Never judge a book by its cover

Er was eens een pedicure aan huis in Rotterdam, ze heette Michelle. Ze hield van haar werk, en er was nog geen dag voorbij gegaan zonder dat ze zin had gehad om te gaan werken. Natuurlijk zat er af en toe weleens een klant tussen wat ze als een uitdaging zag, maar over het algemeen was ze erg blij met haar klantenkring.

Michelle reed graag door Rotterdam met de auto, ze hield van de energie die de stad haar gaf. Een stad met veel verschillende mensen met ieder hun eigen verhaal, en door het werk wat ze deed kreeg ze die verhalen ook vaak te horen. Dat konden hele intieme verhalen zijn, of hele ontroerende verhalen. Soms had ze weleens wat tijd over en dan parkeerde ze haar auto langs de Maas om even te turen over het water, naar de boten, naar het verkeer op de Erasmusbrug en naar de hardlopers op de maasboulevard. Ja, dit was het werk waar haar hart lag.

Op een dag ontving Michelle een berichtje in haar zakelijke mailbox, met het verzoek om een afspraak te maken voor een pedicure behandeling voor een mevrouw in het centrum. Mevrouw had reuma, maar hoefde niet perse een medische pedicure, de vergoeding die ze daarvoor zou krijgen vond ze toch niet interessant, ook hoefde Michelle zich geen zorgen te maken over de hoge parkeerkosten in het centrum, dat zou allemaal geregeld worden door haar.

Op de afgesproken dag en tijdstip belde Michelle aan bij het statige pand. Het regende, en omdat ze haar auto niet voor de deur kon parkeren moest ze een stuk lopen met het gevolg dat haar schoenen nat waren en modderspatten op haar witte werkbroek zaten. ‘Goede eerste indruk maak ik zo’, schoot het door haar hoofd toen de voordeur op afstand werd geopend.

Michelle gaf de piepende deur een klein zetje en wierp een blik in de hal. Ze moest een klein trapje op om binnen te komen. De dame in kwestie stond in de gang, keurig gekleed in een mantelpakje, haar make-up netjes verzorgd en haar nagels rood gelakt: ‘ik had gehoopt dat je even je voeten zou vegen als je binnen zou komen’ zegt ze als Michelle de gang verder in wilt lopen. Michelle is verbaasd door de manier van begroeten. Ze staat als een verzopen katje met al haar spullen in de gang. ‘Ook aangenaam kennis te maken’ denkt ze en ze kan er nog net een: ‘oh sorry, goedemiddag’ uitpersen.

De mevrouw zegt dat ze verder mag komen, en nadat Michelle haar voeten heeft geveegd en haar natte jas op de kapstok heeft gehangen, sleept ze haar werkspullen achter zich aan richting de woonkamer. Ze heeft nog nooit zo’n woonkamer gezien als deze: opgepoetst blinkend zilver staat netjes in de vitrinekast, hagelwit tapijt zonder enig vlekje ligt op de vloer, en chocolaatjes zijn keurig gedecoreerd in de mooiste kristallen schalen.

Michelle installeert zichzelf en mevrouw neemt plaats tegenover haar, ze legt haar voet op de beensteun. ‘Kan je ook mijn nagels lakken? In het rood? Dat vind ik zo’n mooie kleur’, zegt ze terwijl ze haar potje nagellak overhandigd. Michelle kijkt naar het hagelwitte tapijt en het potje nagellak. ‘Uitdaging aanvaard’, denkt ze.

Mevrouw begint te praten, over de ziekte die ze heeft, over de heftige dingen die ze heeft meegemaakt in haar leven en Michelle luistert, ze geeft af en toe een bevestigend knikje. Dan valt er een stilte, ze laat het even voor wat het is, ze voelt zich niet zo op haar gemak bij deze mevrouw, en dat heeft ze niet snel. ‘Waarschijnlijk is dit een eenmalige behandeling’, denkt ze. Maar ze weet ook dat een eerste indruk niet altijd bepalend is, daar was ze zelf net nog een prima voorbeeld van.

Dan krijgt het gesprek een bijzondere wending, en het gaat over een onderwerp wat Michelle niet zag aankomen: mannen. Mannen over het algemeen, hoe ze zijn, hoe ze denken, de ervaringen die ze ermee heeft. En spontaan komt er dan de klik die Michelle niet meer had verwacht. Ze had niet verwacht dat ze met deze keurig uitziende dame, met dito woonkamer, eenzelfde soort gesprek zou voeren als dat ze met haar vriendinnen doet tijdens een stapavond waar de wijn rijkelijk vloeit.

Michelle en de dame kletsen nog wat verder en lachen, het is alsof er een muurtje is afgebrokkeld tussen beide. De behandeling wordt afgerond en een nieuwe afspraak wordt ingepland. Vanaf dat moment komt Michelle maandelijks bij mevrouw om haar teennagels te lakken in haar favorieten kleur terwijl ze de leukste gesprekken hebben.

Totdat er iets tussen komt wat Michelle niet zag aankomen, iets wat niemand zag aankomen: een pandemie is uitgebroken. Het lijkt alsof ze in een slecht film is belandt, ze kan en mag haar werk niet meer uitoefenen, de kinderen gaan niet meer naar school, ‘social distance’ is een begrip geworden en haar enige uitje is naar de supermarkt of het uitlaten van haar hondje.

Ondernemerschap komt met risico’s, daar was ze zich zeker van bewust toen ze voor zichzelf begon. Geen inkomsten bij vakanties of ziekte, dat wist ze van te voren. En dat pensioenpotje, daar moest ze ook maar eens aan gaan beginnen. Maar dit? Nee, dit had ze nooit kunnen zien aankomen.

Langzaam went ze aan het nieuwe ritme, aan het helpen met het vele schoolwerk van haar kinderen, en om te zorgen dat thuis alles op rolletjes loopt terwijl haar man drukke tijden beleefd op zijn werk. Regelmatig denkt ze terug aan haar werk, ze krijgt lieve berichtjes van haar klanten die haar veel sterkte wensen en zeggen op haar te wachten totdat alles weer rustig is en zij haar werk weer kan oppakken. En dat doet haar goed, want dit keine wereldje waar ze nu in leeft is niet voor haar weggelegd.

Tot die tijd volgt ze haar ander passie: schrijven. Ze hoopt dat ze jullie nog lang mag laten genieten van haar verhalen.

Namens Michelle bedankt! Bedankt voor het lezen van mijn blog, voor het volgen op facebook en voor alle lieve berichtjes die ik krijg van jullie. Dikke kus, Judith M 😉

From a Distance

Ik leg de handscanner op de zelfscan-balie van de Jumbo als mijn oog valt op het bordje met daarop het vriendelijke, doch dringend, verzoek om anderhalve meter afstand te houden van elkaar bij de kassa’s. Die anderhalve meter afstand mag van mij permanent worden doorgevoerd, denk ik terwijl ik afreken. Ik denk aan die keren dat ik een boodschappenkarretje tegen mijn hielen aan kreeg, of dat ik bezig was met mijn boodschappen op de band te leggen en dat degene achter me ook al was begonnen met het uitladen van zijn spullen terwijl ik nog niet eens klaar was. Een bron van irritatie. Ik trek dat soort momenten echt slecht.

Waar ik ook de kriebels van krijg is als je een gesprekspartner hebt die ontzettend in je aura komt. Zo iemand die net even te dichtbij staat waardoor ik me ontzettend ongemakkelijk voel. Ik doe dan altijd een stap naar achter, maar op de één of andere wonderbaarlijke wijze weet degene toch weer in mijn personal space te belanden.

En nu zijn we met zijn allen beland in een situatie waar we juist afstand moéten bewaren. We moeten afstand bewaren zodat we onze medemens eventueel niet besmetten, we moeten afstand bewaren zodat we zelf niet het risico lopen om ziek te worden. De keren dat ik naar buiten ga, ben ik me ontzettend bewust van die afstand. Ik loop om mensen heen en ik houd zoveel mogelijk afstand.

Maar ik mis het lichamelijk contact met mijn naasten. Even knuffelen met mijn moeder, of mijn zus drie dikke zoenen geven als ik haar na een tijd weer zie, mijn neefje een dikke kroel geven, dat kan nu niet. Het is niet verstandig. Het is even zwaaien op afstand, en dat voelt koud aan.

Ik kan niet wachten om mijn klanten weer de hand te schudden, om de demente klanten even zachtjes over de arm te wrijven als ze mij niet herkennen. Tot die tijd knuffel ik hier thuis heel wat af met mijn gezin en ons hondje. Mijn zoontje krijgt (onder luid protest) een kus op zijn bol, mijn dochter kietel ik door haar haartjes als ze heerlijk ligt te slapen , mijn man krijgt spontaan een kus op de mond tijdens het (terug) kijken van voetbal, en de hond geniet van de extra aandacht die ze krijgt zodra ze zich heeft geïnstalleerd naast me op de bank.

En straks, als alle ellende voorbij is, zal ik nooit meer mopperen op de mensen die op mijn huid zitten, of op de mensen in de rij bij de supermarkt die in mijn comfort zone komen. Want alles is beter dan dit…..

Let op jezelf, en op elkaar.

Liefs, Judith

Just Breathe

Ik sta voor het verkeerslicht op de Weena. Het is aan het eind van de middag, en de spits is in volle gang. De werkzaamheden op de Coolsingel doen nog een schepje bovenop de drukte. Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en ik zie een zwarte SUV die zijn raampje open draait en op zijn gemak een paar lege flesjes Spa blauw zijn auto uit gooit. ‘Wat een eikel’, mompel ik en ik werp hem een boze blik toe via mijn achteruitkijkspiegel. Ik weet dat het geen nut heeft omdat ik een geblindeerde achteruit heb, (en omdat mijn boze blikken niet heel indrukwekkend zijn volgens mijn man) maar stiekem hoop ik dat hij een glimp opvangt. Ik kan dit huftergedrag slecht hebben. Waarom moet je je vuil nou zo nodig op straat gooien? Kan je het nou niet heel even bewaren totdat je bij een vuilnisbak bent, je auto is groot genoeg voor, denk ik bij mezelf.

Pas geleden sprak ik er met een klant over met wie ik dezelfde verkeers-frustraties deel. Namelijk die van gladde mannen in strakke pakken in grote auto’s die denken dat ze meer recht op het asfalt hebben omdat ze toevallig een duurdere auto rijden. Excuus voor het vooroordeel, maar dit zijn vaak de types die niet normaal kunnen parkeren (wat ik eigenlijk nog een prestatie vind aangezien auto’s van deze klasse vaak parkeercamera’s hebben), of over de maasboulevard racen alsof ze beland zijn in een Formule1-race, of op mijn bumper kleven als een vlieg op stroop . Grappig feitje: bij mijn vorige baan reed ik in een Volkswagen station, van bumperklevers had ik toen totaal geen last, maar nu ik in een auto rijd die een stuk kleiner is heeft mijn bumper regelmatig weer innige relaties met de auto’s achter mij.

‘Wat is dat toch? Waarom zijn het vaak dezelfde types die dit irritante gedrag vertonen op de weg’? Vraag ik aan de klant. Ze schud haar hoofd en zegt dat ze het niet weet. Ze verteld me dat ze regelmatig dezelfde ergernissen had onderweg en dat ze het niet kon laten om als antwoord haar middelvinger te gebruiken. Ik schiet in de lach, de gedachte dat deze nette dame, die er altijd keurig bij loopt, ABN praat, en van wie haar woning altijd spik en span is, zich in de auto ontpopt als iemand met een gespleten persoonlijkheid vind ik een grappig idee.

Om nog maar even door te gaan over gebaren maken in het verkeer: een vriendin van mij vertelde eens dat ze een ‘kleine piemel gebaar ‘ maakte naar degene die haar inhaalde nadat hij een poosje op haar bumper had gezeten. ‘Zou dat het zijn? De behoefte om te compenseren?’ vroeg ik aan mijn vriendin. ‘Wie weet, of ze hebben thuis niks te zeggen’ dat kan natuurlijk ook. We lachten en kwamen tot de conclusie dat we er nooit achter zullen komen.

Gelukkig is er ook een hoop positieve tijd te vinden op de weg. Als vrouw zijnde kom je soms met een simpel knipoogje al een heel eind. Tijdens het invoegen op de altijd-drukke-A2O werp ik regelmatig een blik naar mijn buurman en zet mijn liefste lach op, gegarandeerd dat hij mij er voor laat. Daarnaast heb ik mezelf eens, schaamteloos, onder een bekeuring uit weten te kletsen. Ik was er heilig van overtuigd dat het verkeerslicht donker-oranje was waar ik doorheen reed en niet rood zoals meneer de agent beweerde toen ik werd aangehouden. Maar hij wilde niks weten van mijn argumenten dus ik probeerde mijn trots even opzij te schuiven en het over een andere boeg te gooien. Ik zette mijn puppy-ogen op en perste er een: ‘sorry, meneer de agent u heeft gelijk, ik zal het nooit meer doen’, uit. Ja ik weet het, dit moment uit mijn verleden getuigd niet echt van girlpower maar ik kwam er mooi vanaf met een waarschuwing. Daar ging mijn waardigheid voor een moment, maar het geld voor de bekeuring kon ik op dat moment echt niet missen. Nood breekt wet zeg maar.

Ik heb in de tussentijd geleerd om mezelf niet meer zo vaak te laten opfokken in het verkeer, adem in en adem uit en laat het gaan. ( En het schelden leer je vanzelf wel af met kinderen op de achterbank: ‘oh mama zei f*ck is niet zo sjiek om te horen) Ik lach lief en knipoog mezelf wel door de jungle heen. En wie weet komen we elkaar eens tegen in het verkeer, ik ben te herkennen aan een kleine paarse auto met een bumperklever erachter.

Small talk, big heart

Ze ligt op bed terwijl ze naar buiten tuurt. Haar slaapkamer heeft een mooi uitzicht, mensen en auto’s komen voorbij en verdwijnen weer in de drukte van de stad. Haar dunne lichaam is verstopt onder warme dekens, een glimlach verschijnt op haar gezicht als ik haar slaapkamer binnen kom. Ik begroet haar vriendelijk, maar vraag bewust niet hoe het met haar gaat. Het antwoord weet ik namelijk al, en ik wil haar niet confronteren met haar ziekte. Ik had me van te voren voor genomen dat ik de behandeling luchtig en gezellig zou houden: ‘tutten en kletsen’ is de insteek. Het moet een welkome afwisseling zijn voor haar.

Ze is precies 10 jaar jonger als dat ik ben. Toen ik haar leeftijd had was ik bezig met het starten van een gezin, we waren bezig om zwanger te raken van ons eerste kindje wat vrij snel lukte, drieënhalf jaar later werd ons tweede kindje geboren. Zij is totaal met andere dingen bezig, maar ze vraagt heel geïnteresseerd naar mijn kinderen. Hoe oud ze zijn, hoe ze heten, en hoe ze het op school doen. Ik vertel haar een paar grappige quotes van mijn kinderen (daar zou ik serieus een boek mee kunnen vullen), ze lacht erom en ze verteld vol passie over haar nichtjes en neefjes die bij vlakbij haar in de buurt wonen en die regelmatig langs komen.

We praatten niet over haar ziekte, over de pijn die ze heeft, of over haar vooruitzichten. We kletsen over koetjes en kalfjes. De gehele pedicure-behandeling lacht ze, klets ze, verteld ze honderd uit over wat haar bezig houdt. Na de behandeling loop ik naar de keuken om mijn handen te gaan wassen. Ik zie foto’s van de periode van toen ze nog gezond was. Een vrolijk, stralend meisje kijkt in de camera. Dat vrolijke meisje zit nog in haar, verborgen in een ziek lijf. Als ik klaar ben met het opruimen van mijn spullen, loop ik nog even naar haar toe. Ik ga op de rand van haar bed zitten, ik pak haar hand en zeg haar gedag.

Als ik haar kamer uitloop werp ik nog even een blik naar buiten, naar het uitzicht op de stad. Daar gaat alles gewoon door, alsof er niks aan de hand is. Mijn wereld stond even een klein uurtje stil. Een uurtje waar ik er alleen even voor haar was. Voor die ontzettende sterke, lieve en positieve jonge vrouw, die ondanks haar ziekte blijft glimlachen en geïnteresseerd blijft in andermans wereld. Er komt een dag dat ze er niet meer is. Dat ze afscheid heeft genomen van dit leven. Ik wens haar, en haar naasten alle kracht van de wereld toe. Sommige mensen maken een indruk voor het leven, en zij is daar zeker ééntje van….

When the going gets tough

Ze ligt met haar oogjes dicht in haar warme mandje, ze slaapt. Maar zodra ik haar riempje pak gaan haar ogen meteen weer open. ‘Wat gaat het vrouwtje doen? Gaan we wandelen? Ze kent het ritme van het gezin als geen ander, ze is er al bijna 11 jaar onderdeel van. Ze wordt een dagje ouder, en dat is goed te merken. De wandelingen worden korter, en het slapen neemt toe, ons oma-hondje. Ik doe het riempje om en we lopen ons dagelijkse rondje.

Tijdens de wandeling dwalen mijn gedachte af naar de afgelopen dagen, naar mijn werkweek. Ik denk aan de bejaarde meneer die de deur niet open deed op het afgesproken tijdstip en datum. Aanbellen, opbellen, op het raam bonken, naar binnen gluren, ik kreeg geen contact. Dit is niks voor meneer, een worst-case scenario schoot door mijn gedachte: er zal toch niks gebeurd zijn? Hij zal toch niet gevallen zijn en moederziel alleen op de vloer liggen? Een onrustig gevoel bekruipt mij terwijl ik contact zoek met thuiszorg. Geen gehoor… Dan ga ik opzoek naar de huismeester, die helaas niet aanwezig is. Wat nu? Meneer heeft geen familie dus ik besluit de gemeente te bellen om de situatie voor te leggen, ondertussen belt thuiszorg terug. We spreken af dat ze polshoogte gaan nemen. Later die dag hoor ik dat meneer door alle commotie heen lag te slapen, hij dacht dat onze afspraak een dag later was.

Een paar uur later krijg ik een berichtje van de dochter van een andere klant, haar moeder is al geruime tijd ziek en ze heeft veel pijn, euthanasie was al ter sprake gekomen en zou in de nabije toekomst haar moeten verlossen van haar lijden. ‘Helaas moet ik onze afspraak afzeggen, mijn moeder neemt binnenkort afscheid, ze is in raptempo achteruit gegaan en ze kan de pijn niet meer aan’. Ik had niet verwacht dat het ineens zo snel zou gaan met mevrouw. Ik annuleer de afspraak en wens ze veel kracht en sterkte toe.

De volgende dag rij ik langs bij een klant om even wat af te geven, ze had een verzorgingsproduct voor haar voeten besteld en ik had beloofd om deze onderweg even langs te komen brengen. Ik bel aan bij de bejaarde dame, ik hoor geklop van boven komen en ze staat paniekerig voor haar slaapkamerraam te zwaaien. Na 5 minuten komt ze naar beneden en doet ze de deur open voor me. Ze pakt me meteen beet en laat me niet meer los. Mevrouw is duidelijk in de war en staat te trillen op haar dunnen beentjes. ‘Wat is er aan de hand? ‘, vraag ik haar. Ze antwoord dat ze het niet weet en herhaalt keer op keer dat ik haar zoon moet bellen. ‘kom dan lopen we even naar binnen’ zeg ik tegen mevrouw en ik laat haar in haar stoel zitten. Ik haal een glas water voor haar die ze met volle teugen leeg drinkt. Ondertussen bel ik haar zoon die meteen opneemt. ‘ik kom er direct aan’, antwoord hij door de telefoon. De gedachte dat haar zoon komt geeft haar meteen rust. Ze kalmeert en laat zich verder in de stoel zakken, mijn hand houdt ze nog steeds stevig vast. Na een klein half uurtje arriveert haar zoon.

Dit soort momenten grijpen mij aan. We hopen allemaal oud te worden, maar af en toe kan dat mensonterend zijn. Dat je niet meer weet waar je bent, dat pijn je leven beheerst , of dat je zo moe bent dat je hele dagen ligt te slapen en de wereld aan je voorbij gaat.

Tijdens het uitlaten van de hond besluit ik om mijn moeder te bellen. Ze kent ,als mede-collega, de klappen van de zweep en heeft het nodige meegemaakt tijdens haar werk als ambulante pedicure. ‘Dit soort dingen leer je niet op de opleiding he mam, en je bent toch alleen op dat soort momenten, je hebt geen collega’s om op dat moment op terug te vallen’. ‘Klopt helemaal wijffie, maar dit soort momenten ga je vaker meemaken en dan weet je hoe je moet handelen, dan valt het niet meer zo rauw op je dak’. antwoord ze mij. ‘Tja daar zal je wel gelijk in hebben’, zeg ik tegen haar. ‘Ga maar lekker naar huis, geniet nog even van je vrije uren en tik maar een mooi verhaaltje op facebook’ zegt ze lachend.

Eenmaal thuis gekomen doe ik het riempje los en Sparky de hond drentelt vrolijk de woonkamer in en zoekt haar mandje weer op. Waar ze, na een paar keer draaien, haar plek heeft gevonden en haar kop op haar kleine pootjes laat rusten. Ik ga zitten aan de eettafel en volg mijn moeders advies op en open mijn laptop. Niemand weet van te voren hoe zijn leven zal lopen of eindigen. Maar als ik mocht kiezen, dan kies ik voor het leven van ons hondje. Haar ouwe dag zal ze slijten zonder teveel struggles, dat heeft haar vrouwtje gelukkig zelf in de hand. Helaas geldt dat niet voor mensen…

Imagine a world like that

Ik kan me geen andere plek ter wereld bedenken waar vrouwen vriendelijker tegen elkaar zijn, dan bij het toilet van een uitgaansgelegenheid. Verhalen worden gedeeld tijdens het wachten in de rij, haarlak wordt gedeeld voor de spiegel, complimenten over outfits worden gegeven en kleding labels worden vakkundig terug gestopt bij elkaar zodat je niet met het etiket in je nek blijft rondlopen voor de rest van de avond.  En dan heb ik het niet eens over vriendinnen onderling die goed voor elkaar zorgen, nee ik heb het over dames die elkaar totaal niet kennen, maar die op dat moment elkaar helpen en elkaar het beste gunnen. 

Ik vraag me regelmatig af hoe het zou zijn als wij dames elkaar meer zouden helpen in het dagelijks leven. Helpen met hogerop komen in plaats van elkaar naar beneden halen, elkaar complimenteren in plaats van elkaar afvallen. Geen geroddel achter de rug om, maar face to face eerlijke, opbouwende kritiek geven. Ondanks de verschillende achtergronden, normen en waarden. Ik weet zeker dat er veel meer vrouwen aan de top van de wereld zouden staan, letterlijk en figuurlijk. 

De diversiteit van vrouwen binnen mijn klantenkring is groot: oud, jong, hetero, lesbisch, single, getrouwd, huisvrouw, carrier tijger etc. En bij deze dames komt dit gespreksonderwerp regelmatig voorbij. Wat is het toch met ons dames dat we elkaar niet meer supporten? Is het jaloezie? Het een ander niet gunnen? Zo was ik eens in gesprek met een klant, een vrouw iets jonger dan ik. Ze vroeg naar mij en naar mijn bedrijf, hoe lang ik dit werk al deed, hoe veel klanten ik heb en hoeveel uur ik in de week werk. We raakten hierover aan de praat en ze complimenteerde mij met het resultaat van al die uren werk die ik in mijn bedrijf had gestopt. “Dank je wel, wat leuk om te horen”, zei ik. “Dat zouden wij vrouwen toch meer moeten doen, elkaar even een schouderklopje geven”, was onze wederzijdse conclusie. 

Waar veel kritiek en commentaar op elkaar wordt gegeven is social media. Veel mensen vinden het makkelijk om van achter hun scherm hun ongezouten mening te geven op elkaar, en vooral de facebookgroepen waar moeders op actief zijn. Geef je je baby geen borstvoeding? Slaapt je kind bij je in bed? Trakteert je kind snoep op school? Loedermoeder die je dan bent! Moeders please, het opvoeden van je kroost is al pittig genoeg, een beetje support daarbij is meer dan welkom. Ik heb dit soort facebook groepen verlaten, ik zat niet wachten op andermans commentaar. Tips? Ja, die zijn meer dan welkom, maar die waren dus ver te zoeken. 

Is het dan allemaal kommer en kwel? Nee, absoluut niet! Ik ken genoeg dames die elkaar wél het beste gunnen. Die je complimenteren met een mooie prestatie, of hulp aanbieden wanneer ze denken dat daar behoefte aan is. Een mooi voorbeeld daarvan is van tijdens een stapavondje met mijn vriendinnen. Ik werd aangesproken door een man, we hadden even een praatje, niks bijzonders. Toen er een vrouw voorbijliep, mij aansprak en zei: “Gaat alles goed?” Ik keek deze onbekende vrouw verbaasd aan, aangezien ik haar niet kende. “Ja hoor, alles gaat goed, dank je”, ‘Oké, even checken of hij je niet lastigvalt. Wij vrouwen moeten elkaar een beetje in de gaten houden”, zei ze. “Wauw”, dacht ik, “dat is tof”. Dat zouden we toch allemaal bij elkaar moeten doen?”.  

Ik stel voor om een community starten waar vrouwen elkaar alleen maar steunen, door dik en dun. Sisterhood for life. Ik pleit ervoor! Wie doet er mee met mij?  

Imagine a world like that… 

It’s all good

Op dit moment zijn wij een midweekje weg. Even met zijn vieren, in een huisje, vlakbij het strand. Hond mee, gourmetstel mee, camping smokings mee, en het grote genieten kan beginnen. Niks moet, alles mag. En dat lukt ons heel goed. De dagen worden gevuld met uitslapen, brunchen, zwemmen, spelletjes aan de keukentafel, lekker eten, en fijne drankjes.

En dat zwemmen, dat vind ik eerlijk gezegd altijd een onderneming. Zo’n subtropisch gebeuren is voornamelijk een paradijs voor de kids, maar ik lig liever in bikini aan het zwembad onder de zon in plaats van als een malle door de wildwaterbaan te spartelen en tegelijkertijd te proberen mijn strapless badpak op zijn plek te houden. Na het zwemspektakel gaat de gezelligheid nog door tijdens het afdrogen en aankleden. De hokjes zijn te klein om je achterste fatsoenlijk te kunnen keren en jezelf af te drogen zonder dat er een kledingstuk of een handdoek op de vloer valt.

Daarom maak ik het mezelf en de kids het zo comfortabel mogelijk tijdens deze zwemavonturen. Wij gaan voor het gemak, en hijzen ons in onze jogginpakken en onesies als we naar het zwembad gaan. Makkelijk om uit te trekken en ook heel makkelijk om weer aan te trekken. Dat het alles-behalve-charmant is, dat maakt ons niet uit. ‘Ze kennen ons toch niet’, is ons motto deze mini-vakantie.

Dus op een middag, als we ons weer klaar maken voor het zwemmen, zegt manlief terwijl we in de gang staan: ‘ik ben er klaar voor’. Ik draai mij om en mijn blik valt op zijn slippers met sokken erin. ‘Prachtig schat, niks meer aan doen’, zeg ik terwijl ik de jas van mijn jongste dichtrits. Zo passen we mooi bij de omgeving, we zijn al aardig geïntegreerd hier in Center Parcs.

We lopen de deur uit en de kinderen rennen vooruit, de chloorlucht van het zwembad komt ons buiten al tegemoet. De familie Tokkie, onderweg naar weer een paar uurtjes waterfestijn. De gedachte dat mijn eerste werkdag precies over een week weer gaat beginnen schiet door mijn gedachte. Morgen gaan we weer terug naar huis, terug naar de stad, terug naar de A20 die ik hoor ruizen als ik de ramen van de kamer van de kinderen open zet ’s ochtends, terug naar de metro die we in de verte zien rijden, en terug naar de geluiden van de sirenes die regelmatig hoorbaar zijn in de verte. Ik hou van de stad, maar ik hou ook van het strand en de rust die daarbij hoort. De gedachtes aan werken en aan de stad verdwijnen weer langzaam uit mijn gedachtes als ik eenmaal in het warme zwembadwater lig te weken. Its all good.

Beautiful people

Ik draai mijn auto de boulevard op, de Rotterdamse vlag hangt trots in de wind te wapperen. Mijn blik dwaalt even af naar het strandje aan de overkant van de winkels, de zon schijnt en het is een mooie herfstdag. Ik parkeer mijn auto tussen een witte range rover en een zwarte BMW in. Mijn kleinere paarse auto valt een beetje weg tussen deze twee grote vierwielers in.

Na een klein half uurtje kom ik terug van boodschappen doen. Ik zet mijn boodschappen op de achterbank van mijn auto. Mijn kofferbak is niet ruim en is al in beslag genomen door mijn werkspullen dus de boodschappen passen er niet meer bij. Ondertussen is de eigenaar van de auto naast mij ook aangekomen bij zijn auto, en zegt met een glimlach: ‘dat past zeker niet in je kofferbak?’. Ik lach om zijn opmerking en zeg: ‘Nee klopt, maar Ik heb wel altijd plek met parkeren’, antwoord ik terwijl ik naar zijn auto kijk. ‘Ja daar heb je gelijk in’ zegt hij.

Ik woon in een mooie wijk, waar de mensen het goed hebben. De auto’s zijn groot, de huizen zijn niet goedkoop, en de kinderen lopen veelal in merkkleding. Ik ben me er van bewust dat wij het goed hebben, ik zie om me heen dat er mensen zijn die het een stuk minder hebben. Klanten die hun afspraak een paar weken willen opschuiven omdat ze even het geld niet hebben, of die vragen of ze later mogen betalen omdat ze het nog even niet kunnen betalen. Ik doe daar nooit moeilijk over, en ik kan de eerlijkheid ook erg waarderen.

Het is menselijk om meer te willen, om elke keer weer een treetje omhoog te gaan, daar is tenslotte de piramide van Maslow op gebaseerd, het zit in ons systeem. Maar wanneer hebben we genoeg? Wanneer is het punt bereikt waarop we zeggen: ik ben gelukkig met wat ik heb, en wie ik ben. Dat is natuurlijk heel persoonlijk, iedereen is daar weer anders in, en ik vind dat verschil mooi om te zien.

Pas geleden had ik het hierover met een klant, tijdens de behandeling, die in dezelfde wijk woont als ik. Omdat we in dezelfde leeftijdsfase zitten hebben we veel raakvlakken, en daardoor de leukste gesprekken: Wat maakt jouw gelukkig in je leven? Is dat een baan met aanzien? Is dat een groter huis? Of een luxe auto? Ik zelf ben het gelukkigst als ZZP’er, scheurend in mijn Aygo door de stad om bij de mensen thuis hun voeten te verzorgen. Word ik hier rijk van? Nee, dat niet, maar wel erg gelukkig.

Toen ik de behandeling afrondde met de desbetreffend klant wenste ik hem fijne feestdagen toe, en melde ik ook nog even het feit dat er volgend jaar een tariefverhoging aan komt. ‘ik geef je groot gelijk’, reageerde hij erop. Tja tenslotte willen we allemaal een beetje meer…. 😉

Liefs, Judith

Green happiness

Ik stap naar binnen bij mijn eerste klant van de dag en begroet hem. Meneer is bezig met zijn planten, hij schuift ze wat heen en weer totdat ze op de juiste plek staan. De één moet in het volle daglicht, de ander juist niet, het is een hele studie. ‘Zal ik u even helpen daarmee? Straks valt u nog, dat moeten we niet hebben hoor’, zeg ik tegen hem. ‘Nee, nee ze staan goed zo’, antwoord meneer die al aardig op leeftijd is.

Hij ploft neer in zijn stoel en zucht: ‘zo die staan er weer goed bij’, zegt hij terwijl hij zijn kamer rond kijkt. Meneer heeft een hoop planten, en ze staan er allemaal even mooi bij, een gemiddeld tuincentrum zou jaloers zijn op zijn verzameling. ‘Zie je die plant? Hoe mooi de blaadjes open staan? En ’s avonds gaan ze weer naar binnen, zo mooi om te zien hoe de natuur zijn werk doet’. ‘Nou zeker mooi om te zien’, antwoord ik hem terwijl ik aan mijn eigen plantjes in de woonkamer denk, die er hier maar triest bij af steken.

Ik begin met de behandeling en meneer verteld mij over vroeger, dat hij een grote tuin had die hij met liefde verzorgde. ‘Wist je dat je slakken kan lokken met bier’, geeft hij mij als tip. ‘Nou wat toevallig, mij kan je lokken met wijn’, antwoord ik hem. Hij lacht en verteld dat hij liever een advocaatje heeft. Ik denk aan mijn oma, en zie haar voor mij, lepelend aan een glaasje advocaat met een flinke toef slagroom er boven op gespoten.

Aan het einde van de behandeling ruim ik mijn spullen op en meneer staat langzaam op en zegt: ‘zo, ik ga nu even de stad in met de bus, even op de markt kijken of er nog mooie planten te koop zijn, ze hebben daar goede planten hoor, echt de moeite waard’. Ik kijk zijn kamer rond en vraag me af waar hij ze in godsnaam gaat laten. Er is niet veel ruimte meer. Maar de meneer met de groene vingers en de aarde onder zijn voeten vind vast wel weer een plekje voor de uitbereiding van zijn hobby, en de volgende keer mag ik ze weer bewonderen. Stiekem ben ik wel een beetje jaloers op zijn groene vingers. Ik presteer het zelfs om vetplanten dood te laten gaan. Gelukkig ben ik beter met mensen…

Head over heels

Steeds meer mannen weten de weg naar de pedicure te vinden, hallelujah daarvoor! Persoonlijk kan ik het erg waarderen als mannen goed verzorgd zijn, en voetverzorging valt daar ook zeker onder. Zo vertelde een klant (dame, 94 jaar) van mij eens: ‘mijn vader zei altijd, je haar en voeten moeten goed verzorgd zijn, de rest kan er dan wel goed uit zien, maar als dat niet klopt dan klopt het hele plaatje niet.’

Deze meneer had het dus al snel door, en de generatie van nu lijkt zich daar nu ook meer bewust van te worden.

Zo was ik pas geleden bij een jong stel, achter in de twintig-begin dertig. Hij had last van moeilijke nagels. ‘Als ik een bekende tegen kom op het strand dan schuif ik mijn tenen onder het zand, ik schaam me er echt voor. Ik ben ooit weleens in een pedicure salon geweest, maar ik voelde me toch niet op mijn gemak’.

 Het beeld dat een pedicure salon iets voor vrouwen is, is een hardnekkig vooroordeel. Want dat is het absoluut niet. Hoewel ik me kan voorstellen dat als je als man zijnde in een ruimte zit met een pastel kleurtje op de  muren, de Linda in de lectuurbak en een  roze handdoek onder je voeten je niet echt op je gemak voelt.

Het merendeel van de pedicure salons heeft een andere uitstraling natuurlijk, maar bovenstaand beeld popt bij  mannen wel in hun hoofd als ze denken aan een pedicure salon. En dan is het toch wel fijn als de pedicure aan huis kom, zodat ze veilig in hun mancave kunnen blijven.

In mei 2018 is een collega een pedicure salon begonnen in Rotterdam voor uitsluitend mannen. (Bottles&Feet Grooming for men)  De mannen kunnen heerlijk relaxen in een comfortabele fauteuil, kijkend naar netflix, onder het genot van een bakkie koffie in een stoere salon die mooi aansluit bij de doelgroep. Ik vind het een top concept, en ik weet zeker dat dit voor mannen een fijne plek is waar ze op hun gemak van een professionele pedicure behandeling kunnen genieten.

Bij mij zijn het trouwens vaak de vrouwen die de afspraak maken voor hun man: ‘kan je een keer langs komen voor mijn man? Hij wil zelf niet naar een pedicure toe en ik vind het nu echt tijd worden dat ie wat aan zijn voeten laat doen, het kan echt niet meer’.  Ik sprak pas geleden een bejaarde dame die mij vertelde dat ze altijd naar de pedicure gaat, al jarenlang. Haar man nam ze altijd mee, en na haar scheiding nam ze man nummer twee ook mee: ‘ik ga toch niet naast een man in bed liggen als hij van die vieze kalknagels heeft, nee echt niet hoor, vertelde ze me lachend.

 Vaak hebben de mannen tegen die tijd zich er wel aan toe gegeven, en als ze eenmaal een behandeling hebben gehad zien ze toch wel het nut in van een pedicure behandeling en ervaren het ook als een stukje ontspanning. Zo had ik eens het type stoere bouwvakker in mijn stoel die werd gebeld tijdens de behandeling. ‘Waar ik ben? Ik ben bij de pedicure, weet je hoe fijn dat is man, zou je ook eens moeten doen’, antwoorde hij terug.

Dus mannen, kom maar op hoor met die maat 47. De pedicure is er echt niet alleen voor de dames. Want zoals eerder gezegd: je kan er nog zo goed verzorgd eruit zien, maar als je kapsel en voeten niet goed verzorgd zijn dan is het plaatje niet compleet.