komt kijken.’ En in de tussentijd kijk ik de kunst van het ouder worden af bij mijn klanten. Hopelijk word ik ook zo’n omaatje die fanatiek mee doet met de bingo, af en toe een advocaatje achterover tikt, en geniet van haar pedicure-behandeling. En hopelijk denkt mijn ‘pedicure-meisje’ dan: ‘goh ik had haar toch echt jonger ingeschat.’


Corrie van de Kruiskade

Ik leerde Corrie ongeveer een jaar geleden kennen. Haar omstandigheden waren toen niet al te best: ze was opgenomen in een revalidatiekliniek nadat ze in het ziekenhuis had gelegen omdat ze een hartinfarct had gehad.

Corrie is slechtziend, en in het verleden knipte haar man altijd haar nagels. Maar die is helaas overleden en Corrie wilde haar kinderen niet belasten met de verzorging van haar voeten. Toen Corrie in het ziekenhuis belandde kwam de familie erachter dat ze wel een pedicure behandeling kon gebruiken, en toen werd ik in het leven geroepen.

Sindsdien kom ik elke 6 weken bij Corrie thuis in een verzorgingstehuis aan de Kruiskade om haar voeten te verzorgen.

Toen ik met een fotograaf had afgesproken om foto’s te maken van mijn werk voor mijn blog en website, moest ik aan Corrie denken. Die vind het vast prima als zij mee komt en foto’s maakt van mijn werk en van haar. Corrie vond dat inderdaad prima en op de afgesproken dag klopten we aan bij haar. ‘Hoi Corrie, hoe is het? Heb je je goeie goed aan voor de foto’s? ‘vroeg ik haar toen ik binnen kwam. Waarop zij antwoordde: ‘ikke niet, ze nemen me maar zoals ik ben’.

En dat is precies zoals Corrie is: wat je ziet, is wat je krijgt. Ze is op haar Rotterdams lekker recht voor zijn raap, en ik hou daarvan. Zij kan alles zeggen tegen mij, en ik kan alles zeggen tegen haar. Zoals op het moment wat vast is gelegd op de foto. Hier hadden we de grootste lol tijdens het moment dat ik de nagels van haar handen knip. ‘Kijk eens naar mijn armen, mijn huid ziet er gek uit he? Heel droog lijkt het wel’ zegt ze. Waarop ik antwoord: ‘Nee joh, dat is gewoon oud vel’. Om vervolgens beide heel hard in de lach te schieten. Om dat soort humor kunnen wij beide enorm lachen.

Ik vergeet ook nooit meer de bingo frustraties van Corrie. Een keer na mijn behandeling zou ze naar de bingo gaan. Waarop ik zeg: ‘nou wat gezellig’. ‘Nee’, zegt Corrie, ‘dat is helemaal niet meer zo gezellig hoor. Er is veel veranderd, en degene die over de prijzen gaat die is ook vervangen. En die prijzen, die slaan helemaal nergens op. Komen ze met tandenborstels aanzetten en de mensen die hier wonen hebben allemaal een kunstgebit, dus die gebruiken ze niet. Behalve ik, ik heb nog mijn eigen gebit, dus ik heb nu tandenborstels voor de rest van mijn leven.’

Het is nou eenmaal zo dat je met de ene klant meer heb dan met de andere. Je kan niet met iedereen door een deur. Daar heb ik weleens vaker over geschreven. Maar tot nu toe heb ik dat nog niet vaak meegemaakt. Ik heb echt leuke klanten, ik mag zeker niet klagen. Anders had ik ook nooit deze blog kunnen beginnen. Maar soms zit er een klant tussen waar je net even iets meer mee hebt, die net even wat dieper in mijn hart zit, en Corrie is daar één van.

*Foto en blog zijn geplaatst met toestemming van Corrie: ‘ja joh, je doet maar’.*

Make it happen

Ik ben niet geboren en getogen in Rotterdam, ik ben import. Maar ik ben redelijk geïntegreerd, al zeg ik het zelf. Je kan me wakker maken voor een patatje van de Bram, de brienenoordbrug is voor mij thuiskomen, en thuis heerst de ‘niet lullen maar poetsen ‘mentaliteit.

Ik kom uit een Goudse familie en ben geboren in Gouda. Ik ben opgegroeid in het veilige Moordrecht: waar het touwtje uit het brievenbus hing wanneer ik buiten speelde en ik naar binnen ging wanneer de straatverlichting aanging. Vele jaren later ben ik gaan samen wonen met een Waddinxveener in het dorp waar hij woonde, en uiteindelijk zijn we gesetteld in Nesselande, een buitenwijk van Rotterdam.

Mijn man wilde liever niet weg uit Waddinxveen, die is nogal honkvast. Ik kon hem overtuigen met het argument dat we dan dichterbij de Kuip wonen. En daar wonen we nu al ruim 10 jaar. Ik zou niks anders meer willen, ik voel me hier meer dan thuis.

Ik hou van de Rotterdamse mentaliteit: Hardwerkende mensen die duidelijk, eerlijk, direct en open zijn, en ik waardeer dat enorm. En zeker ook omdat ik dat ook tegen hun kan zijn. Zo weet iedereen waar die aan toe is.
Het is een stad met een ruw randje, er wordt niks opgepoetst, what you see is what you get.

Het is een stad waar heel veel mogelijk is door hard te werken. Zo is de slogan ‘make it happen’ hier in het leven geroepen en kan je deze slogan terug vinden in de stad op meerdere plekken.
Een slogan die heel toepasselijk is voor deze stad, want als je iets echt wilt, dan lukt het hier, in deze stad. De stad die zichzelf heeft opgebouwd na de tweede wereldoorlog. De stad die met de grond gelijk is gemaakt en nu piekt met torenhoge gebouwen die de skyline vertegenwoordigen.

De meeste klanten van mij zijn trouwens wel geboren en getogen in Rotterdam. Mijn oudste klant is 97 jaar. Zij heeft de oorlog heel bewust meegemaakt. Zo vertelde ze mij eens dat ze het bombardement nog heel goed kan herinneren, de geur van de vernieling, en van de lichamen op de Coolsingel. Ontzettend heftig en heel triest. Sommige kunnen er heel open over praten, en sommige praten er liever helemaal niet over.

Daarnaast heb ik aardig wat ondernemers in mijn klantenkring. Dames die hun eigen zaak hebben, hier keihard voor hebben gewerkt en daar nu de vruchten van plukken. Mannen die tijdens een behandeling hun telefoon niet weg kunnen leggen omdat een eigen zaak 24/7 doorgaat. Sporters die keihard trainen en hun tanden in hun doel hebben gezet en niet loslaten totdat hun doel is bereikt.

Ik geloof in het stellen van doelen en dat deze haalbaar zijn: als je hard werkt, een duidelijk richting kiest, open staat voor kritiek, eerlijk bent naar je klanten toe, en gaat voor een directe aanpak. En wat toevallig dat dat nou allemaal Rotterdamse eigenschappen zijn.

En met deze eigenschappen kan je het waar maken. Waar je ook bent. In Rotterdam, in Gouda, of in Moordrecht, want waar je hart ligt, daar ligt je doel.

Picture Perfect

Bij het perfecte plaatje denk ik altijd aan Instagram. Daar komen de mooiste foto’s voorbij van prachtig ingerichte woningen, mooie gezinnen, en zonovergoten vakanties. Een filtertje erover en klaar! Te mooi om waar te zijn, want iedereen weet dat elk huisje zijn kruisje heeft.
En die kruisjes krijg ik vaak te horen bij mijn klanten.

Bijna iedereen heeft wel foto’s in hun woonkamer staan. Voornamelijk van de (klein)kinderen, familie of huisdieren. Vaak word ik op die foto’s gewezen door mijn klanten: ‘Kijk dat is mij kleinzoon, die zit nu op de universiteit, en gaat met de zomer naar Gambia om daar een waterput te maken’. Ik krijg alle verhalen te horen die achter de foto’s schuilen. En dan bedoel ik de echte verhalen, niet de happy Instagram story’s.

Verdrietige verhalen: een dochter die bij een auto-ongeluk is omgekomen op 45 jarige leeftijd, een baby’tje die overleden is aan een longontsteking bij 9 maanden oud, dierbare huisdieren die zijn overleden, echtgenoten die veel te vroeg zijn overleden aan kanker. Ik heb ze allemaal te horen gekregen en ik neem ook altijd de tijd om naar deze verhalen te luisteren. Dan maar 5 minuten later thuis.

Maar ook mooie verhalen komen voorbij: klanten die bijvoorbeeld supertrots zijn op hun kinderen en kleinkinderen. Zo was ik eens bij een echtpaar van mediteraanse afkomst. Hun hele muur hing vol met foto’s van hun nazaten. Ik ben daar een uur binnen geweest, maar toen ik weer buiten stond kende ik de hele familie en weet ik wat voor werk ze doen. Hartverwarmend vind ik dat.

De mooiste foto’s vind ik die van vroeger. In zwart-wit. Daar is niks gefotoshopt aan, heel puur.

Social media is een mooi medium, zeker ook op zakelijk gebied. Ik probeer op dit gebied een duidelijk beeld van mezelf neer te zetten: hoe mijn werk eruit ziet, de plekken waar ik kom, de momenten die ik mee maak. Daar is niks gefotoshopt aan.

Een paar werken geleden ging ik met een fotograaf op stap om foto’s te maken voor mijn blog, social media en mijn website. Ik ben zelf niet van de selfie-generatie dus toen ik mezelf terug zag moest ik even slikken. De foto’s zijn prachtig geworden hoor, maar jeetje dat haar, of die neus, goh wat een dikke benen als ik zit. Ik ben dan super kritisch als ik naar mezelf kijk. Maar hey, that’s me. En dat is meer dan genoeg. Alhoewel…. Aan bovenstaande foto is wel iets gesleuteld. En jullie mogen raden wat…. 😉

Liefs, Judith

De mantel der liefde

Waar zouden we zijn zonder mantelzorg? Ik vraag me het weleens af aangezien ik het regelmatig tegenkom bij mijn klanten…

Een buurman die een sleutel heeft en elke avond even bij zijn bejaarde buurvrouw komt kijken of alles goed gaat. Een dochter die ervoor zorgt dat de administratie van haar vader goed wordt verzorgt en contact met mij onderhoud wat betreft de voetverzorging van haar vader.
Schoondochters die ervoor zorgen dat mams de beste zorg krijgt en dat haar koelkast altijd is gevuld en dat er een magnetronmaaltijd aanwezig is. En regelmatig worden afspraken, betalingen en parkeerkosten op afstand geregeld door de kinderen van de bejaarde klant.

Ik vind dit altijd hartverwarmend en zeker niet vanzelfsprekend. Niet iedereen komt uit een zorgzame familie, en niet iedereen heeft lieve buren.

Veel bejaarden wonen nog thuis en besteden de zorg uit aan de thuiszorg die ik regelmatig aantref bij hun. Maar die kunnen niet lang blijven en doen hun werk zo goed als kwaad als ze kunnen voordat ze weer met alle haast naar de volgende cliënt gaan. Een vriendin van mij werkt in de thuiszorg en de druk waar zij mee te maken heeft ligt enorm hoog. Petje af voor hun.

Soms komt het nieuws voorbij dat er iemand al dagen lang dood in zijn huis heeft gelegen voordat het wordt opgemerkt. Vreselijk lijkt mij dat, het zal je vader of moeder maar zijn.

Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn moeder aan haar lot zou overlaten als zij er alleen voor komt te staan als ze bejaard is. Zij heeft een groot gedeelte van haar leven voor mij gezorgd ( en doet dat soms nog steeds), en ik vind het niet meer dan normaal dat de rollen worden omgedraaid als zij zorg nodig heeft.
Mijn zoontje heeft zelfs al de zolder voor haar gereserveerd als het zover is, maar daar moet nog even over gesproken worden 😉



i saw the sign

Er zijn veel manieren om met elkaar te communiceren. Verbaal lukt het me prima, zoals een keer iemand zei over mij: ‘je gooit er een kwartje in en het begint te kletsen. Of op de non-verbale manier: met het maken van gebaren tijdens het autorijden word ik ook vaak prima begrepen. Maar met sommige klanten is het een hele andere situatie…..

Zo heb ik bijvoorbeeld een hele lieve klant die doof is. Ze kan goed liplezen, maar aangezien ik vaak mijn mondkapje op heb tijdens het werk en haar niet altijd kan aankijken, valt dat soms niet mee. Tijdens de behandeling kijk ik regelmatig of het goed gaat, ze heeft weleens last van een ingroeiende nagel en de behandeling daarvan kan soms even vervelend zijn. Ik steek dan mijn duim omhoog en kijk haar vragend aan om te kijken of het goed gaat met haar. Met haar duim omhoog beantwoord ze dan mijn vraag. Ze heeft twee vrolijke vogeltjes naast haar stoel staan, die de hele tijd gezellig tjilpen. Ik besef me dat zij dat niet kan horen en ik maak dan het klets-gebaar met mijn hand en wijs naar de vogeltjes. Ze weet precies wat ik dan bedoel en lacht daar dan om. Beetje bij beetje leer ik gebarentaal van een vriendin. Ze leerde me het gebaar voor goedemorgen. Ik begroette deze klant hiermee, ze glimlachte en leerde mij meteen me het gebaar voor goedenavond. Ondanks dat we niet verbaal met elkaar kunnen communiceren begrijpen we elkaar prima.

In het verzorgingstehuis waar ik werk zijn er bewoners die niet helemaal doof zijn, maar slechthorend. Als ik binnenkom dan moet ik mijn volume omhoog schroeven om verstaanbaar te zijn. Soms vergeet ik dat het bij de volgende bewoner niet nodig is, om vervolgens de opmerking te krijgen: ‘je hoeft niet zo te gillen hoor, bennie doof’.

Maar hoe zit het met de klanten van allochtone afkomst die de Nederlandse taal niet machtig zijn? In zo’n grote stad als Rotterdam kan je daar mee te maken krijgen. Vaak is de familie erbij om als tolk op te treden. Maar een enkele keer wordt Google translate geraadpleegd. Zo komen we ook een heel eind.

Hoe zal het zijn als je niet kan horen? Als je doof bent? Dat er een zintuig is wat wegvalt waardoor je in stilte leeft. Zijn je andere zintuigen dan sterker ontwikkeld? En dan is er nog het verschil of je doof bent geboren, of dat het zich later heeft ontwikkeld. Toen mijn kindjes als baby de gehoortest kregen vond ik het ook behoorlijk spannend. Gelukkig was alles goed. Hoewel ik daar nu mijn twijfels over heb aangezien ik alles 10x moet herhalen. Het zal wel goed zitten met ze, aangezien ze het kraken van een snoeppapiertje door een deur heen kunnen horen.


Nothing is under controle

Dat geen enkele dag hetzelfde is in dit vak, dat werd mij al snel duidelijk. Maar vandaag spande toch wel de kroon…

Ik had zo’n mooie planning staan voor vandaag: de eerste twee klanten wonen bij mij om de hoek in hetzelfde appartementencomplex, heel fijn, dat scheelt weer in de reistijd. Daarna zou ik richting het centrum gaan waar ik ook twee klanten ingepland had. Om vervolgens richting de rand van Rotterdam te gaan om daar de laatste klant te gaan behandelen. Er zaten twee nieuwe klanten tussen, dus daar had ik ruim de tijd voor ingepland. Mooie planning met niet al te veel reistijd.

Maar helaas… Maandag kreeg ik het bericht dat de klant die in het centrum woont in het ziekenhuis is beland, en de andere klant die in het centrum woont wilde de afspraak een paar weken verzetten. Balen, want nu had ik een gat van een paar uur die ik niet kon opvullen omdat ik mijn laatste klant niet naar voren kon schuiven in de planning.

Totdat ik gisteren werd gebeld door een nieuwe klant die een afspraak wilde maken. ‘Als je wil dan kan je morgen al, er is een plekje vrij gekomen’, vertelde ik haar. Dat vond ze prima, en het gat in mijn planning werd daardoor een stukje kleiner.

Om de tijd op te vullen neem ik wel mijn laptop mee, had ik bedacht. Dan kan ik onderweg mijn administratie en blog bijwerken nadat ik bij mijn eerste drie klanten ben geweest.

Zo gezegd, zo gedaan. Nadat ik vandaag bij mijn eerste klant ben geweest, bel ik aan bij de tweede klant. Na een paar keer aangebeld te hebben wordt er nog steeds niet open gedaan. Ik probeer haar te bellen, maar ik krijg geen gehoor. Ik krijg al een voorgevoel dat wordt bevestigd door een medebewoner van het complex: mevrouw is helaas overleden. Ik had al zo’n vermoeden: ze was al behoorlijk op leeftijd.

Ok, en nu? Gelukkig kon ik bij klant nummer 3 eerder terecht. Maar na haar zat ik toch nog met ruim 1,5 uur wat ik moest opvullen. Ik besloot maar om dan toch naar huis te gaan. Op het moment dat ik mijn auto start om richting huis te rijden krijg ik een appje van mijn laatste klant: als ik wil dan kan ik al komen, hij is eerder thuis van zijn werk. Mooi! Ik rij richting Spangen, waar hij woont, en binnen 15 minuten ben ik bij hem. Na ongeveer een uur ben ik klaar, best lekker om een keer op tijd klaar te zijn bedenk ik me. Ik rij over de A20 naar huis, waar de file al aardig op gang is gekomen. Thuis maak ik mijn spullen schoon en spring onder de douche. Daarna pak ik mijn laptop en ga alsnog aan de slag . Ik heb nog ongeveer een uur voordat manlief met de kids thuis komt.

Als aan mij wordt gevraagd hoe het met mij gaat, dan antwoorde ik regelmatig: goed hoor, alles onder controle. Totdat ik een keer een quote tegen kwam: ‘Nothing is under controle’. En dat blijkt maar weer eens op zo’n dag als vandaag. Niks is onder controle, en dat is, voor een control freak als ik, nog weleens moeilijk. Vandaag was een mooi leermoment, want zo zie je maar: als je loslaat valt alles uiteindelijk toch weer op zijn plaats.