Corries Goodbye

Het was maandagmiddag toen ik op mijn telefoon 5 gemiste oproepen zag van Corries schoondochter. Terwijl ik met mijn kinderen de hond uitlaat bel ik haar terug. ‘Er zal toch niks ernstigs aan de hand zijn met Corrie?’, schiet er door mijn hoofd heen als de telefoon over gaat. Helaas wordt mijn vermoeden bevestigd: ‘mijn schoonmoeder is afgelopen weekend overleden’, verteld haar schoondochter mij.

Ik weet even niet hoe ik moet reageren, wat ik moet zeggen. Dit zag ik niet aankomen. Corrie was hartpatiënt, maar ik had het idee dat ze redelijk goed weer in haar vel zat. ‘Ze is overleden aan een hartinfarct, ze hebben van alles geprobeerd, maar het heeft niet mogen baten. De uitvaart is woensdag, je bent van harte welkom’. Dan bedenk ik me dat ik nog mooie portretfoto’s van Corrie heb, gemaakt door de fotograaf tijdens een fotosessie voor mijn werk. Ik stel voor om ze door te mailen, misschien hebben ze er wat aan. Later die avond krijg ik een berichtje erover: ze zijn erg blij met de foto’s, ze kiezen de mooiste uit voor op haar kist.

Op de desbetreffende woensdag loop ik het zaaltje in waar de condoleance plaats vind. Ik herken haar zoon van de foto en condoleer hem, zijn broer en haar schoondochter. ‘Ze was erg op je gesteld, en vond het altijd fijn als je er was’. Haar schoondochter vult aan: ‘ze was stiekem trots op het feit dat je over haar schreef. Ze had het fijn gevonden dat je er bent. Ze had trouwens nog wat voor je klaar liggen, ze was al een beetje aan het ruimen’. Ik krijg 2 beeldjes en een plantenpotje in een zakje. Ik neem het aan en drink mijn koffie op. Ik bedank ze voor de uitnodiging en verlaat het zaaltje.

Terwijl ik over het terrein terug loop naar mijn auto met de spulletjes in mijn hand piept de zon door de wolken heen. Ik denk aan Corrie, aan de gesprekken die we hebben gehad, we hebben veel gelachen, maar er zaten ook serieuze gesprekken tussen. Over het feit dat ze het moeilijk vond om alleen te zijn, om weinig buiten te komen. ‘Van mij hoeft het soms niet meer’, zei ze de laatste keer dat ik haar sprak. ‘Nou Corrie, niet zo gek praten hoor, ik kan je nog niet missen’, antwoorde ik haar. Maar het leven loopt nou eenmaal niet zoals we zouden willen, en dan moeten we dealen met het afscheid nemen van de mensen die we het liefst langer bij ons hadden willen houden.

Ik hoop dat ze de rust heeft gevonden die ze nodig had. Ik kan me moeilijk een voorstelling maken van de hemel, maar ik zie Corrie voor me die daar nu gezellig een partijtje aan het bingoën is. Met van te voren een fatsoenlijke bak bami en na afloop een kopje koffie met een rol degelijke ‘kaakies’.

Als ik de volgende dag mijn agenda erbij pak om een afspraak te maken met een klant kom ik haar naam tegen, we hadden de volgende twee afspraken al ingepland. Ik pak een gum en veeg haar naam uit. Haar naam verdwijnt uit mijn agenda , maar Corrie zelf zal zeker niet uit mijn herinneren verdwijnen. Dank je wel Corrie, voor de mooie momenten, je was een bijzondere klant. Eigenlijk was je meer dan een klant voor mij. Rust in vrede.

Liefs, Judith

*Blog en foto geplaatst met toestemming van de familie van Corrie*

The C-Word

Kanker is één van de meest voorkomende gespreksonderwerpen als het om ziektes gaat. Iedereen kent wel iemand die het heeft, of heeft gehad. En hoe ouder ik word, des te meer ik er over hoor. En binnen mijn klantenkring is dat zeker niet minder.

De verhalen die ik krijg te horen van mijn klanten die er mee te maken hebben gehad, zijn uiteenlopend: sommige zijn met een goede afloop, sommige zijn nog aan het herstellen, en een enkele binnen mijn klantenkring heeft geen prettig vooruitzicht: zij is uitbehandeld en volgens de prognose zal zij nog maar een paar maanden te leven hebben.

Kanker is een vreselijke ziekte, het sloopt je, zo wel lichamelijk als geestelijk. De overlevers zijn na de strijd doodmoe, moe van het vechten, en moe van de onzekerheid. Als de strijd gestreden is en ze zijn weer schoon verklaart dan begint de psychische strijd: komt het nooit meer terug? Blijf ik gezond? En de impact van het feit dat je lichaam je in de steek heeft gelaten is heel groot. Het zal altijd onderdeel blijven van hun leven, voor de rest van hun leven.

Daarom kan ik me zo ontzettend opvreten over het feit dat het tegenwoordig normaal is om het woord kanker als scheldwoord te gebruiken. ‘kanker-lelijk’, ‘kanker-moeilijk’, etc. Blijkbaar hebben deze mensen geen besef van het impact van dit woord. Hoe zouden zij met het woord omgaan als zij een dierbare hebben in hun omgeving die ervaring zou hebben met deze vreselijke ziekte? Of is een dagje meelopen bij Daniel den Hoed misschien een idee voor deze mensen? Een beetje inzicht krijgen van wat deze ziekte nou eigenlijk inhoud? Lijkt me een behoorlijke eyeopener voor degene die deze ziekte zo makkelijk als scheldwoord gebruiken.

Het valt mij op dat de (ex)kankerpatiënten binnen mijn klantenkring zelf heel krachtig over komen en de strijd vaak aan gaan, of zijn gegaan, met humor. Zo vertelde een klant van mij een verhaal over de bestraling van haar borsten bij Daniel den Hoed: ‘Mijn tepels werden er pikzwart van. Ik zei tegen de verpleegsters: als je ergens een tepel op de grond vind, dan is die van mijn hoor’. Galgenhumor, het is haar manier van omgaan met deze moeilijke periode en we moesten samen lachen om deze uitspraak van haar.

Laten we dit beladen woord met respect behandelen. Want respect is het minste wat de mensen verdienen die ervaring hebben met deze ziekte. Kies je woorden zorgvuldig uit, en denk goed na voordat je zomaar wat over straat roept of op social media plaatst. Er zou zomaar iemand tussen kunnen zitten die op dat moment diep van binnen de strijd aangaat met dit monster, en degene kan alle steun van de wereld gebruiken.

Liefs, Judith

Ps. De lieve meneer op de foto heeft kanker overleeft, en heeft toestemming gegeven voor het plaatsen van de foto. Daarnaast is er toestemming gegeven voor het gebruik van de quote over de borstbestraling door de desbetreffende dame. Bedankt lieve mensen, voor het delen van jullie verhalen, en voor de deskundige blik op deze blog voordat ie online ging. Jullie zijn kanjers. X

Open arms

‘Buenas tardes, como estat?’, probeer ik in mijn meest vloeiende Spaans te zeggen als ik binnen kom. Mevrouw begint meteen in rap Spaans te kletsen, en ik probeer haar uit te leggen dat ik niet verder kom dan de standaard zinnetjes. Ze kijkt me vragend aan terwijl meneer het voor mij vertaald. ‘Ze zegt dat je lekker bruin bent geworden’. Ik antwoord met ‘gracias’ en een glimlach, en loop verder hun woonkamer in om me te installeren.

Meneer wil eerst weten hoe het met mij gaat. We hebben elkaar al een poos niet gezien omdat ik er een tijdje uit ben geweest ivm de operatie en aansluitend mijn vakantie heb gehad. Zijn voeten zijn in de tussentijd behandeld door een lieve collega die waar heeft genomen voor mij in de tussentijd. ‘Het gaat goed, heel goed, dank u wel’, antwoord ik.

Ik kom nu ongeveer zo’n driekwart jaar bij deze lieve mensen over de vloer. Ze zijn van Spaanse komaf. Hun huis staat vol met foto’s van familie, de tv staat standaard op een Spaanse zender, en ze praten Spaans tegen elkaar, en ik hou daarvan. Zo lang ik me kan herinneren gingen wij vroeger op vakantie naar Spanje. Met de auto naar de camping. Spanje voelt daarom voor mij een beetje als thuis komen: de muziek, de taal, de mensen, het eten, ja ik heb een zwak voor Spanje. En dus ook voor deze mensen.

De eerste keer dat ik bij hun kwam voor een behandeling werd ik meteen gewezen op de foto’s aan de muur. Ik heb ze allemaal uitgebreid bekeken en toen ik weer buiten stond kenden ik de hele familie, wie bij wie hoort, wat voor een werk ze doen, en waar ze wonen. Het werd me allemaal verteld met veel trots.

Afgelopen keer moest ik even met ze koffie drinken in de tuin, mevrouw stond erop. Ik kan daar geen nee tegen zeggen, ik neem regelmatig even extra de tijd voor klanten. De verhalen die de mensen mij vertellen is mij dat meer dan waard. En dat extra kwartiertje op een dag kan er echt wel even vanaf. Pauze neem ik nooit, dus dat compenseer ik dan mooi op deze manier.

Na de koffie stond ik op om gedag te zeggen, ondertussen waren hun dochter en kleinkinderen ook langs gekomen. (De kleinkids werden door oma op schoot getrokken en gekust en geknuffeld, de kids lieten het allemaal gebeuren en vonden het prima, een lief tafereeltje.) ‘Nou tot de volgende keer’, zeg ik tegen ze. Dan pakt mevrouw mij even vast en ze geeft mij twee zoenen op mijn wang. ‘Guapa’, zegt ze tegen mij, waarop ik antwoord: ‘Nee, u bent guapa’. Ze lacht, en terwijl ik zwaai roep ik nog even ‘adios’ terwijl ik de trap afloop met mijn spullen.

Ooit wil ik eens een keer een cursus Spaans volgen, dat staat echt hoog op mijn lijstje, ondertussen leer ik bij deze lieve mensen af en toe wat woordjes bij. Zo weet ik hoe ik mijn koffie in het Spaans moet bestellen: café negro, en het woordje voet is ‘pie’. Maar het allerleukste is toch wel die Spaanse gezelligheid, het familiare, het warme welkom elke keer weer als ik voor de deur sta bij ze. En daar kan geen cursus tegen op.

Liefs, Judith

Ps. Blog is geplaatst met toestemming van señor, señorita y familia.

Every step you take….

Er wordt regelmatig gevraagd hoeveel uur ik in de week werk. ‘Bedoel je de uren die ik besteed aan pedicuren? Of in totaal?’ vraag ik dan. Want totaal loopt dat op tot zeker zo’n 40 uur in de week. Naast de praktijk is er nog een groot gedeelte waar ook heel veel tijd in gaat zitten: administratie, social media, mijn blog, naar de groothandel, en het beantwoorden van berichtjes. Dat laatste kan via mail, facebook of via WhatsApp. Op mijn site staat een WhatsApp button waardoor de mensen meteen met mijn kunnen appen als ze dat willen. Tegenwoordig appen de mensen liever dan dat ze bellen, en ik vind dat prima. Ik reageer,als het mogelijk is,vrij snel op berichtjes, dan is het meteen maar afgehandeld, en ik weet dat het wordt gewaardeerd.

Ik had al moeite om prive en werk gescheiden te houden toen ik nog in loondienst was, en als ondernemer is dat zeker niet minder geworden. Ik ben elke dag bezig met mijn werk, ook als ik vrij ben: toch nog even die ene klant een berichtje sturen, toch nog even wat op social media plaatsen, toch nog even aan mijn blog werken. En ik doe het met veel liefde, mijn zaak is mijn kindje en daar moet je goed voor zorgen.

Zelfs op vakantie kan ik het niet loslaten. Ik kan het niet laten om naar de voeten van de mensen te kijken. Bij het zwembad is het helemaal erg, als de badgasten op hun zonnebedje liggen dan scan ik de voeten: eelt, kloven, onverzorgde nagels, afgebladerde nagellak. Ik kan er niks aan doen, mijn ogen worden er naar toe getrokken. Tijdens een dagje Efteling was het ook raak: mensen met te kleine slippers, mensen die naar binnen toe lopen met hun voeten, mensen die naast hun schoenen lopen (letterlijk)etc. etc.

Ik was er al voor gewaarschuwd op mijn opleiding die ik deed op Rotterdam Zuid. ‘ Je zal zien, als je op de roltrap staat op Zuidplein dat je naar de voeten kijkt van de persoon voor je’. Je let op de stand van de voeten, naar de schoenen. En gelijk had deze lerares.

Dus lieve mensen, wees gewaarschuwd: Zie je niet het nut in van goede verzorgde voeten? Denk je dat er niemand op je voeten let? Er zou zomaar een pedicure in de buurt kunnen zijn die ze stiekem onder de loep neemt. Of ze nou aan het shoppen is op haar vrije dag, of een dagje strand doet, wij zijn nooit off duty 😉

Liefs, Judith

Ps. De foto is gemaakt tijdens mijn vakantie, want zo’n voetenfoto is toch altijd handig om te hebben voor op mijn blog of social media?

Life is beter when you’re laughing.

Het is nu ruim drie weken geleden dat ik ben geopereerd, en de mist in mijn hoofd is al redelijk opgetrokken: de vermoeidheid en de warrigheid nemen af, mijn concentratievermogen en energiegehalte nemen langzamerhand toe.

Er is geen pijn meer, geen maandelijkse issues, geen onzekerheden, en geen getob. Ik had een haat-liefde verhouding ermee, en nu die eruit is voel ik me opgelucht. Het is het huisje geweest van mijn zoon en dochter voor 9 maanden lang, en het heeft op dat gebied goed zijn werk gedaan. Maar vanaf mijn 11e ook veel ellende gezorgd. Hebben jullie al een vermoeden waar ik het over heb? Ja, precies: mijn baarmoeder. Mooi woord eigenlijk : baarmoeder, in het Engels noemen ze het uterus, klinkt toch minder romantisch.

Het was een pittige beslissing, en de beslissing was ook echt niet zomaar gemaakt: er is veel aan vooraf gegaan. Tijdens het wikken en wegen hierover sprak ik mijn moeder: ‘Mam, ik vind het best heftig, mijn kindjes hebben er 9 maanden veilig in gezeten, en het is toch een stukje vrouwelijkheid. Waarop mijn oh -zo -praktisch -ingestelde moeder zei: ‘Juud, je moet het maar zo zien: het heeft zijn werk goed gedaan, maar nu is het tijd voor een nieuwe fase.’ En met die gedachte ben ik de operatie in gegaan.

De aanloop naar de operatie toe, was een lange aanloop. De klanten die stonden ingepland voor die tijd moesten verschoven worden of werden bij een collega ondergebracht. Ik heb aardig wat uren gebeld en ge-appt om dit zo goed mogelijk te regelen. En wat waren de reacties lief: ‘rustig aan he?’, ‘heel veel succes, we denken aan je’. Of: ‘je neemt je rust hoor, als je toch eerder op de stoep sta dan doe ik gewoon niet open voor je’. In het verzorgingstehuis waar ik eens per week werk werd door een bewoner voorgesteld om de operatie zelf even te doen: ‘gaan ze je baarmoeder verwijderen? Nou dat kan ik ook wel voor je doen hoor.’ Waarop ik antwoorde: ‘de alcohol en mesjes heb ik zelf ook dus waarom niet’. Lachend zei ik hem gedag, en beloofde ik hem om over 8 weken weer gezond terug te komen.

Mijn eierstokken hebben ze laten zitten, in tegenstelling tot de buurvrouw met wie ik een kamer deelde in het ziekenhuis. Bij haar was alles verwijdert: ze had baarmoederhalskanker. Ze was al een stuk ouder als dat ik ben, er ze was er vrij nuchter onder, ze had er alle vertrouwen in dat het niet was uitgezaaid. Ondanks dat we er niet voor de lol lagen hebben we ontzettend gelachen met elkaar. Ik hoefde maar één nachtje te blijven, zij moest twee nachtjes blijven. Tijdens de nacht maakte zich zorgen toen ze me niet hoorde: ‘meid’, zei ze de volgende ochtend, ‘wat ben jij stil tijdens het slapen, ik dacht echt even dat je dood was, oh wat erg toch voor dat gezinnetje schoot er door mijn hoofd.’ zei ze. Wat heb ik gelachen om die opmerking, wat een drama, maar ook om haar humor, ze heeft een heftig leven gehad, maar ze bleef overal de humor van inzien. (Je kan iemand goed leren kennen als je 24 uur samen een kamer deelt kan ik je vertellen ;-))

Al met al is het eigenlijk precies van wat ik me er van had voorgesteld en ik kan me redelijk rustig houden. Iemand had mijn moeder al gewaarschuwd: ‘bind die maar vast, anders neemt ze haar rust niet’. Maar het lukt me aardig, en het delegeren gaat me ook prima af. Zal ik het er nog maar even van nemen dan? Nog maar even extra in de watten laten leggen? Of zoals ik tegen een vriendin zei; ‘ik denk dat ik me vaker laten opereren, ik word zo vertroeteld door iedereen. Gekscherend natuurlijk, want ik weet ook echt wel als geen ander, dat gezond zijn één van de grootste rijkdommen is.

Maar humor houd je op de been, Ze zeggen weleens dat humor het beste medicijn is. Soms is het gewoon nodig om even de scherpe kantjes van het leven af te halen, dan kan je maar beter de lol van bepaalde situaties inzien, anders wordt het allemaal zo zwaarmoedig, en daar is het leven toch te kort voor? Want tenslotte is een dag niet gelachen, een dag niet geleefd.

Liefs, Judith

Ps. als ik lol heb, dan lach ik met mijn mond open, kraaienpootjes om de ogen, en een hard geschater, heel charmant, that’s me 😉

 

Big city, Big hearts

Ik sta op het afgesproken tijdstip op de stoep bij een nieuwe klant. Na drie keer aanbellen, een paar keer kloppen, en haar een paar keer geprobeerd op haar telefoon te bereiken geef ik het op. Ze is niet thuis.

Dan hoor ik een stem achter me: ‘Daar sta je dan met je goeie bedoelingen’. Ik draai me om en kijk in de ogen van de buurman, vriendelijke ogen van een bejaarde man. ‘Weet u waar uw buurvrouw is? Ik had een afspraak met haar’, vertel ik hem.

Hij vertelt mij dat hij haar die ochtend nog heeft gezien, en dat hij het voor de rest ook niet weet. We bellen en kloppen samen nog een keer aan, maar tevergeefs….
‘Je mag anders wel even binnenkomen bij mij voor een bakkie thee of koffie’, bied de gastvrije buurman aan.

Mijn moeder heeft mij geleerd om geen drankjes aan te nemen van vreemde mannen, maar deze ziet er alles behalve onbetrouwbaar uit.
En aangezien ik toch even de tijd moet overbruggen naar de volgende klant, en een bakkie koffie er altijd wel in gaat besluit ik om in te gaan op zijn uitnodiging.

Eenmaal binnen word ik rondgeleid door zijn knusse benedenwoning en ondertussen staat de koffie te pruttelen. We gaan op zijn bank zitten en meneer verteld over vroeger: over zijn tijd bij de marine, over zijn vrouw die hij een paar jaar geleden heeft verloren en nog zo erg mist, en over zijn schilder-hobby. Ik geniet van mijn spontane pauze terwijl meneer verder verteld.

Na een half uurtje besluit ik om verder te gaan met werken, en bedank ik hem voor de koffie, de gezelligheid, en zijn gastvrijheid.

Ik ga verder met mijn planning waar aan het einde van de middag even een tussenuurtje in zit. Ik besluit om die te overbruggen door even het centrum in te rijden om mezelf op een Poke Bowl te trakteren. Het heeft geen nut om naar huis te rijden, tegen de tijd dat ik daar ben kan ik weer terug.

Terwijl ik geniet van mijn sushi-snack denk ik aan de gastvrijheid die ik onderweg al vaak heb mogen meemaken bij mijn klanten: ‘Juud, je bent altijd welkom, ook al ben je niet aan het werk, of als je wat tijd moet overbruggen tijdens het werk dan weet je dat je altijd langs mag komen’. Ik heb het regelmatig gehoord.

Na die anderhalf uur sta ik bij mijn volgende klant voor de deur, zo rond half 7 in de avond. Tijdens de behandeling vertel ik haar dat ik mezelf even heerlijk heb getrakteerd waarop ze antwoord: ‘meid, je weet toch dat je hier ook altijd een boterham mag eten’.

En dat is , denk ik, één van de meest grote misverstanden van de mensen in de stad: ze zouden niet gastvrij zijn , afstandelijk, en op zichzelf. Terwijl ik het meest aanspraak heb in de lift, voor het stoplicht, of zomaar bij een buurvrouw op de stoep. Juist de mensen in de stad hebben even dat praatje nodig, het leven hier gaat allemaal al zo snel. En soms komt er iemand op het juiste moment die er even voor zorgt dat je de juiste aandacht krijgt. Of dat nou de pedicure is, de buurman, of een onbekende in de lift, het kan je hier zomaar even overkomen….

*Ps: met de buurvrouw gaat het goed, ze was door de omstandigheden de afspraak vergeten.

Yaşar and Me

Ruim anderhalf jaar geleden werd ik gebeld door Yaşar: ‘ik zoek een pedicure aan huis, kunt u bij mij langs komen? Ik heb wel echt moeilijke voeten hoor’, vertelde ze aan de telefoon.

Dat klanten hun voeten ‘heel lelijk of moeilijk’ vinden hoor ik wel vaker. Als ze dan bij mij in de stoel zitten en de sokken gaan uit dan denk ik vaak: ‘oh dat valt toch hartstikke mee’.

Maar Yaşar had geen woord teveel gezegd. Ze heeft echt moeilijke voeten. En dat komt door de vaatziekte die zij heeft: het bleu rubber bleb nevue syndroom. Een hele mond vol. Ik legde haar aan de telefoon uit, dat ik geen medisch pedicure ben en dat ik twijfelde of ik daar wel de juiste persoon voor ben. We spraken af dat ik langs zou komen en de situatie zou bekijken.

Zo gezegd zo gedaan. Bij aankomst doet een vrouw in een rolstoel open en stelt zichzelf voor als Yaşar. Als we de woonkamer binnen komen word ik vriendelijk begroet door haar familie en krijg ik een kopje thee aangeboden.

We maken kennis met elkaar en Yaşar doet haar verhaal, ze legt uit dat ze altijd samen met haar vader haar nagels knipte, maar die durfde het niet meer aan. Er moet bij haar zo voorzichtig te werk worden gegaan, bij het minste of geringste kan het gaan bloeden en daarnaast is haar huid ook heel erg gevoelig. Ik besluit om het voorzichtig te proberen, en het lukt. Met een knalrood hoofd van de inspanning rij ik naar afloop naar huis. Ik ben onder de indruk en kan de situatie moeilijk loslaten. Wat een heftige aandoening en wat een bikkel is Yaşar.

Sindsdien kom ik elke 4 weken bij haar om haar voeten te verzorgen. Bij binnenkomst begroet ik haar altijd met: ‘hi, hoe istie met je?’ Waarop altijd een eerlijk antwoord volgt. Meestal gaat het goed met haar, maar ze heeft ook slechte dagen. Dan antwoord ze met ‘mwah, het gaat wel’. Ik weet dan dat ze zich groot houd. Soms vraag ik door, soms laat ik het even gaan om haar zelf erover te laten beginnen als ze daar behoefte aan heeft.

Yaşar en ik verschillen op veel vlakken: ik woon in het nieuwe Nesselande, zij woont in het Oude noorden, zij is Turks, ik ben Nederlands, ik woon samen met mijn gezin, zij woont met haar man bij haar ouders. En ondanks dat zouden wij uren kunnen kletsen. We hebben samen mooie gesprekken tijdens de behandeling over de toekomst, over familie, en over het leven. We kunnen lachen om dezelfde dingen en we zijn eerlijk maar ook lief tegen elkaar. Zo noemt zij mij altijd ‘schat’en ik haar ‘lieffie’.

Want Yaşar is een lieverd, zo krijg ik weleens heerlijke zelfgemaakte broodjes mee voor onderweg, en afgelopen keer kreeg ik bosuitjes mee uit eigen moestuin. Ze is niet alleen lief, maar ook superstoer: Yaşar is geen piepert, geen aansteller, geen slachtoffer van haar ziekte.

Lieve Yaşar, bedankt voor je vertrouwen in mij, samen zijn wij zijn een topteam 😉

*Foto en blog zijn geplaatst met toestemming van Yaşar*

Age is just a number


Ik kom binnen bij een meneer van 84 jaar, ‘hallo meisje, wat zie je er weer gezellig uit’, zegt hij. Hij noemt me ‘meisje’ denk ik terwijl ik verder kom en mijn spullen neerzet. ‘Goedemorgen meneer, hoe gaat het met u?’, vraag ik hem. Hij zegt dat alles ‘uitstekend’ gaat en dat hij blij is met mijn komst. Deze meneer is op een leuke manier een ouwe charmeur, en we maken daar samen vaak grapjes over: ‘U weet het he’, zeg ik dan, ‘u staat op mijn reservelijst, dat we maar 47 jaar schelen is maar een klein detail’. Waarop hij antwoord: ‘precies, leeftijd is maar een getal’.

Mijn oudste klant is 97 jaar, mijn jongste klant is 17 jaar. Zelf mag ik deze zomer 38 kaarsjes uitblazen. In de ogen van mijn bejaarden klanten ben ik nog een meisje, in de ogen van mijn jongste klanten ben ik een mevrouw, en word ik met ‘u’ aan gesproken

Leeftijd is een relatief begrip. Je bent tenslotte zo oud als dat je je voelt toch? Ik zie het aan mijn bejaarden klanten. Degene die alles nog zelf willen doen, degene die positief zijn ingesteld, en degene die het liefst elke dag meedoen aan activiteiten, dat zijn vaak degene die ik jonger inschat.

Zo was ik vorige week bij een mevrouw die 90 jaar is geworden, en nog zelfstandig woont: mevrouw Lien heet ze. Ze krijgt thuishulp maar doet nog ontzettend veel zelf. Ze vertelde me dat ze een nieuwe zonnebril had gekocht. Ze zette hem op, het was een modern montuur. ‘Hij staat u geweldig’, zei ik. En daar was geen woord van gelogen. Hij stond haar top, een vrouw van 90 jaar met zo’n moderne zonnebril, ik hou ervan, en ze kon ‘m nog hartstikke goed hebben ook. Mevrouw Lien is nog ontzettend bij de tijd, ze is erg helder van geest . Rond sinterklaas kreeg ik een grote speculaaspop van haar, ik vond het zo lief en bijzonder dat ze aan mij had gedacht tijdens de boodschappen.

Ik heb zelf nog geen moeite met ouder worden. Eigenlijk vind ik dit best een mooie leeftijd, ik zit beter in mijn vel dan 10 jaar geleden: Ik vind mijn werk super, de kids zijn op een leeftijd dat ze veel zelf kunnen (maar mama is nog wel hun wereld), en ik sta steviger in mijn schoenen. Elke verjaardag ben ik weer dankbaar dat ik een jaar gezondheid en geluk erbij mag tellen.

Soms moet ik weleens denken aan een uitspraak van een klant van mij: ‘iedereen wil oud worden, maar niemand wil ouder worden’. En daarmee slaat ze de spijker op zijn kop. Ik zie namelijk ook aan mijn klanten wat oud worden in kan houden: dementie, incontinentie, afhankelijk van een rollator, overal pijntjes.

Maar voorlopig ben ik nog niet zover, tenslotte ben ik ‘een meisje, die net komt kijken.’ En in de tussentijd kijk ik de kunst van het ouder worden af bij mijn klanten. Hopelijk word ik ook zo’n omaatje die fanatiek mee doet met de bingo, af en toe een advocaatje achterover tikt, en geniet van haar pedicure-behandeling. En hopelijk denkt mijn ‘pedicure-meisje’ dan: ‘goh ik had haar toch echt jonger ingeschat.’


Corrie van de Kruiskade

Ik leerde Corrie ongeveer een jaar geleden kennen. Haar omstandigheden waren toen niet al te best: ze was opgenomen in een revalidatiekliniek nadat ze in het ziekenhuis had gelegen omdat ze een hartinfarct had gehad.

Corrie is slechtziend, en in het verleden knipte haar man altijd haar nagels. Maar die is helaas overleden en Corrie wilde haar kinderen niet belasten met de verzorging van haar voeten. Toen Corrie in het ziekenhuis belandde kwam de familie erachter dat ze wel een pedicure behandeling kon gebruiken, en toen werd ik in het leven geroepen.

Sindsdien kom ik elke 6 weken bij Corrie thuis in een verzorgingstehuis aan de Kruiskade om haar voeten te verzorgen.

Toen ik met een fotograaf had afgesproken om foto’s te maken van mijn werk voor mijn blog en website, moest ik aan Corrie denken. Die vind het vast prima als zij mee komt en foto’s maakt van mijn werk en van haar. Corrie vond dat inderdaad prima en op de afgesproken dag klopten we aan bij haar. ‘Hoi Corrie, hoe is het? Heb je je goeie goed aan voor de foto’s? ‘vroeg ik haar toen ik binnen kwam. Waarop zij antwoordde: ‘ikke niet, ze nemen me maar zoals ik ben’.

En dat is precies zoals Corrie is: wat je ziet, is wat je krijgt. Ze is op haar Rotterdams lekker recht voor zijn raap, en ik hou daarvan. Zij kan alles zeggen tegen mij, en ik kan alles zeggen tegen haar. Zoals op het moment wat vast is gelegd op de foto. Hier hadden we de grootste lol tijdens het moment dat ik de nagels van haar handen knip. ‘Kijk eens naar mijn armen, mijn huid ziet er gek uit he? Heel droog lijkt het wel’ zegt ze. Waarop ik antwoord: ‘Nee joh, dat is gewoon oud vel’. Om vervolgens beide heel hard in de lach te schieten. Om dat soort humor kunnen wij beide enorm lachen.

Ik vergeet ook nooit meer de bingo frustraties van Corrie. Een keer na mijn behandeling zou ze naar de bingo gaan. Waarop ik zeg: ‘nou wat gezellig’. ‘Nee’, zegt Corrie, ‘dat is helemaal niet meer zo gezellig hoor. Er is veel veranderd, en degene die over de prijzen gaat die is ook vervangen. En die prijzen, die slaan helemaal nergens op. Komen ze met tandenborstels aanzetten en de mensen die hier wonen hebben allemaal een kunstgebit, dus die gebruiken ze niet. Behalve ik, ik heb nog mijn eigen gebit, dus ik heb nu tandenborstels voor de rest van mijn leven.’

Het is nou eenmaal zo dat je met de ene klant meer heb dan met de andere. Je kan niet met iedereen door een deur. Daar heb ik weleens vaker over geschreven. Maar tot nu toe heb ik dat nog niet vaak meegemaakt. Ik heb echt leuke klanten, ik mag zeker niet klagen. Anders had ik ook nooit deze blog kunnen beginnen. Maar soms zit er een klant tussen waar je net even iets meer mee hebt, die net even wat dieper in mijn hart zit, en Corrie is daar één van.

*Foto en blog zijn geplaatst met toestemming van Corrie: ‘ja joh, je doet maar’.*

Make it happen

Ik ben niet geboren en getogen in Rotterdam, ik ben import. Maar ik ben redelijk geïntegreerd, al zeg ik het zelf. Je kan me wakker maken voor een patatje van de Bram, de brienenoordbrug is voor mij thuiskomen, en thuis heerst de ‘niet lullen maar poetsen ‘mentaliteit.

Ik kom uit een Goudse familie en ben geboren in Gouda. Ik ben opgegroeid in het veilige Moordrecht: waar het touwtje uit het brievenbus hing wanneer ik buiten speelde en ik naar binnen ging wanneer de straatverlichting aanging. Vele jaren later ben ik gaan samen wonen met een Waddinxveener in het dorp waar hij woonde, en uiteindelijk zijn we gesetteld in Nesselande, een buitenwijk van Rotterdam.

Mijn man wilde liever niet weg uit Waddinxveen, die is nogal honkvast. Ik kon hem overtuigen met het argument dat we dan dichterbij de Kuip wonen. En daar wonen we nu al ruim 10 jaar. Ik zou niks anders meer willen, ik voel me hier meer dan thuis.

Ik hou van de Rotterdamse mentaliteit: Hardwerkende mensen die duidelijk, eerlijk, direct en open zijn, en ik waardeer dat enorm. En zeker ook omdat ik dat ook tegen hun kan zijn. Zo weet iedereen waar die aan toe is.
Het is een stad met een ruw randje, er wordt niks opgepoetst, what you see is what you get.

Het is een stad waar heel veel mogelijk is door hard te werken. Zo is de slogan ‘make it happen’ hier in het leven geroepen en kan je deze slogan terug vinden in de stad op meerdere plekken.
Een slogan die heel toepasselijk is voor deze stad, want als je iets echt wilt, dan lukt het hier, in deze stad. De stad die zichzelf heeft opgebouwd na de tweede wereldoorlog. De stad die met de grond gelijk is gemaakt en nu piekt met torenhoge gebouwen die de skyline vertegenwoordigen.

De meeste klanten van mij zijn trouwens wel geboren en getogen in Rotterdam. Mijn oudste klant is 97 jaar. Zij heeft de oorlog heel bewust meegemaakt. Zo vertelde ze mij eens dat ze het bombardement nog heel goed kan herinneren, de geur van de vernieling, en van de lichamen op de Coolsingel. Ontzettend heftig en heel triest. Sommige kunnen er heel open over praten, en sommige praten er liever helemaal niet over.

Daarnaast heb ik aardig wat ondernemers in mijn klantenkring. Dames die hun eigen zaak hebben, hier keihard voor hebben gewerkt en daar nu de vruchten van plukken. Mannen die tijdens een behandeling hun telefoon niet weg kunnen leggen omdat een eigen zaak 24/7 doorgaat. Sporters die keihard trainen en hun tanden in hun doel hebben gezet en niet loslaten totdat hun doel is bereikt.

Ik geloof in het stellen van doelen en dat deze haalbaar zijn: als je hard werkt, een duidelijk richting kiest, open staat voor kritiek, eerlijk bent naar je klanten toe, en gaat voor een directe aanpak. En wat toevallig dat dat nou allemaal Rotterdamse eigenschappen zijn.

En met deze eigenschappen kan je het waar maken. Waar je ook bent. In Rotterdam, in Gouda, of in Moordrecht, want waar je hart ligt, daar ligt je doel.