Corrie van de Kruiskade

Ik leerde Corrie ongeveer een jaar geleden kennen. Haar omstandigheden waren toen niet al te best: ze was opgenomen in een revalidatiekliniek nadat ze in het ziekenhuis had gelegen omdat ze een hartinfarct had gehad.

Corrie is slechtziend, en in het verleden knipte haar man altijd haar nagels. Maar die is helaas overleden en Corrie wilde haar kinderen niet belasten met de verzorging van haar voeten. Toen Corrie in het ziekenhuis belandde kwam de familie erachter dat ze wel een pedicure behandeling kon gebruiken, en toen werd ik in het leven geroepen.

Sindsdien kom ik elke 6 weken bij Corrie thuis in een verzorgingstehuis aan de Kruiskade om haar voeten te verzorgen.

Toen ik met een fotograaf had afgesproken om foto’s te maken van mijn werk voor mijn blog en website, moest ik aan Corrie denken. Die vind het vast prima als zij mee komt en foto’s maakt van mijn werk en van haar. Corrie vond dat inderdaad prima en op de afgesproken dag klopten we aan bij haar. ‘Hoi Corrie, hoe is het? Heb je je goeie goed aan voor de foto’s? ‘vroeg ik haar toen ik binnen kwam. Waarop zij antwoordde: ‘ikke niet, ze nemen me maar zoals ik ben’.

En dat is precies zoals Corrie is: wat je ziet, is wat je krijgt. Ze is op haar Rotterdams lekker recht voor zijn raap, en ik hou daarvan. Zij kan alles zeggen tegen mij, en ik kan alles zeggen tegen haar. Zoals op het moment wat vast is gelegd op de foto. Hier hadden we de grootste lol tijdens het moment dat ik de nagels van haar handen knip. ‘Kijk eens naar mijn armen, mijn huid ziet er gek uit he? Heel droog lijkt het wel’ zegt ze. Waarop ik antwoord: ‘Nee joh, dat is gewoon oud vel’. Om vervolgens beide heel hard in de lach te schieten. Om dat soort humor kunnen wij beide enorm lachen.

Ik vergeet ook nooit meer de bingo frustraties van Corrie. Een keer na mijn behandeling zou ze naar de bingo gaan. Waarop ik zeg: ‘nou wat gezellig’. ‘Nee’, zegt Corrie, ‘dat is helemaal niet meer zo gezellig hoor. Er is veel veranderd, en degene die over de prijzen gaat die is ook vervangen. En die prijzen, die slaan helemaal nergens op. Komen ze met tandenborstels aanzetten en de mensen die hier wonen hebben allemaal een kunstgebit, dus die gebruiken ze niet. Behalve ik, ik heb nog mijn eigen gebit, dus ik heb nu tandenborstels voor de rest van mijn leven.’

Het is nou eenmaal zo dat je met de ene klant meer heb dan met de andere. Je kan niet met iedereen door een deur. Daar heb ik weleens vaker over geschreven. Maar tot nu toe heb ik dat nog niet vaak meegemaakt. Ik heb echt leuke klanten, ik mag zeker niet klagen. Anders had ik ook nooit deze blog kunnen beginnen. Maar soms zit er een klant tussen waar je net even iets meer mee hebt, die net even wat dieper in mijn hart zit, en Corrie is daar één van.

*Foto en blog zijn geplaatst met toestemming van Corrie: ‘ja joh, je doet maar’.*

Make it happen

Ik ben niet geboren en getogen in Rotterdam, ik ben import. Maar ik ben redelijk geïntegreerd, al zeg ik het zelf. Je kan me wakker maken voor een patatje van de Bram, de brienenoordbrug is voor mij thuiskomen, en thuis heerst de ‘niet lullen maar poetsen ‘mentaliteit.

Ik kom uit een Goudse familie en ben geboren in Gouda. Ik ben opgegroeid in het veilige Moordrecht: waar het touwtje uit het brievenbus hing wanneer ik buiten speelde en ik naar binnen ging wanneer de straatverlichting aanging. Vele jaren later ben ik gaan samen wonen met een Waddinxveener in het dorp waar hij woonde, en uiteindelijk zijn we gesetteld in Nesselande, een buitenwijk van Rotterdam.

Mijn man wilde liever niet weg uit Waddinxveen, die is nogal honkvast. Ik kon hem overtuigen met het argument dat we dan dichterbij de Kuip wonen. En daar wonen we nu al ruim 10 jaar. Ik zou niks anders meer willen, ik voel me hier meer dan thuis.

Ik hou van de Rotterdamse mentaliteit: Hardwerkende mensen die duidelijk, eerlijk, direct en open zijn, en ik waardeer dat enorm. En zeker ook omdat ik dat ook tegen hun kan zijn. Zo weet iedereen waar die aan toe is.
Het is een stad met een ruw randje, er wordt niks opgepoetst, what you see is what you get.

Het is een stad waar heel veel mogelijk is door hard te werken. Zo is de slogan ‘make it happen’ hier in het leven geroepen en kan je deze slogan terug vinden in de stad op meerdere plekken.
Een slogan die heel toepasselijk is voor deze stad, want als je iets echt wilt, dan lukt het hier, in deze stad. De stad die zichzelf heeft opgebouwd na de tweede wereldoorlog. De stad die met de grond gelijk is gemaakt en nu piekt met torenhoge gebouwen die de skyline vertegenwoordigen.

De meeste klanten van mij zijn trouwens wel geboren en getogen in Rotterdam. Mijn oudste klant is 97 jaar. Zij heeft de oorlog heel bewust meegemaakt. Zo vertelde ze mij eens dat ze het bombardement nog heel goed kan herinneren, de geur van de vernieling, en van de lichamen op de Coolsingel. Ontzettend heftig en heel triest. Sommige kunnen er heel open over praten, en sommige praten er liever helemaal niet over.

Daarnaast heb ik aardig wat ondernemers in mijn klantenkring. Dames die hun eigen zaak hebben, hier keihard voor hebben gewerkt en daar nu de vruchten van plukken. Mannen die tijdens een behandeling hun telefoon niet weg kunnen leggen omdat een eigen zaak 24/7 doorgaat. Sporters die keihard trainen en hun tanden in hun doel hebben gezet en niet loslaten totdat hun doel is bereikt.

Ik geloof in het stellen van doelen en dat deze haalbaar zijn: als je hard werkt, een duidelijk richting kiest, open staat voor kritiek, eerlijk bent naar je klanten toe, en gaat voor een directe aanpak. En wat toevallig dat dat nou allemaal Rotterdamse eigenschappen zijn.

En met deze eigenschappen kan je het waar maken. Waar je ook bent. In Rotterdam, in Gouda, of in Moordrecht, want waar je hart ligt, daar ligt je doel.

Picture Perfect

Bij het perfecte plaatje denk ik altijd aan Instagram. Daar komen de mooiste foto’s voorbij van prachtig ingerichte woningen, mooie gezinnen, en zonovergoten vakanties. Een filtertje erover en klaar! Te mooi om waar te zijn, want iedereen weet dat elk huisje zijn kruisje heeft.
En die kruisjes krijg ik vaak te horen bij mijn klanten.

Bijna iedereen heeft wel foto’s in hun woonkamer staan. Voornamelijk van de (klein)kinderen, familie of huisdieren. Vaak word ik op die foto’s gewezen door mijn klanten: ‘Kijk dat is mij kleinzoon, die zit nu op de universiteit, en gaat met de zomer naar Gambia om daar een waterput te maken’. Ik krijg alle verhalen te horen die achter de foto’s schuilen. En dan bedoel ik de echte verhalen, niet de Instagram story’s.

Verdrietige verhalen: een dochter die bij een auto-ongeluk is omgekomen op 45 jarige leeftijd, een baby’tje die overleden is aan een longontsteking bij 9 maanden oud, dierbare huisdieren die zijn overleden, echtgenoten die veel te vroeg zijn overleden aan kanker. Ik heb ze allemaal te horen gekregen en ik neem ook altijd de tijd om naar deze verhalen te luisteren. Dan maar 5 minuten later thuis.

Maar ook mooie verhalen komen voorbij: klanten die bijvoorbeeld supertrots zijn op hun kinderen en kleinkinderen. Zo was ik eens bij een echtpaar van mediteraanse afkomst. Hun hele muur hing vol met foto’s van hun nazaten. Ik ben daar een uur binnen geweest, maar toen ik weer buiten stond kende ik de hele familie en weet ik wat voor werk ze doen. Hartverwarmend vind ik dat.

De mooiste foto’s vind ik die van vroeger. In zwart-wit. Daar is niks gefotoshopt aan, heel puur.

Social media is een mooi medium, zeker ook op zakelijk gebied. Ik probeer op dit gebied een duidelijk beeld van mezelf neer te zetten: hoe mijn werk eruit ziet, de plekken waar ik kom, de momenten die ik mee maak. Daar is niks gefotoshopt aan.

Een paar werken geleden ging ik met een fotograaf op stap om foto’s te maken voor mijn blog, social media en mijn website. Ik ben zelf niet van de selfie-generatie dus toen ik mezelf terug zag moest ik even slikken. De foto’s zijn prachtig geworden hoor, maar jeetje dat haar, of die neus, goh wat een dikke benen als ik zit. Ik ben dan super kritisch als ik naar mezelf kijk. Maar hey, that’s me. En dat is meer dan genoeg. Alhoewel…. Aan bovenstaande foto is wel iets gesleuteld. En jullie mogen raden wat…. 😉

De mantel der liefde

Waar zouden we zijn zonder mantelzorg? Ik vraag me het weleens af aangezien ik het regelmatig tegenkom bij mijn klanten…

Een buurman die een sleutel heeft en elke avond even bij zijn bejaarde buurvrouw komt kijken of alles goed gaat. Een dochter die ervoor zorgt dat de administratie van haar vader goed wordt verzorgt en contact met mij onderhoud wat betreft de voetverzorging van haar vader.
Schoondochters die ervoor zorgen dat mams de beste zorg krijgt en dat haar koelkast altijd is gevuld en dat er een magnetronmaaltijd aanwezig is. En regelmatig worden afspraken, betalingen en parkeerkosten op afstand geregeld door de kinderen van de bejaarde klant.

Ik vind dit altijd hartverwarmend en zeker niet vanzelfsprekend. Niet iedereen komt uit een zorgzame familie, en niet iedereen heeft lieve buren.

Veel bejaarden wonen nog thuis en besteden de zorg uit aan de thuiszorg die ik regelmatig aantref bij hun. Maar die kunnen niet lang blijven en doen hun werk zo goed als kwaad als ze kunnen voordat ze weer met alle haast naar de volgende cliënt gaan. Een vriendin van mij werkt in de thuiszorg en de druk waar zij mee te maken heeft ligt enorm hoog. Petje af voor hun.

Soms komt het nieuws voorbij dat er iemand al dagen lang dood in zijn huis heeft gelegen voordat het wordt opgemerkt. Vreselijk lijkt mij dat, het zal je vader of moeder maar zijn.

Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn moeder aan haar lot zou overlaten als zij er alleen voor komt te staan als ze bejaard is. Zij heeft een groot gedeelte van haar leven voor mij gezorgd ( en doet dat soms nog steeds), en ik vind het niet meer dan normaal dat de rollen worden omgedraaid als zij zorg nodig heeft.
Mijn zoontje heeft zelfs al de zolder voor haar gereserveerd als het zover is, maar daar moet nog even over gesproken worden 😉



i saw the sign

Er zijn veel manieren om met elkaar te communiceren. Verbaal lukt het me prima, zoals een keer iemand zei over mij: ‘je gooit er een kwartje in en het begint te kletsen. Of op de non-verbale manier: met het maken van gebaren tijdens het autorijden word ik ook vaak prima begrepen. Maar met sommige klanten is het een hele andere situatie…..

Zo heb ik bijvoorbeeld een hele lieve klant die doof is. Ze kan goed liplezen, maar aangezien ik vaak mijn mondkapje op heb tijdens het werk en haar niet altijd kan aankijken, valt dat soms niet mee. Tijdens de behandeling kijk ik regelmatig of het goed gaat, ze heeft weleens last van een ingroeiende nagel en de behandeling daarvan kan soms even vervelend zijn. Ik steek dan mijn duim omhoog en kijk haar vragend aan om te kijken of het goed gaat met haar. Met haar duim omhoog beantwoord ze dan mijn vraag. Ze heeft twee vrolijke vogeltjes naast haar stoel staan, die de hele tijd gezellig tjilpen. Ik besef me dat zij dat niet kan horen en ik maak dan het klets-gebaar met mijn hand en wijs naar de vogeltjes. Ze weet precies wat ik dan bedoel en lacht daar dan om. Beetje bij beetje leer ik gebarentaal van een vriendin. Ze leerde me het gebaar voor goedemorgen. Ik begroette deze klant hiermee, ze glimlachte en leerde mij meteen me het gebaar voor goedenavond. Ondanks dat we niet verbaal met elkaar kunnen communiceren begrijpen we elkaar prima.

In het verzorgingstehuis waar ik werk zijn er bewoners die niet helemaal doof zijn, maar slechthorend. Als ik binnenkom dan moet ik mijn volume omhoog schroeven om verstaanbaar te zijn. Soms vergeet ik dat het bij de volgende bewoner niet nodig is, om vervolgens de opmerking te krijgen: ‘je hoeft niet zo te gillen hoor, bennie doof’.

Maar hoe zit het met de klanten van allochtone afkomst die de Nederlandse taal niet machtig zijn? In zo’n grote stad als Rotterdam kan je daar mee te maken krijgen. Vaak is de familie erbij om als tolk op te treden. Maar een enkele keer wordt Google translate geraadpleegd. Zo komen we ook een heel eind.

Hoe zal het zijn als je niet kan horen? Als je doof bent? Dat er een zintuig is wat wegvalt waardoor je in stilte leeft. Zijn je andere zintuigen dan sterker ontwikkeld? En dan is er nog het verschil of je doof bent geboren, of dat het zich later heeft ontwikkeld. Toen mijn kindjes als baby de gehoortest kregen vond ik het ook behoorlijk spannend. Gelukkig was alles goed. Hoewel ik daar nu mijn twijfels over heb aangezien ik alles 10x moet herhalen. Het zal wel goed zitten met ze, aangezien ze het kraken van een snoeppapiertje door een deur heen kunnen horen.


Nothing is under controle

Dat geen enkele dag hetzelfde is in dit vak, dat werd mij al snel duidelijk. Maar vandaag spande toch wel de kroon…

Ik had zo’n mooie planning staan voor vandaag: de eerste twee klanten wonen bij mij om de hoek in hetzelfde appartementencomplex, heel fijn, dat scheelt weer in de reistijd. Daarna zou ik richting het centrum gaan waar ik ook twee klanten ingepland had. Om vervolgens richting de rand van Rotterdam te gaan om daar de laatste klant te gaan behandelen. Er zaten twee nieuwe klanten tussen, dus daar had ik ruim de tijd voor ingepland. Mooie planning met niet al te veel reistijd.

Maar helaas… Maandag kreeg ik het bericht dat de klant die in het centrum woont in het ziekenhuis is beland, en de andere klant die in het centrum woont wilde de afspraak een paar weken verzetten. Balen, want nu had ik een gat van een paar uur die ik niet kon opvullen omdat ik mijn laatste klant niet naar voren kon schuiven in de planning.

Totdat ik gisteren werd gebeld door een nieuwe klant die een afspraak wilde maken. ‘Als je wil dan kan je morgen al, er is een plekje vrij gekomen’, vertelde ik haar. Dat vond ze prima, en het gat in mijn planning werd daardoor een stukje kleiner.

Om de tijd op te vullen neem ik wel mijn laptop mee, had ik bedacht. Dan kan ik onderweg mijn administratie en blog bijwerken nadat ik bij mijn eerste drie klanten ben geweest.

Zo gezegd, zo gedaan. Nadat ik vandaag bij mijn eerste klant ben geweest, bel ik aan bij de tweede klant. Na een paar keer aangebeld te hebben wordt er nog steeds niet open gedaan. Ik probeer haar te bellen, maar ik krijg geen gehoor. Ik krijg al een voorgevoel dat wordt bevestigd door een medebewoner van het complex: mevrouw is helaas overleden. Ik had al zo’n vermoeden: ze was al behoorlijk op leeftijd.

Ok, en nu? Gelukkig kon ik bij klant nummer 3 eerder terecht. Maar na haar zat ik toch nog met ruim 1,5 uur wat ik moest opvullen. Ik besloot maar om dan toch naar huis te gaan. Op het moment dat ik mijn auto start om richting huis te rijden krijg ik een appje van mijn laatste klant: als ik wil dan kan ik al komen, hij is eerder thuis van zijn werk. Mooi! Ik rij richting Spangen, waar hij woont, en binnen 15 minuten ben ik bij hem. Na ongeveer een uur ben ik klaar, best lekker om een keer op tijd klaar te zijn bedenk ik me. Ik rij over de A20 naar huis, waar de file al aardig op gang is gekomen. Thuis maak ik mijn spullen schoon en spring onder de douche. Daarna pak ik mijn laptop en ga alsnog aan de slag . Ik heb nog ongeveer een uur voordat manlief met de kids thuis komt.

Als aan mij wordt gevraagd hoe het met mij gaat, dan antwoorde ik regelmatig: goed hoor, alles onder controle. Totdat ik een keer een quote tegen kwam: ‘Nothing is under controle’. En dat blijkt maar weer eens op zo’n dag als vandaag. Niks is onder controle, en dat is, voor een control freak als ik, nog weleens moeilijk. Vandaag was een mooi leermoment, want zo zie je maar: als je loslaat valt alles uiteindelijk toch weer op zijn plaats.


Let’s talk about pets

De avonturen van de pedicure

Als je bij mensen aan huis komt, dan krijg je ook te maken met hun huisdieren: honden, katten, slangen, hagedissen, grote aquariums gevuld met de mooiste tropische vissen. Zelf ben ik echt een hondenmens, ik ben gek op ze en gelukkig is het vaak wederzijds. Als ik bij een klant binnen kom die een hond heeft, dan word ik vol enthousiasme onthaald: knuffels worden geshowd, kluifjes worden voor mijn voeten neergelegd, en er moet gekroeld worden. Het komt dan ook vaak voor dat de hond eerder wordt begroet dan het baasje zelf, waar ik eigenlijk voor kom.

Na een uitgebreid welkom ga ik aan de slag en begin ik met het installeren van mijn spullen. Terwijl mijn spullen uitgebreid worden besnuffeld dirigeer ik de hond richting zijn mand, mijn werkspullen zijn daar niet voor bedoeld, er zitten scherpe dingen tussen en ik moet er niet aan denken als hier een hondensnuit aan wordt opengehaald. Uiteindelijk is het de baas zelf die de hond op zijn plek krijgt. De meeste honden blijven ongeveer een minuut of 10 op hun plaats, om vervolgens toch even stiekem om het hoekje te komen kijken. Sommige gaan naast hun baas zitten en houden mij nauwlettend in de gaten. Alsof ze willen zeggen: ‘ik weet niet wat je aan het doen bent met de pootjes van mijn baas, maar ik hou je in de gaten’. Na de behandeling ruim ik mijn spullen weer op, ik reken af, maak een vervolgafspraak en neem nog even afscheid van de hond.

Zelf heb ik ook een hond: Sparky, een boomertje van bijna 10 jaar. Ze is echt onderdeel van het gezin en ze wordt volop in de watten gelegd bij ons, ze heeft een prachtig leven. Ik vraag me dan ook weleens af hoe het zou zijn als wij mensen iets meer trekjes van honden zouden overnemen…. Ik heb het dan niet over het snuffelen aan elkaars kont, dat gedeelte mogen we even overslaan. Nee, ik bedoel hoe zou het zijn als wij mensen elkaar net zo vrolijk begroeten als dat honden doen? Of altijd luisteren naar je intuïtie: iets minder naar je verstand luisteren en meer naar het gevoel. Nog een mooie eigenschap van honden: ze kunnen chillen tot the max. Sparky heeft hier totaal geen moeite mee en zoekt altijd de beste plekjes op om even een tukkie te doen.

Zouden we dan leven in een wereld die wat vrolijker is?
Zouden we dan minder gestrest en wat minder gehaast zijn? Zouden we dan feilloos kunnen aanvoelen wat goed is of wat minder goed is? Ik vraag het me af terwijl ik naar mijn hondje kijk die heerlijk in haar mandje ligt te slapen. Ze zeggen dat een hond op zijn baas lijkt, maar ik denk dat ik nog veel kan leren van mijn hond…..

De jeugd van tegenwoordig

Ik werk graag met bejaarde mensen. Ze worden weleens weggezet als zeurende, mopperende mensen, maar tot nu toe heb ik die ervaring nog niet vaak met ze gehad.

Eigenlijk moet ik zelfs heel vaak lachen met ze, het zijn soms net kleine kinderen: ze zeggen alles wat ze denken. Ik kan ze ook wel begrijpen: het valt ook niet mee voor ze, sommige zijn dement, en degene die dat niet zijn kunnen soms moeilijk bijblijven. Zij snappen niks van onze (en de jongere) generatie. Van ‘de jeugd van tegenwoordig en hun mobieltjes, ze zitten alleen maar achter een scherm’. Dat er voor zo’n mobieltje of scherm honderden euro’s worden neergelegd begrijpen ze al helemaal niet. Veel van hen hebben armoede gekend, en de hongerwinter meegemaakt.

Ik kom weleens bij een bejaarde meneer die heel welbespraakt is en keurig ABN spreekt. Daartegen heb ik nog weleens dat ik iets minder ABN spreek. Zo vindt hij mijn ‘pleurt het in mijn tassie’ -tas geweldig. ‘Dat is Rotterdams he?’, vraagt hij dan. ‘Jazeker’, antwoord ik. En tijdens de behandeling noem ik nog wat Rotterdamse woorden die hij dan in zijn encyclopedie gaat opzoeken. ‘We kunnen het ook even googelen hoor, dat gaat wat sneller’, stel ik dan voor. Als ik uitleg wat googelen betekent, wuift hij het weg: ‘op die manier is daar toch niks aan’. Na de behandeling stuur ik zijn dochter altijd even een whatsappje om te laten weten hoe het is gegaan. ‘Zullen we een berichtje inspreken voor haar?’ stel ik ‘m voor. We spreken de whatsapp in van zijn dochter, en ik laat het hem terug luisteren. Hij kijkt mijn heel verbaasd aan en zegt: ‘ik snap er helemaal niks van, ben ik dat?’. 

Nog zo’n mooi voorbeeld is van toen ik bij een bejaarde mevrouw was voor een behandeling. Zij woont nog helemaal zelfstandig en redt zich prima. Toch kreeg zij bezoek van een instantie om te kijken of ze het nog allemaal wel kon redden op deze manier. Daar was mevrouw niet zo heel erg van gediend. Toen er werd gevraagd of ze weleens de weg buiten kwijt raakte, antwoorde ze met haar Rotterdamse tongval: ‘ik vind de weg makkelijker dan jij met je tomtommetje op dat telefoontje van je’. ‘Daar hadden ze mooi niet van terug’, vertelde ze me lachend.

Een andere bejaarde klant vertelde mij dat haar dochter mij had gevonden via ‘haar radiootje’. Ik moet vaak lachen om dit soort uitspraken. Ik ben zelf ook wel een beetje een digibeet. Het feit dat ik mijn eigen website en blog heb gemaakt is echt een wonder. (En een kwestie van heel veel tijd en heel veel uitzoeken en mezelf beheersen om mijn pc niet te laten vliegen.) Ik heb gelukkig iemand in mijn achterban die wel thuis is in die wereld, en die mij daarbij helpt. Maar stel je voor, over zo’n pakweg 50 jaar, hoe zou de wereld er op dat gebied dan uitzien? Alles gaat zo snel, zelfs ik heb er soms moeite mee om het bij te houden. We zullen het wel zien tegen die tijd. Voorlopig klets ik nog lekker door met mijn bejaarde klanten over vroeger, de toekomst en over de jeugd van tegenwoordig.

In the name of love

In the name of love

Het vergt heel wat geregel: een eigen onderneming in combinatie met kinderen. Het lijkt hier soms meer op een BV wat ik run dan op een eenmanszaak. 

Het begint al in de ochtend: wat moeten we meenemen naar school? Hebben ze vandaag nou gym- of zwemles? Er wordt gesjouwd met brooddozen, drinkbekers en bijvoorbeeld lege wc rolletjes voor het knutselen. Daarnaast moet ik ook nog mijn eigen spullen meenemen voor het werk: mijn koffer, aangevuld en al, mijn agenda, klantenkaarten, eventuele bestellingen. Met een auto bomvol gaan we richting school. In de file, want er zijn veel ouders die hun kids (net zoals ik) met de auto naar school brengen. Niet omdat ik ze niet wil laten fietsen hoor, als kind ging ik door weer en wind met de fiets, maar omdat ik zelf altijd meteen doorga naar mijn eerste klant. Ik werk 4 dagen en ik begin dinsdag, woensdag en donderdag om 09.00. Op maandag en vrijdag rijd ik meteen door naar de sportschool waar de les om 09.00 begint. Op de maandag begin ik na het sporten met werken, op de vrijdag ben ik vrij.

Het sporten is voor mij belangrijk. Niet alleen om in vorm te blijven, maar ook om mijn lijf sterk te houden. Dit werk is fysiek soms echt zwaar, het is een hoop getil en gesjouw op zijn tijd. En als ik ziek word, dan heb ik geen inkomsten. Het is dus belangrijk dat ik fit blijf.

Ik kan gelukkig vaak terug vallen op mensen in mijn omgeving wbt de opvang van mijn kids: zo is er een mede zzp-er en buurman met wie ik een fijne opvang-deal heb voor de kids. Op de ene maandag neemt hij mijn kids mee uit school en de andere maandag neem ik zijn zoontje mee. Zo kunnen we allebei toch een middagje extra werken. Ook mijn mams springt regelmatig bij op de dinsdag. Op de woensdagmiddag is manlief thuis en op de donderdag gaan ze naar de BSO. Vrijdag is mijn vrije dag: die is heilig. Na het sporten doe ik mijn boekhouding, hou ik mijn blog bij, en doe ik het huishouden. Het weekend is voor mijn gezin: voetbal, zwemles, boodschappen en op de zondag doen we het liefst zo min mogelijk. Dan beginnen we de ochtend met afbakbroodjes en we lopen dan zo lang mogelijk rond in onze pyjama’s.

Het zijn lange werkweken, ook omdat ik in de avonden werk. En dat valt soms niet mee: ik hou van mijn werk, maar nog meer van mijn gezin. De kids zijn nu nog klein, en de tijd gaat snel, dus ik wil ook van ze genieten. Als ik met ze thuis ben wil ik niet de hele tijd met mijn neus in de pc zitten, of bezig zijn met andere dingen die werk gerelateerd zijn. Maar ik wist van te voren dat als je eigen baas bent dat prive en werk met elkaar verweven kunnen zijn. Tot nu toe gaat het goed, en ik geniet extra van ze. Het voordeel van eigen baas zijn is dat ik mijn eigen tijd kan indelen. Dus als er een studiedag is, een kinderfeestje gevierd moet worden, of een belangrijke voetbalwedstijd gespeeld moet worden, dan ben ik erbij. En hopelijk onthouden ze dat, en kunnen ze straks terug kijken op een jeugd waarin ze het fijn hadden: met een moeder die hard werkte, maar die er altijd voor ze waren als ze haar nodig hadden.

Girls and the city

friends and the city

Mijn klantenkring bestaat niet alleen uit ouderen, ik heb ook zeker een jongere generatie tussen mijn klanten zitten. Vrouwen die regelmatig een pedicure behandeling boeken, met een gellak, massage of scrub erbij. Of mannen, die ook het nut inzien van een goede voetverzorging. (halleluja voor het feit dat steeds meer mannen gaan inzien dat een pedicure-behandeling echt niet alleen een cosmetisch gebeuren is voor alleen vrouwen.)

En weet je wat ik nou zo leuk vind aan deze klantenkring? Ik heb er zoveel raakvlakken mee: we zitten in dezelfde levensfase: kids, opvoeding, carrière en op sociaal vlak. Met de vrouwen is het soms net alsof ik bij een vriendin ben. De thee met koekjes komen op tafel en er wordt heel wat afgekletst op zo’n avond terwijl ik ze even laat genieten van een moment voor hunzelf. 

Het doet me ook denken aan de avondjes met mijn vriendinnen. Ik heb drie goede vriendinnen die ik regelmatig zie en waar ik mee afspreek.
We hebben dezelfde humor en houden van een avondje uitgaan.
We zijn alle vier anders, maar we oordelen niet over elkaar en laten elkaar in ons waarde.

Tijdens zo’n avondje wordt er van te voren thuis afgesproken: de thee maakt plaats voor wijn, de muziek gaat aan, outfits worden uit de kast getrokken en kritisch bekeken, nagels worden gelakt in een bijpassende kleur en de make-up wordt zorgvuldig aangebracht.

We gaan graag naar de stad, duiken een tent in en dansen ons de blaren op de voeten. Zelf hou ik zo’n avondje wel vol op mijn enkellaarsjes, maar een van de vriendinnen trotseert de dansvloer altijd op hoge hakken. Prachtig zijn ze. Maar ze weet dat ik het niet kan laten om daar iets over te zeggen: ‘Niet te vaak je hakken aan doen he, daar krijg je echt doorgezakte middenvoetsbeentjes van’. ‘Ja ja Juud, dan weet ik je te vinden hoor’, zegt ze dan met haar Rotterdamse tongval en wuift het dan weg.

Die avondjes zijn voor mij van onschatbare waarde. Het is voor mij een uitlaatklep, ik hou van de energie van de stad, en ik heb de grootste lol op zo’n avond. Ik kan er dan weer helemaal tegen aan. (Niet de dag erna trouwens, want sinds ik de 30 ben gepasseerd trek ik dit soort avondjes de day after net even wat minder.)

Deze drie meiden, zij zijn mijn steun en toeverlaat. Niet alleen tijdens deze stapavondjes, maar ook zeker daar buiten. Tijdens de pedicure opleiding heb ik vaak op hun voeten mogen oefenen. (vonden ze ook echt niet erg trouwens 😉 En ze steunden mij als ik weer eens een examen had, dan kreeg ik weer een lief appje om mij sterkte te wensen.  Ook nu ik mijn eigen bedrijf heb helpen zij mij. Zo word ik volop gepromoot door mond tot mond reclame, op FB worden links van mijn pagina gedeeld, en ik word op mijn vingers getikt als er een spelfout in een post staat. Als ik hun nagels voorzie van een gellak moet er natuurlijk wel een foto van worden gemaakt voor op mijn social media. En hoe creatief zijn ze dan: de voeten nemen plaats op een tijgerkleedje, een bontje, of in de hangmat, wat vaak leuke plaatjes oplevert.

Hoe leuk is het dat ik een stukje hiervan terug vind in mijn werk, het ‘getut’, geklets, en de gezelligheid. En met een druk leven vol met kids, werk en sociale verplichtingen moeten wij dames ook gewoon goed voor ons zelf zorgen. Neem gewoon lekker die pedicure behandeling, laat je in de watten leggen. En met die voeten kan je het gerust de hele avond vol houden op de dansvloer, op hakken of op enkellaarsjes. Want uiteindelijk heeft Cindy gewoon gelijk: ‘Girls just wanna have fun’.